Filed under Aflevering 38, Columns by myrtedejong on 12 mei 2010 at 09:25
no comments
(Door Nanja Willemsen, senior-adviseur BMC)
Een doordeweekse dag. Groepjes jongeren lopen naar school. De een stoer, anderen kletsen met elkaar, weer een andere rustig en stil. Ik loop naar mijn werk.
Dat werk is deze keer een opdracht in de gesloten jeugdzorg, de wereld die ik ken van de tijd dat ik nog niet bij BMC werkte maar voor een zorgaanbieder van gesloten en justitiële jeugdzorg. Gestart als alleen JJI en ontwikkeld tot zorgaanbieder die daarnaast het nieuwe gesloten jeugdzorgaanbod in huis heeft. Dat maakt dat de wandeling van parkeerplaats naar binnen verandert is.
Het beeld werd bepaald door de hoge hekken met tautwire draden en hier en daar prikkeldraad. De toegang verliep via zware hekken die via de sluiswerking langzaam open en weer dicht gingen met naast de sluis aan beide kanten water. Bij binnenkomst was de detectiepoort en bagagecontrole apparaat het eerste wat je zag en ook hier was er weer sprake van een sluis. Je had tijd nodig om binnen te kunnen komen, de ene deur moest eerst dicht zijn voordat de andere open kon, maar je moest ook ‘piepvrij’ zijn en de tas moest door het apparaat. Achter donker glas kon je met moeite een beveiligingsmedewerker in uniform herkennen. Via een schuif en microfoon was er enig contact mogelijk.
Nu zijn niet langer de hoge hekken en prikkeldraad beeldbepalend, pas verder weg aan de zijkanten worden deze zichtbaar. De sluis met twee hoge deuren is verdwenen en nu is er een soort brug met daarna een laag toeganghek in twee delen welke wijd geopend is zodat ik zo doorloop naar de ingang. Binnen gekomen zie ik niet langer als eerste allerlei controlemiddelen en mensen achter glas maar is er een ruime ontvangstruimte met een balie waar bloemen op staan en, zonder glas, iemand achter zit in gewone kleding die “goedemorgen” zegt.
Aan het eind van de dag ben ik weer op weg naar mijn auto en kom op de brug twee fietsers tegen, een man en een jongen. Ik hoor ze praten over de avondmaaltijd en zie bij de jongen twee tassen aan het stuur hangen van V&D en de Coolcat. De fietsen worden in de stalling naast het lage hek neergezet en de jongen en de man lopen al verder kletsend naar de ingang.
Naar school gaan, op de fiets naar de stad om nieuwe kleren te kopen, allemaal gewone dingen in een nog steeds ongewone omgeving, ook al is het beeld dan verandert. De kracht van de professionals in de gesloten jeugdzorg was en is het tot stand brengen van deze gewone dingen zodat deze jongeren weer in de eigen omgeving verder kunnen.
Reageren? Dat kan: nanjawillemsen@bmc.nl
Filed under Columns, JaapJan by myrtedejong on 3 mei 2010 at 08:57
no comments
In de afgelopen werkweek heb ik me weer gerealiseerd hoe bevoorrecht ik ben met mijn werk. Zo mocht ik bij een conferentie in Overijssel zijn, waarin de nieuwe werkwijze voor de Jeugdzorg werd gepresenteerd en besproken. De gedeputeerde van Jeugd, Sociale infrastructuur en Maatschappelijke ontwikkeling, de heer Gert Ranter, sprak via een skypeverbinding de ruim 100 professionals toe. Daarnaast had ik deze week enkele boeiende, ingewikkelde en verdrietige ontmoetingen in mijn opdracht als AMK-onderzoeker.
En zo kon ik in een vierdaagse werkweek een groot deel van het werkveld jeugdzorg doorsnijden. Waarin de gedeputeerde van Overijssel professionals toesprak: “Ik beloof u meer ruimte en minder kaders om uw werk te kunnen uitvoeren.” Waarin een professional stelde “dat het cliëntbelang boven de cultuur van de zorginstelling moet gaan.” Een collega stelde daarnaast dat “Vertrouwen in en van collega’s en leidinggevenden van essentieel belang is, alsmede het vermogen om oplossingsgerecht te kunnen denken.”
Maar ik sprak ook die jongen met gescheiden ouders. Wiens moeder niet met zijn pubergedrag om kan gaan. En zijn vader heeft niet altijd de tijd om goed voor hem te zorgen, met zijn drukke baan. Ik sprak die jonge moeder, lichtverstandelijk gehandicapt. Ooit zelf uit huis geplaatst, en in een pleeggezin geplaatst, bij haar opa en oma. Waar ze werd misbruikt door deze opa. Maar die ook een kind met lichte ambulante hulp weet op te voeden.
Zo kwam ik de vier werkdagen van deze week door. De vijfde dag was Koninginnedag. En ik kon zowaar een link vinden tussen bovenstaande en een uitspraak van de koningin zelf. De koningin sprak op Koninginnedag haar dank uit voor de organisatie van deze dag. Zij zei: “U heeft ons Koninginnedag teruggegeven.” Door het directe contact met ouders en jeugdigen enerzijds, en anderzijds het directe contact met professionals en beleidsbepalers kunnen we deze uitspraak misschien wel toepassen op de jeugdzorg. Door korte lijntjes tussen beleid en uitvoering kan de jeugdzorg worden teruggegeven aan de mensen waar het over gaat.
Zoals de Koningin haar dag heeft, heeft de jeugdzorg dit ook: de dag (16 juni) en de week van de jeugdzorg. Het lijkt mij mooi als deze evenementen in het teken komen te staan van afstanden verkleinen. Waarbij de beleidsbepalers voor de jeugdzorg, tot aan de minister toe, meelopen met de professionals die dagelijks contact hebben met jeugdigen en verzorgers in de jeugdzorg. Beleidsbepalers die het werk daadwerkelijk uit gaan voeren. Ik kan het aanraden. Het is een voorrecht!
JaapJan Boer | JaapJanBoer@bmc.nl
Filed under Columns, Laat je horen by jasperbosch on 23 april 2010 at 08:41
no comments
In mijn opdrachten houd ik mij regelmatig bezig met systeemgerichte gezinsbehandelingen. De laatste jaren zijn in dat kader een aantal mooie interventies, zoals FFT en MST, toegevoegd aan de mogelijkheden die in Nederland, bijvoorbeeld via de methode Family First, al aanwezig waren. Allen interventies die zich richten op de eigen omgeving van kind of jongere en ouders. Gezin- en systeembehandelingen die zich richten op “daar waar de problemen zijn ontstaan, liggen ook de oplossingen” en dat doen samen met kind en ouders en vaak ook het sociaal netwerk, het bredere systeem om het gezin heen.
En dan is het vrijdag en twee vriendinnen van mijn oudste dochter staan op de stoep. Of zij thuis is? Zij is thuis en beide vertrekken naar de zolderkamer. Wat later komt mijn dochter bij mij vragen of de ene vriendin, 16 jaar, hier mag blijven. Blijven eten en slapen tot en met zondag, want er is crisis thuis. Natuurlijk kan dat.
Even later komt de vriendin aan mij uitleg geven wat er dan aan de hand is. De situatie thuis loopt met enige regelmaat uit de hand door het (soms fysiek agressieve) gedrag van haar oudere broer met Asperger. Zij vertelt dat het gedrag van haar broer vooral naar haar is gericht en dat zij zo niet verder wil. Op school is door haar, samen met schoolmaatschappelijk werk, met de ouders hierover gesproken en voor de maandag is een afspraak gemaakt met Jeugdzorg. Thuis gekomen barst echter de bom bij moeder. Zeer hevig geëmotioneerd wordt getracht haar op andere gedachten te brengen. En zo gaat zij eerst naar de ene vriendin een paar straten verderop en komen zij samen naar ons huis, drie huizen verderop van haar huis. Maatschappelijk werk adviseerde te blijven logeren tot maandag het gesprek bij Jeugdzorg kon plaatsvinden.
Na het eten gaat mijn dochter drie huizen verder de noodzakelijkheden halen, waaronder naast eigen kussen ook de laptop. De oudere zus loopt mee terug en doet de groeten van moeder. Later het weekend worden schoenen gewisseld, een fiets gehaald en kort met moeder gesproken. Inmiddels wil moeder maandag eerst met de huisarts bellen: wat die er van vindt. Mijn dochter en haar vriendin bespreken dat en komen tot de conclusie dat wanneer iedereen zich in de volgende stap kan vinden dat het beste is.
Maandag is er sms- en telefonisch contact tussen mijn dochter en vriendin, in de avond volgt het verslag. De dokter had een andere mogelijkheid, “een soort hulpverlener speciaal voor jongeren”. zegt mijn dochter, daarna kon dan eventueel nog een gesprek met Jeugdzorg volgen. Wederom komen dochter en vriendin tot de conclusie dat het goed zou zijn dat eerst te doen. “En toch” zegt mijn dochter die avond “heb ik het gevoel dat dit iemand is voor alleen de jongere, zou er niet naar het hele gezin gekeken moeten worden”.
Heb ik nu vaak over mijn werk gesproken, of is dit zo logisch dat ook een 17 jarige een dergelijke constatering doet?
Nanja Willemsen | NanjaWillemsen@bmc.nl
Filed under Columns, JaapJan by jasperbosch on 19 april 2010 at 16:06
no comments
Voorkomen
Regelmatig kom ik in contact met mensen die jongeren begeleiden in woongroepen. Het verdient respect wat deze mensen doen. Laatst sprak ik een kennis die jongeren begeleidt met zeer zware gedragsproblemen. Veel van deze jongeren zullen de rest van hun leven begeleiding nodig hebben. Deze jongeren begeleiden is erg zwaar werk, zo blijkt ook elke keer weer uit de verhalen die ik hoor. Zo vertelt mijn kennis heel vaak over een jongere op haar groep: “Paul.”
Het verhaal van Paul, 16 jaar jong, raakt me. Bij tijd en wijle is hij een etter. Iemand die het bloed onder je nagels vandaan weet te halen. Hij doet er alles aan om aandacht te krijgen en heeft het vaak aan de stok met de leiding en groepsgenoten. In pesten is hij een ster. Minstens twee keer per week is er geweld voor nodig om Paul tot de orde te roepen. Hem begeleiden kost veel energie, hij kan je helemaal leegzuigen. Paul zal nooit zelfstandig kunnen wonen. Momenteel woont hij nog op een open groep, maar dit zal niet lang meer duren. Paul loopt vaak weg, is agressief en gevoelig voor foute (pedofiele) contacten.
Op Paul’s woongroep wonen uitsluitend jongeren met ware gedragsproblematiek. Vaak gaat het om jongeren met een stoornis: ADHD, autisme, pdd-nos… Meestal in combinatie met ouders die zelf belast zijn met psychische problematiek. Maar Paul zijn verhaal ligt toch net wat anders.
Toen hij geboren werd was Paul namelijk een normale baby. Zijn gedragsproblematiek heeft zich later ontwikkeld, het is geen erfelijke belasting. Dat komt doordat Paul op bijna alle mogelijke manieren is mishandeld. Hij is misbruikt. Ernstig verwaarloosd. Kreeg lange tijd geen normaal eten, werd niet gewassen, kreeg geen aandacht. En dat jarenlang Eigenlijk heeft Paul nooit de kans gehad om zich normaal te kunnen ontwikkelen. Paul heeft geen liefde of vreugde gekend in zijn eerste levensjaren.
Het gevoel besluipt me dat Paul er beter van af had kunnen komen. Als eerder was ontdekt dat Paul mishandeld werd, had hij zich een stuk normaler kunnen ontwikkelen. Ik realiseer me opnieuw het belang van een instantie als het AMK. Door vroegtijdige signalering van mogelijke kindermishandeling kan voorkomen worden dat jonge mensen beschadigd volwassen worden.
En daar gaat het nog te vaak mis. Twee recente onderzoeken bevestigen dit: de diagnose van artsen bij kindermishandeling is vaak fout en er is te weinig kennis bij artsen van mogelijke kindermishandeling. Meer kennis op dit gebied zou kunnen voorkomen dat jongeren als Paul de rest van hun leven hulp nodig hebben. Hun kans op een gelukkig leven wordt groter. Ik pleit er dan ook voor om veel (meer) te investeren in het signaleren en voorkomen van kindermishandeling. In de toerusting van artsen, scholen, burgers… En hier geldt ook: voorkomen is goedkoper dan genezen. Want bij tijdige signalering had Paul nu waarschijnlijk gewoon deel kunnen nemen aan de maatschappij.
Recente reacties