| Mogelijk en onmogelijk

De wereldverbeteraar was moe en de wereld was nog niet verbeterd. Hij besloot naar zijn leermeester te gaan, die in een huisje aan de oever van een groot meer woonde. Op deze rustige plaats hoopt hij nieuwe   energie en nieuwe ideeën op te doen. De meester ontving hem op de veranda, bood hem een stoel aan en zette theewater op.

Na de klacht van zijn leerling te hebben aangehoord, zat hij een tijdje te peinzen. Toen stond hij op, nam een schep theeblaadjes, liep naar de rand van het meer en gooide de theeblaadjes erin. Even kleurde een deel van het  water, maar de kleurstof loste al spoedig op in de grote watermassa. 

Vervolgens schepte de meester een lepel theeblaadjes in een kopje en  schonk er water op. Het water kleurde roodbruin en geurde kruidig. De meester nam een slokje van de thee en zei: ‘een groot meer kan door één  lepel niet veranderd worden, een kopje thee wel.’ Hij keek de leerling aan en sprak: ‘Streef het mogelijke na, jaag het onmogelijke niet na en  leer het onderscheid tussen beide goed kennen.’

De boer en de manager.

Een herder hoedt zijn kudde schapen op een ver en verlaten veld, als hij een blinkend nieuwe Peugeot 607 in een stofwolk ziet naderen.

De bestuurder, een man, elegant gekleed in een pak van Versace, schoenen van Gucci, een bril van Ray Ban en een stropdas van Yves-Saint-Laurent, stopt, leunt uit het raam en zegt: “Als ik jou precies kan vertellen hoeveel schapen jij hebt, krijg ik er dan eentje van je?”

De herder kijkt de Yup aan en zegt: “Oke, waarom niet.”

De Yup trekt onmiddellijk zijn laptop van Dell op zijn schoot en verbindt deze via Bluetooth met zijn mobieltje van KPN. Hij maakt een GPRS-verbinding met internet, surft naar een website van NASA en selecteert een navigatie-systeem om zijn exacte positie te bepalen. Hij stuurt vervolgens de data naar een andere satelliet van NASA, die het hele gebied scant en hem een ultra scherpe foto stuurt. De Yup opent Adobe Photoshop en stuurt de foto naar een laboratorium in Hamburg dat hem na enkele seconden een e-mail stuurt op zijn Palm Pilot met de bevestiging dat de foto is bewerkt en opgeslagen.
Via een ODBC-connectie maakt hij verbinding met een MS-SQL-database en in een sheet van Excel met honderden ingewikkelde formules laadt hij alle data via de e-mail van zijn Blackberry. Na enkele minuten genereert het programma een antwoord van 150 pagina’s in kleur en de Yup drukt deze af op zijn mini-HP-laserjet.

Hij kijkt de herder aan en zegt: “Je hebt exact 1586 schapen.” “Dat klopt”, zegt de herder, “je mag dus een schaap uitzoeken.” De Yup stapt uit, zoekt een dier uit en doet hem in zijn achterbak. Hij maakt aanstalten om te vertrekken.
“Hé, wacht eens”, zegt de herder dan, “als ik jouw beroep kan raden, geef je dan m’n dier terug?” De Yup denkt even na en zegt: “Oke, waarom niet.” De herder zegt zonder twijfelen: “Je bent een Manager.” “Ongelooflijk”, zegt de Yup, “hoe weet je dat?” “Da’s niet zo moeilijk”, zegt de herder, “je verschijnt terwijl niemand daarom gevraagd heeft, je stelt een vraag waar niemand op zit te wachten, en je wilt betaald worden voor een antwoord terwijl ik dat antwoord al weet. Bovendien begrijp je helemaal niets van mijn werk. Dus geef mijn hond maar terug.”

| Proberen of doen

Een goeroe raadde zijn studenten aan om drie keer per dag te mediteren. De meeste van zijn volgelingen keken hem wat bezwaard aan. Hun  commentaar was bijna gelijkluidend: ‘Ik zal het proberen.

De goeroe knikte ernstig en terwijl hij terug liep naar zijn zitplaats, viel het boek  dat hij onder zijn arm had op de grond. Verstoord draaide hij zich om, bukte voorover, reikte naar het boek, maar greep er tien centimeter   naast. Keer op keer greep hij vergeefs naar het boek.

Zijn studenten keken hem verbijsterd aan. ‘Probeer jij het ook eens,’ daagde de goeroe één van hen uit. De student liep naar het boek, boog voorover, pakte het boek en reikte het zijn goeroe aan.

Die sloeg boos het boek uit de handen van de student en zei: ‘Ik vroeg je niet het boek op te pakken, ik  vroeg je alleen maar het te proberen!’

De boom en de fluit

De boom en de fluit

Er  was  eens  een  boom,  een  onbekende  boom,  geplant  door  een onbekende ergens aan een waterkant. De boom leefde daar breed uit. Hij had vele takken en hij droeg de forse stem van de wind en de doodse stilte van de avondlucht.

In de winter was het leven kaal en zwiepend op de harde wind met zijn twijgen als veelgekleurde vuisten vol nieuwe beloften stond hij te wachten tot het lente werd. Ga je gang, knipoogde de voorjaarszon en dan kwam hij weer langzamerhand toe aan zijn oude  groene  uitbundigheid.  Zijn  takken  liepen  uit  en  de  bloesem van ingehouden leven ontsloot zich.

Als de zomer kwam maakte hij een donkere hand gevuld met schaduw,  gratis voor  iedereen. Soms een paraplu tegen de stromende regen. Zo leefde de boom met al zijn takken jaar in jaar uit. Zijn kracht verbergend en ontplooiend, op en neer in telkens vier seizoenen.

Op een dag kwam een man gewapend met een mes en de takken hielden van louter schrik het ruisen in. Er was geen ontkomen aan. De mooiste tak werd afgesneden en de man nam hem mee naar huis, een dode tak voorgoed weg uit de stam en uit het leven weggesneden. Weggevallen uit de schaduw van velen, onopvallend en straks natuurlijk vergeten.

Wat is een tak voor een boom? Drie dagen later kwam de man weer terug en de boom stond windstil van doodsangst met al zijn takken. Welke tak zou vandaag het lot treffen?

Maar kijk, de man ging aan de voet van de boom zitten en blies op de afgesneden tak die hij zijn blokfluit noemde. Hij speelde een lied en de boom verstomde. ‘Horen jullie mij?’ zong de tak, ‘ik leef, meer dan ooit   tevoren, ik leef, ik fluit, ik zing.’

De boom en de fluit

Er  was  eens  een  boom,  een  onbekende  boom,  geplant  door een onbekende ergens aan een waterkant. De boom leefde daar breed uit. Hij had vele takken en hij droeg de forse stem van de wind en de doodse  stilte van de avondlucht..

In de winter was het leven kaal en zwiepend op de harde wind met zijn twijgen als veelgekleurde vuisten vol nieuwe

beloften stond hij te wachten tot het lente werd. Ga je gang, knipoogde de voorjaarszon en dan kwam hij weer langzamerhand toe aan zijn oude  groene uitbundigheid. Zijn  takken  liepen  uit  en  de  bloesem  van ingehouden leven ontsloot zich.

Als de zomer kwam maakte hij een donkere hand gevuld met schaduw,  gratis voor iedereen. Soms een paraplu tegen de stromende regen. Zo leefde de boom met al zijn takken jaar in jaar uit. Zijn kracht verbergend en ontplooiend, op en   neer in telkens vier seizoenen.

Op een dag kwam een man gewapend met een mes en de takken hielden van louter schrik het ruisen in. Er   was geen ontkomen aan. De mooiste tak werd afgesneden en de man  nam hem mee naar huis, een dode tak voorgoed weg uit de stam en uit het leven weggesneden.

Weggevallen uit de schaduw van velen, onopvallend en straks natuurlijk vergeten. Wat is een tak  voor een  boom? Drie dagen later kwam de man weer terug en de boom stond windstil van doodsangst met al zijn takken. Welke tak zou vandaag het lot treffen?

Niet alles in één keer

De mollah, die prediker was, kwam in een zaal om te spreken. De zaal  was leeg, op een jonge stalmeester na, die op de eerste rij zat. De mollah  dacht na: ‘Zal ik spreken of het maar liever laten?’ Tenslotte vroeg hij de stalmeester: ‘Er is niemand behalve jij. Vind je dat ik moet spreken of  niet?’  

De  stalmeester  antwoordde:  ‘Heer,  ik  ben  een eenvoudig  man, daar heb ik geen verstand van. Maar als ik in een stal kom en zie dat alle paarden weggelopen zijn en er maar een gebleven is, zal  ik hem toch te eten geven.

De mollah nam dit ter harte en begon met zijn preek. Hij sprak meer dan twee uur. Daarna voelde hij zich zeer verkwikt en gelukkig en wilde van de toehoorder weten of zijn preek   goed was. ‘Hoe is mijn preek je bevallen?’

De stalmeester antwoordde:  ‘Ik heb al gezegd dat ik een eenvoudig man ben en dat ik er niet zo veel   verstand van heb. Maar als ik in een stal kom en zie dat alle paarden zijn weggelopen op één na, zal ik hem toch te eten geven. Ik zou hem echter niet het voer geven dat voor alle paarden was bestemd.’

| Het venster en de spiegel

|  Het venster en de spiegel

Er was eens een man, die rijk en ongelukkig was. In de hoop vreugde in het leven terug te vinden ging hij raad vragen bij een rabbijn.

De rabbijn ging met hem voor een raam staan en sprak tot hem: ‘Kijk  eens door dit venster en vertel me wat je ziet.’

‘Ik zie mensen op straat die heen en weer lopen.’

Toen hield de rabbijn hem een spiegel voor en zei: ‘Kijk eens in deze  spiegel en vertel me wat je ziet.’

‘Ik zie mezelf!’ riep de man uit.

‘En de anderen, zie je die niet meer?’ vroeg de rabbijn. ‘Denk er dan aan dat het venster en de spiegel allebei gemaakt zijn van glas. Alleen is er  bij de spiegel achteraan een laagje zilver op gezet. Door het zilver zie je alleen nog jezelf, terwijl je door het glas van het venster de anderen kunt zien. Dat is ook bij jou gebeurd: toen je nog arm was, zag je de anderen en had je medelijden met hen. Nu je bedekt bent met zilver, zie je alleen nog jezelf. Misschien moet je het laagje zilver wegkrabben zodat je de anderen weer kunt zien en gelukkig wordt.’

| Bidden met mond of hart

Twee mannen zijn onderweg van de ene stad naar de andere. De een is  rijk, de ander is arm. Het is tijd voor het avondgebed en de ene reciteert   uit zijn hoofd het Achttiengebed. Een lang gebed, erg lang. De ander houdt zijn hand voor zijn ogen. Zegt het alfabet. De eerste lacht zijn metgezel uit: ‘Noem je dat bidden, jij onwetende stommeling?’

De  andere man zegt: ‘Ik kan niet bidden, dus ik geef God de letters en hij  maakt er wel een gebed van.’

’s Nachts wordt de eerste hevig ziek. Alsof het leven uit hem wegvloeit.  Hij roept tot God: ‘Wat heb ik gedaan dat ik dit verdien?’ Hij hoort een   stem die zegt: ‘Dit is omdat je mijn dienaar hebt bespot.’

De zieke man  zegt: ‘Maar hij kon niet eens bidden!’ De stem: ‘Je vergist je. Hij kon  bidden, want hij deed het met heel zijn hart. Jij weet de zinnen en de woorden, maar er is alleen maar mond en geen hart.’

Roddelen

Een boer die allerlei roddelpraat over iedereen vertelde, kreeg spijt en vroeg aan de rabbijn hoe hij boete kon doen.

‘Verzamel een zak vol kippenveren, ga daarmee het hele dorp door  en leg op ieder erf bij elke deur een veer.’ De boer deed wat hem was  opgedragen en vroeg aan de rabbi of hij daarmee genoeg had gedaan.

‘Nee, nog niet,’ zei de rabbi, ‘nu moet je een zak nemen, langs al die  huizen gaan en elke veer die je er hebt neergelegd weer oppakken en verzamelen.’ ‘Maar dat is toch een onmogelijke opgave,’ protesteerde de boer. ‘De meeste veren zijn al lang door de wind weggeblazen.’

Toen antwoordde de rabbi: ‘Zo is het nu ook met jouw roddelpraatjes.  Je spreekt ze zo gemakkelijk uit, maar hoezeer je het ook probeert,  terughalen kun je ze niet.’

Page 7 of 7« First...«34567

Categorieën