Opvang buiten school voor probleemjongeren

Bron: gemeente Venray

De gemeente Venray trekt dit jaar een bedrag van 31.612 euro uit voor de opvang van probleemleerlingen. De scholen voor voortgezet onderwijs in Noord-Limburg tellen ongeveer veertig leerlingen, in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, waarvoor geen passend onderwijs of zorg is. Omdat deze probleemleerlingen een negatieve uitstraling hebben op de gehele school, worden ze tijdelijk buitenschools opgevangen.

Hiervoor is het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs en Speciaal Voortgezet Onderwijs (VO-SVO) opgericht. Die zorgt voor de opvang van jongeren met gedragsmoeilijkheden of sociale en emotionele problemen. Deze leerlingen zijn daardoor op school moeilijk te handhaven. Doorsturen naar het speciaal onderwijs is niet mogelijk, omdat de problematiek van de jongeren daarvoor niet zwaar genoeg is. Voor toelating tot het speciaal onderwijs zijn de plaatsingscriteria ook aangescherpt.

Het samenwerkingsverband is een wettelijke verplichting. Alle scholen voor voortgezet en speciaal onderwijs in Noord-Limburg werken hierin samen. Met als doel zorg op maat te leveren. De laatste jaren is al flink geïnvesteerd in het verbeteren van de leerlingenzorg op school. Daarbij is ook de samenwerking met allerlei hulpverleningsinstanties aangehaald. Zo beschikt iedere school over een ZAT (Zorg Advies Team) dat bestaat uit een schoolpsycholoog, GGD, bureau Jeugdzorg, politie, maatschappelijk werk en de afdeling leerplichtzaken van de gemeente. Steeds meer scholen hebben al een eigen opvang voor leerlingen die voor kortere of langere tijd niet te handhaven zijn binnen het normale schoolleven.

Toch blijft er ondanks alle inspanningen een groep leerlingen over die niet goed binnen het reguliere onderwijs geholpen kan worden. Deze zorgleerlingen dreigen buiten de boot te vallen. Vroegtijdig signaleren en het extra begeleiden van deze leerlingen moet vroegtijdige schooluitval, en een verdere toename van de problematiek met mogelijke escalaties, voorkomen. Vanuit het samenwerkingsverband is daarom de Bovenschoolse Zorg Voorziening (BZV) opgericht. Het onderwijs en de elf gemeenten in Noord-Limburg werken samen om optimale ontwikkelkansen te bieden aan de zorgleerlingen. Doorverwijzing gebeurt door het Zorgloket, dat de hulpvraag beoordeelt en bekijkt of de leerling inderdaad thuishoort in de Bovenschoolse Zorg Voorziening. De school van herkomst blijft verantwoordelijk voor de leerling, die daar ook blijft ingeschreven. Ouders en verzorgers worden nauw betrokken bij het traject. Het hangt af van de vorderingen, hoe lang de leerling van de voorziening gebruik maakt. Het streven is een maximale verblijfsduur van dertien weken. Deze periode kan,  afhankelijk van de aard van de problematiek van de jongere, worden verlengd.

De Bovenschoolse Zorg Voorziening is geen eindstation. Terugkeer naar het voortgezet onderwijs, het ROC (Gilde Praktijkopleidingen) of de arbeidsmarkt is de opzet. Ook na beëindiging van de opvangperiode krijgt de leerling begeleiding vanuit de bovenschoolse voorziening. De expertise van de leerkrachten van de BZV wordt doorgegeven aan de docenten van de reguliere scholen, mede door hun onderlinge contact over de leerling. Daardoor kunnen docenten voortaan beter handelen als zich gedragsproblemen bij leerlingen voordoen.  Op termijn is het zelfs denkbaar dat de BZV weer overbodig wordt, omdat het onderwijs de kennis over de aanpak zelf heeft verworven.

Een reactie Plaats een reactie
  1. [...] jQuery("#errors*").hide(); window.location= data.themeInternalUrl; } }); } http://www.bmcjeugd.nl – Today, 6:45 [...]

Categorieën