Filed under Aflevering 4-67, De kortste weg by myrtedejong on 29 augustus 2011 at 13:40
no comments
Een tienjarige jongen wilde judo leren, ondanks het feit dat hij zijn linkerarm was kwijtgeraakt in een verschrikkelijk auto-ongeluk. De jongen kreeg les van een oud Japanse judomeester. Hij deed het goed, daarom begreep hij niet waarom de meester hem, na drie maanden training, nog maar één greep had geleerd.
‘Sensei,’ vroeg de jongen op het laatst, ‘moet ik niet meer grepen leren?’ ‘Dit is de enige greep die je kent maar het is ook de enige greep die je moet kennen,’ antwoordde de Sensei. Hij begreep het niet, maar vertrouwde zijn meester en ging door met trainen.
Maanden later nam de Sensei de jongen mee naar zijn eerste wedstrijd. En tot zijn eigen verbazing won de jongen de eerste wedstrijd met gemak. De derde wedstrijd ging moeilijker, maar na verloop van tijd werd zijn tegenstander ongeduldig. Toen zette de jongen zijn ene greep in en won de wedstrijd. Nog steeds tot zijn grote verbazing stond de jongen nu in de finale.
In de finale was zijn tegenstander groter, sterker en meer ervaren. Een tijdlang leek het alsof de jongen het onderspit moest delven. De scheidsrechter was bang dat de jongen schade zou ondervinden en beval een time-out. Hij wilde eigenlijk de wedstrijd staken, toen de Sensei zich ermee bemoeide. ‘Nee,’ zei hij, ‘laat hem doorgaan.’ Kort na het hervatten van de wedstrijd maakte zijn tegenstander een cruciale fout: hij liet een gat vallen in zijn verdediging. Ogenblikkelijk gebruikte de jongen zijn greep om zijn tegenstander vast te zetten. De jongen won de wedstrijd en het toernooi. Hij was de kampioen!
Onderweg naar huis namen de Sensei en de jongen elke beweging van elke wedstrijd door. Toen verzamelde de jongen de moed om de Sensei te vragen wat hem echt bezighield. ‘Sensei, hoe kan het dat ik het toernooi won met maar één greep?’
‘Je won om twee redenen’ antwoordde zijn meester. ‘In de eerste plaats beheers je de moeilijkste greep van alle judogrepen en in de tweede plaats, de enige verdediging tegen die greep voor je tegenstander is, dat hij je linkerarm beetpakt.’
Filed under Aflevering 4-66, De kortste weg by christinebos on 25 augustus 2011 at 08:16
no comments
Een reiziger was onderweg van een dorp hoog in de bergen naar een dorp onderin het dal. Halverwege ontmoette hij een monnik die in de berm aan het werk was. ‘Broeder, kunt u mij vertellen hoe de mensen zijn in het dorp beneden?’ vroeg de reiziger. ‘Dat kan ik wel,’ antwoordde de monnik, ‘maar vertel me eerst eens hoe de mensen waren in het dorp waar je vandaan komt.’
‘Nou, dat viel me niet mee, ik vond de mensen onvriendelijk en gehaast, niemand nodigde me uit en volgens mij hadden ze liever dat ik snel weer vertrok.’ ‘Ik ben bang,’ zei de monnik toen, ‘dat het in het dorp beneden niet anders zal zijn.’
Even later ontmoette de monnik een reiziger die onderweg was van een dorp beneden in het dal naar een dorp hoog in de bergen. Ook deze vroeg hem hoe de mensen in het dorp boven in de bergen waren. Toen de monnik hem vroeg hoe de mensen waren in het dorp waar hij vandaan kwam, antwoordde deze: ‘Oh, die waren zo vriendelijk, ze hadden alle tijd voor me en wilden helemaal niet dat ik wegging.’ ‘Dan denk ik,’ zei de monnik, ‘dat de mensen in het dorp boven ook zo zullen zijn.’
Filed under Aflevering 4-65, De kortste weg by myrtedejong on 22 augustus 2011 at 09:56
no comments
Tijl Uilenspiegel ging op een dag met zijn buidel over zijn schouder te voet naar de volgende stad. Op een gegeven moment hoorde hij hoefgekletter in de verte en een poos later stopte een koets naast hem. De koetsier had enorme haast en riep: ‘Zeg me snel, hoe ver is het naar de volgende stad?’
Tijl Uilenspiegel antwoordde: ‘Als u langzaam rijdt duurt het een half uur, maar als je snel rijdt doet u er twee uur over, mijn heer.’ ‘Ach stomme nar,’ schold de koetsier en hij zette de paarden aan tot een snelle galop en de koets verdween snel uit het blikveld van Tijl Uilenspiegel.
Tijl liep op zijn elfendertigst langs de weg, die vele haarspeldbochten bevatte. Na ongeveer een uur zag hij voorbij een bocht een koets in de berm liggen. De vooras was gebroken en het was dezelfde koetsier die zich vloekend inspande om de koets weer te repareren. De koetsier wierp Tijl Uilenspiegel een woedende blik toe, waarop deze alleen maar zei: ‘Ik zei toch, als je langzaam rijdt, een half uur.’
Filed under Aflevering 4-64, De kortste weg by myrtedejong on 18 augustus 2011 at 08:35
no comments
Een jonge man nam het kosterschap van het Anglicaanse kerkje in Milford over van zijn vader, die het weer had overgenomen van zijn vader. Alleen kon de jongeman niet lezen en schrijven, maar dat maakte hem geen minder goede koster. Toen kwam er een nieuwe dominee. Toen hij hoorde dat zijn koster analfabeet was, riep hij hem bij zich en ontsloeg hem, want het zou een schande zijn voor de kerk.
Helemaal in de war ging de koster lopend naar huis, maar onderweg verdwaalde hij. Hij zocht zijn sigaren, maar had ze niet bij zich. Toen hij een sigarenzaak zocht kon hij er geen vinden. Prompt ging hij op zoek naar een geschikt winkelpandje en opende een sigarenzaak. Binnen enkele maanden liep die als een trein en kon hij er een zaakwaarnemer in zetten. Hij ging op zoek naar andere plekken waar nog een gat in de markt was. Na een aantal jaren was hij directeur van een grote winkelketen met overal vestigingen. Van zijn analfabetisme had hij geen last, want betrouwbare mensen regelden alles wat met lezen en schrijven te maken had.
Toen werd hij uitgenodigd voor een televisie-interview, over zijn leven en zijn ondernemingen. Als laatste stelde de presentator de vraag: ‘Ik heb gehoord dat u analfabeet bent en u hebt het toch zo ver geschopt, wat zou u geweest zijn als u wel had kunnen lezen en schrijven?’
Met een glimlach zei de man: ‘Koster van het kerkje van Milford.’
Filed under Aflevering 4-63, De kortste weg by myrtedejong on 15 augustus 2011 at 12:34
no comments
Een man woonde in een grote Amerikaanse stad. Hij verdiende de kost met de verkoop van hotdogs langs de weg. Zijn oren waren niet zo best, daarom luisterde hij nooit naar de radio. Zijn ogen waren ook niet meer zo goed, daarom las hij geen krant en keek hij niet naar de televisie. Zijn hotdogs waren prima en hij zette beschilderde borden neer om de mensen dat duidelijk te maken. Steeds meer mensen kochten zijn lekkere hotdogs. Daarom bestelde hij steeds meer worsten en kocht hij ook een grotere oven. Eigenlijk had hij hulp nodig en hij vroeg zijn zoon die op de universiteit studeerde.
Toen de zoon van de plannen van zijn vader hoorde, sloeg hij de handen tegen zijn hoofd en riep: ‘Vader, heb je dan de radio niet gehoord? Heb je het niet op de televisie gezien? We hebben te maken met een stevige recessie! Alles loopt razendsnel terug.’
Toen zei de vader tegen zichzelf: ‘Mijn zoon studeert aan de universiteit, hij leest de krant, luistert naar de radio en kijkt televisie, hij zal het wel weten.’
Vanaf dat moment bestelde hij minder, haalde zijn reclameborden naar binnen en bespaarde zich de moeite, zijn hotdogs uitbundig aan te prijzen. Het duurde niet lang of zijn handel stortte helemaal in.
Een paar dagen daarna zei de vader tegen zijn zoon: ‘Je hebt gelijk. We zitten inderdaad middenin een enorme recessie.’
Filed under Aflevering 4-62, De kortste weg by myrtedejong on 9 augustus 2011 at 13:02
no comments
Een oude boer had al jaren lang bij het ploegen van zijn akker een grote steen omzeild. Diverse ploegscharen had hij al gebroken op die steen en hij was dat ding meer dan zat.
Toen hij op een dag weer een ploegschaar op de steen had gebroken en hij bedacht hoeveel ellende die steen hem in de afgelopen jaren had bezorgd, besloot hij eindelijk om er iets aan te doen.
Toen hij een groot breekijzer onder het stuk steen zette, ontdekte hij tot zijn stomme verbazing dat die maar een paar centimeter dik was zodat hij hem met de voorhamer met gemak aan stukken sloeg.
Toen hij de brokstukken aan het afvoeren was, moest hij glimlachen, terugdenkend aan alle ellende die dat stuk steen hem in al die jaren bezorgd had en hoe makkelijk het was geweest om er eerder vanaf te komen.
Filed under Aflevering 4-61, De kortste weg by myrtedejong on 4 augustus 2011 at 19:57
no comments
Op een dag liep Waarheid over straat, net zo naakt als op de dag van zijn geboorte. Als gevolg liet niemand hem in zijn huis toe. Zodra mensen een glimp van hem opvingen, gingen ze er snel vandoor.
Op een dag toen Waarheid een beetje triest rondliep kwam hij Parabel tegen. Parabel was gekleed in prachtige kleren met mooie kleuren. En Parabel zei, toen hij Waarheid zag: ‘Zeg eens, buurman, hoe komt het dat je er zo triest uitziet?’ Waarheid antwoordde hem verbitterd: ‘Ach, broeder, het gaat slecht, heel slecht. Ik ben oud, erg oud en niemand wil iets met me te maken hebben.’
Toen Parabel dat hoorde, zei hij: ‘Mensen gaan er heus niet vandoor omdat je oud bent, want dat ben ik ook. Erg oud zelfs. Juist hoe ouder ik ben, hoe meer mensen op me gesteld zijn. Ik zal je een geheim vertellen. Iedereen houdt ervan als zaken een beetje verpakt worden en wat vrolijker worden gemaakt. Laat ik je wat van mijn prachtige kleren lenen en je zult zien dat de mensen die je nu aan de kant duwen, je in hun huis zullen uitnodigen en blij zullen zijn met je gezelschap.’
Waarheid volgde de raad van Parabel op en trok de geleende kleren aan. Vanaf dat moment gaan Waarheid en Parabel hand in hand.
Filed under Aflevering 4-60, De kortste weg by myrtedejong on 27 juli 2011 at 15:16
no comments
‘Dat kan ik niet geloven,’ zei Alice.
‘Kun je dat echt niet?’ zei de koningin met spijt in haar stem, ‘probeer het nog eens, haal diep adem en doe je ogen dicht.’
Alice lachte ‘Het heeft geen zin om dat te proberen,’ zei ze, ‘je kunt onmogelijke dingen niet geloven.’
‘Ik durf te zeggen dat je weinig ervaring hebt opgedaan,’ zei de koningin, ‘toen ik net zo oud was als jij, deed ik het altijd een half uur per dag. Soms had ik al zo’n zes onmogelijke dingen geloofd voor het ontbijt.’
Filed under Aflevering 4-52, De kortste weg by myrtedejong on 25 juli 2011 at 11:01
no comments
Een Arabisch verhaal gaat over een spion die gevangen genomen was en ter dood veroordeeld door een generaal van het Perzische leger. De generaal had de merkwaardige gewoonte om een veroordeelde een keuze voor te leggen. Hij kon kiezen voor de dood door het vuurpeloton of voor de zwarte deur.
Toen het moment van de executie naderde, liet de generaal de veroordeelde voor zich geleiden om hem een laatste vraag te stellen. Hij vroeg hem: ‘Wat zal het zijn, ga je voor het vuurpeloton of ga je door de zwarte deur?’
Dat bleek geen makkelijk vraag, de gevangene aarzelde, maar liet daarna weten dat hij toch koos voor het vuurpeloton. Kort daarna maakte een geweersalvo duidelijk dat het wrede lot aan hem was voltrokken. De generaal staarde naar zijn laarzen, wendde zich tot zijn adjudant en zei: ‘Wat is dat toch dat mensen altijd de bekende weg verkiezen boven de onbekende. Het kenmerkt mensen dat ze bang zijn voor het ongedefinieerde. Ik gaf hem net toch een eerlijke keus?!’
‘Wat is er dan achter de zwarte deur?’ vroeg de adjudant. ‘De vrijheid,’ antwoordde de generaal, ‘maar ik heb maar een paar mensen meegemaakt die moedig genoeg waren om daarvoor te kiezen.’
Filed under De kortste weg, aflevering 4-59 by myrtedejong on 25 juli 2011 at 09:59
no comments
Een man wil een schilderij ophangen. Hij heeft wel spijkers, maar geen hamer. Zijn buurman heeft er wel een. Dus besluit de man naar hem toe te gaan om die hamer te lenen. Op dat moment begint hij echter te twijfelen: ‘Stel je voor dat de buurman zijn hamer niet wil lenen? Gisteren groette hij me ook al zo vluchtig. Misschien had hij haast. Of misschien deed hij alleen maar alsof en heeft hij iets tegen mij. Wat dan? Ik heb hem nooit iets gedaan, wat denkt hij wel? Als iemand gereedschap van mij zou willen lenen, zou ik het hem meteen geven. Waarom hij dan niet? Waarom zou iemand zijn medemens niet zo’n eenvoudige dienst bewijzen? Mensen als die vent maken je het leven zuur, en dan verbeeldt hij zich nog wel dat ik afhankelijk van hem ben. Alleen omdat hij een hamer heeft. Nu is de maat toch echt vol.’
En dus stormt hij naar de buren en belt aan. De buurman doet open, maar nog voor hij ‘goedemorgen’ heeft kunnen zeggen, schreeuwt de man hem toe: ‘Je mag die verrekte hamer houden, pummel!’
Page 1 of 712345»...Last »
Recente reacties