Een man van tachtig die nooit iets gemankeerd had, kreeg last van doofheid. Eerst leek het onschuldig en zijn vrouw verdacht hem ervan dat hij behoorlijk Oost-Indisch doof was. Maar het werd erger en erger en aan een gehoorapparaat had hij niets. Zowel hij als zijn directe omgeving hadden er veel last van. Uiteindelijk ging hij, met tegenzin, naar een oorarts. Deze onderzocht hem aan alle kanten, deed gehoortests, maakte foto’s en stelde vast dat een ingrijpende operatie uitkomst zou bieden. De kans op herstel van zijn gehoor was groot. De operatie slaagde en toen hij voldoende hersteld was en het verband was verwijderd, overhandigde de dokter hem de rekening. Toen de man de enveloppe opende, schoten zijn ogen vol tranen. De dokter schrok en zei ‘als u het bedrag niet kunt betalen, kunnen we wel een regeling treffen’. De oude man zei ‘dat is niet nodig, ik kan het prima betalen, maar ik bedacht ineens dat God mij voor tachtig jaar scherp gehoor nooit een rekening heeft gestuurd.’
Scherp gehoor
De dokter genezen
Er was een hele goede arts, die beroemd was om zijn diagnoses en zijn behandelmethoden. Mensen kwamen overal vandaan naar zijn spreekkamer. Maar op een dag liep er een patint binnen van wie de dokter, zeer tot zijn ongenoegen, niet kon zeggen wat hij mankeerde, zodat hij hem ook niet kon behandelen. Wanhopig vroeg hij de patiënt om te wachten en hij rende naar zijn spirituele leermeester, vertelde hem wat er gebeurd was en vroeg hem om raad. ‘Zit er niet over in’, zei de meester ‘je hebt het volgende stadium bereikt en hoeft niet meer te weten wat je patiënt mankeert. Je hoeft alleen maar je hand op je patiënt en te leggen en ze zullen genezen.’ De dokter spoedde zich naar huis, legde zijn handen op de patiënt en hij werd inderdaad genezen. De jaren daarna kwamen zieken van over de hele wereld en de dokter legde slechts zijn handen op hen om hen beter te maken. De dokter werd rijk en gelukkig, totdat op een dag een patiënt binnenkwam, op wie de dokter zijn handen legde, zonder dat er iets gebeurde. Opnieuw rende hij naar zijn meester, vertelde hem wat er gebeurd was en vroeg hem weer om raad.
‘Niks aan de hand’, zei de meester, ‘je hebt weer een nieuw niveau bereikt en je hoeft niet langer je handen op je patiënten te leggen om ze te genezen, je hoeft ze alleen maar in de ogen te kijken om ze te genezen.’ De dokter haastte zich naar huis, keek de patiënt in de ogen en hij werd inderdaad beter. De jaren daarna kwamen mensen overal vandaan en de dokter keek ze in de ogen en genas ze. Hij werd rijker en gelukkiger, totdat op een dag een patiënt bij hem kwam die niet beter werd toen de dokter hem in de ogen keek.
Weer rende hij naar zijn leermeester, vertelde hem wat er gebeurd was en vroeg om raad. ‘Geen zorgen’, zei de meester, ‘je hebt opnieuw een hoger stadium bereikt. Je hoeft je patiënten niet meer in de ogen te kijken om ze te genezen. Het is voldoende als je je geest open stelt voor je patiënten. Als gedachten van je patiënten opvangt, zullen ze genezen. De volgende jaren zat de dokter elke dag in zijn mooie spreekkamer, opende zijn geest voor alle zieke mensen in de wereld die zijn hulp nodig hadden. Zodra hij hun gedachten opving, werden ze genezen.
Hij vroeg er geen geld voor, want dat had hij niet meer nodig. En hij was gelukkig doordat hij zoveel mensen kon helpen. Tot hij op een dag in zijn spreekkamer zat en er niets gebeurde. Hij kon geen enkele gedachte meer opvangen. Nogmaals rende hij naar zijn leermeester, vertelde hem wat er gebeurd was en vroeg hem om raad.
‘Geen probleem’, zei de meester, ‘je hebt nu het hoogste stadium bereikt, je bent nu zelf genezen en hoeft niemand meer beter te maken.
Wind
Moeder was een week geleden overgebracht naar een verpleeghuis. Zelfstandig wonen ging gewoon niet langer. De kinderen maakten zich wel zorgen over hoe dat zou gaan. Moeder was niet de makkelijkste en was erg gehecht aan haar zelfstandigheid. Na een paar dagen hadden ze een afspraak met de verpleeghuisarts en daarna zouden ze hun moeder bezoeken. De verpleeghuisarts was niet ontevreden. Moeder leek zich aardig op haar gemak te voelen in het huis en knoopte af en toe een praatje aan met een medebewoner. Ze leek al aardig de weg te weten in het verpleeghuis. Er was wel iets dat het verplegend personeel was opgevallen en wat verontrustend leek: van tijd tot tijd zakte ze in haar stoel scheef naar een kant. Als een verpleegster dan toesnelde om haar weer overeind te zetten, zakte ze scheef naar de andere kant. Zo ging dat een tijdje door. Een verklaring had de arts nog niet.
Toen de kinderen bij moeder kwamen, en vroegen: ‘En moeder, hoe is het hier?’ mopperde zij meteen: ‘Ik vind het hier verschrikkelijk en ik wil zo snel mogelijk naar huis!’. Geschrokken vroegen ze: ‘Maar waarom dan, volgens de dokter gaat het best goed.’ ‘Je mag hier nog geen wind laten’ was haar antwoord.
Opperhoofd en medicijnman
Iedere indianenstam heeft zijn opperhoofd. De Chief. Herkenbaar aan zijn grote, kleurrijke verentooi en zijn grote tent in het midden van het kamp. Hij geeft het sein tot het opbreken van het kamp en het vertrek. Hij bepaalt in welk gebied de mannen gaan jagen en iedereen benadert hem met gepast respect. Ook is hij degene die rechtspreekt als er problemen zijn.
Maar op de achtergrond is het de Medicijnman die de dienst uitmaakt. Zonder grote tent en zonder hoofdtooi. Op de achtergrond. Hij is degene die werkelijk weet, wat de boodschappen van de goden zijn en waar de tekenen in de natuur op duiden. Wanneer het goede moment is aangebroken om te vertrekken, wie een gevaar vormt voor het voortbestaan van de stam. Uiteindelijk bepaalt hij, meer dan het opperhoofd, wie blijft leven en wie sterft.
Gek maar niet dom
De chauffeur van een bestelbus, onderweg naar een psychiatrisch ziekenhuis, ontdekte dat hij een lekke band had. Op het terrein van het ziekenhuis zette hij zijn bus op de krik en draaide de bouten van het wiel los. Door een onhandige beweging rolden de vier bouten een put in. De put was diep en het bleek onmogelijk om ze eruit te halen. De chauffeur zat met de handen in het haar en wist niet wat hij doen moest. Een patiënt kwam aangewandeld en zag de man daar moedeloos zitten en vroeg wat er aan de hand was. De chauffeur vertelde hem het hele verhaal.
‘Nou’, zei de man, ‘dat is toch simpel op te lossen, kunnen chauffeurs niet nadenken of zo?’ ‘Hoe dan?’ vroeg de chauffeur verbaasd. ‘Simpel, je draait uit de drie andere wielen een bout, daarmee zet je het reservewiel vast. Zo rijd je naar de dichtstbijzijnde garage waar je vier nieuwe wielbouten koopt.’
‘Wat doe jij in zo’n ziekenhuis, als je zulke slimme oplossingen kunt bedenken?’ riep de chauffeur uit. ‘Ik ben dan wel gek, maar niet dom!’ antwoordde de patiënt.
Ziekenhuis genezen
Tijl Uilenspiegel kwam in Neurenberg en hoorde dat het ziekenhuis overvol was. De mensen hadden het er zo goed, dat sommigen er zo lang mogelijk bleven, in plaats van weer zo snel mogelijk aan het werk te gaan. Tijl ging de directeur van het gasthuis opzoeken en gaf zich uit voor wonderdokter. ‘Voor tweehonderd goudstukken zal ik al uw zieken genezen,‘ bood hij aan, ‘u behoeft me pas te betalen, als ze allemaal vrijwillig het ziekenhuis verlaten hebben, omdat ze zich genezen gevoelen.’ Daar kon hij zich geen buil aan vallen, dacht de directeur, en hij nam het aanbod aan.
De volgende dag verscheen Uilenspiegel in het ziekenhuis, deftig in het zwart gekleed als een geleerde dokter. Met elk van de zieken had hij een onderhoud onder vier ogen hij vertelde -wat niemand mocht doorvertellen – dat hij een geheime drank zou klaarmaken, die alle zieken genas. En hij boog zich voorover en fluisterde verder: ‘Ik moet er een van jullie voor verbranden en uit zijn as mijn drank bereiden. Wie ik daarvoor neem, kan mij natuurlijk niet schelen, want ik ken jullie geen van allen. Ik zal er de ziekste maar voor uitzoeken. Morgenochtend kom ik met de directeur op de zalen en dan zal ik roepen: ‘Wie genezen is, kan vertrekken.’ Wie wil, kan dan weggaan. Uit de overblijvende zoek ik dan degene uit, die met zijn leven dat van de anderen redden moet.’
De volgende morgen betrad Tijl met de directeur de ene zaal na de andere. Het bleek, dat iedereen zich al tot vertrekken gereed had gemaakt en toen Tijl riep: ‘Wie zich genezen voelt, kan gaan,’ liep de hele zaal leeg. Allen, tot de werkelijke zieken toe, haastten zich om weg te komen, liever dan de kans te lopen, verbrand te worden. Toen alle zalen ontruimd waren, was de directeur erg in zijn nopjes met de wonderbare massagenezing en betaalde grif de tweehonderd goudstukken uit.
Een paar dagen later kwam de ene zieke na de andere zich weer melden, maar de wonderdokter was al lang afgereisd.
Een glas melk
Op een dag liep een jonge knul met de naam Howard langs de deuren om spulletjes te verkopen. Het geld had hij nodig om zijn schoolgeld te betalen. Zijn maag knorde. Hij besloot om bij het volgende adres iets te eten de vragen. Maar de moed zonk hem in de schoenen toen een mooie jonge vrouw de deur opendeed. Daarom vroeg hij alleen om een glas water. Omdat ze vond dat hij er niet zo gezond uitzag, bracht ze hem een groot glas melk. Hij dronk het langzaam op, genietend van iedere slok. Toen vroeg hij: ‘Hoeveel krijgt u van me’? ‘Niets natuurlijk’, was het antwoord, mijn moeder heeft me geleerd om niet te laten betalen voor vriendelijkheid.’ ‘Dank u, uit de grond van mijn hart!’, zei de jongen.
Toen Howard Kelly het huis verliet, voelde hij zich zowel lichamelijk als mentaal een stuk sterker. Hij stond op het punt het bijltje erbij neer te gooien, tot dat glas melk.
Jaren later werd de jonge vrouw ernstig ziek. De artsen in het plaatselijke ziekenhuis stonden voor een raadsel. Ze stuurden haar naar het Academisch ziekenhuis. Daar werd zij de patiënte van Dr. Howard Kelly! Toen hij hoorde uit welke plaats zij kwam, lichtten zijn ogen op. En toen hij haar zag, herkende hij haar direct. Hij zette alles wat hij aan expertise had in om haar te genezen en na een lang gevecht overwon zij de ziekte.
Dr. Kelly vroeg de administratie om de rekening naar hem te sturen. Hij bekeek hem, krabbelde iets in de hoek en stuurde hem naar de patiënte. Zij was bang om de enveloppe te openen, want hoe zou ze zo’n bedrag ooit op kunnen brengen? Uiteindelijk maakte ze hem toch open en haar oog viel op de krabbels in de hoek. Er stond: ‘Betaald met een glas melk, getekend Dr. Howard Kelly.’
Telefoonoplader
Ons ziekenhuis heeft zalen die aan de gangkant open zijn. Eenpersoonskamers zijn er alleen voor patiënten die geïsoleerd moeten liggen. En uiteraard trekken we een gordijn om de bedden heen als er privacy nodig is.
Een patiënt is ‘s avonds laat binnengebracht en rond middernacht is haar dochter nog op de afdeling, totdat alles voor haar moeder geregeld is. Wie schetst mijn verbazing als ik vanaf de gang zie dat zij naar het bed van de patiënt aan de overkant loopt, de stekker van de pomp van het infuus uit het stopcontact trekt en de stekker van haar telefoonoplader in het contact steekt. Uiteraard kwam mijn collega aanrennen, gealarmeerd door de pieptoon. Geschrokken maken we haar duidelijk dat dat stopcontact zeker niet bestemd is voor haar telefoonoplader en dat ze niet zomaar een stekker ergens uit mag trekken. Nota bene de stekker van een infuuspomp.
De dame in kwestie maakt zo’n misbaar over de noodzaak om haar telefoon op te laden, nu haar moeder zo ziek was, dat we ons genoodzaakt zien om de beveiliging te waarschuwen om haar van de afdeling af te brengen.
U raadt het al: korte tijd daarna ontving het ziekenhuis een officiële klacht over de wijze waarop zij behandeld was.
Honderduit verhalen over gezondheid en zorg
Over gezondheid en zorg valt veel te verhalen. Over patiënten en patsers, doktoren en dokteren, zusters en zuchters, pillen en poeders, kwalen en kwakzalvers, kinds en kinderlijk, wonden en wonderen, domoren en doorzetters, geluk en geloof, lijden en leiden.
Sommige verhalen zijn levensecht, uit het leven gegrepen. Andere zijn wereldvreemd of uit de duim gezogen. Weer andere ontroerend of onthutsend, grimmig of grappig. Met flair of een beetje flauw.
En soms is het van allebei wat. En of we morgen gezond weer opstaan, is een vraag en geen weet.
BMC Zorg heeft aandacht voor uw vragen, vanuit betrokkenheid bij de zorgvragers, de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars. Als partners, niet als (bed)weters.
Graag wensen we u veel leesplezier, met een glimlach, een lachsalvo, een frons of een traan.Je kunt er de vergadering mee openen, een patiënt mee opbeuren of een tekst mee kleuren. Je kunt er ideeën mee oproepen, de wachtkamer mee verlevendigen en zelfs de tijd doden.
Trouw
Het was een drukke morgen op de polikliniek. Rond acht uur kwam een man van rond de tachtig binnen om de hechtingen in zijn duim te laten verwijderen. Hij zei meteen dat hij haast had, want hij had een volgende afspraak om negen uur. Ik vroeg hem te gaan zitten want het kon meer dan een uur duren voor hij aan de beurt was. Maar omdat ik toch niet bezig was met een andere patiënt besloot ik zijn wond direct te bekijken en ik merkte dat ze goed dichtgroeide. Ik overlegde met een van de dokters en pakte het nodige om de hechtingen te verwijderen en de wond te verzachten. Terwijl ik bezig was vroeg ik, gezien zijn haast, of hij een afspraak had met een andere dokter. Hij antwoordde: ‘Nee, maar ik moet naar het verpleeghuis om er met mijn vrouw te ontbijten.’ ‘Wat mankeert uw vrouw?’ vroeg ik. ‘Ze heeft de ziekte van Alzheimer.’ ‘Neemt ze het u kwalijk als u te laat komt?’ ‘Och, ze weet niet eens meer wie ik ben, ze herkent me al vijf jaar niet meer.’ ‘En u gaat er nog elke morgen naar toe, ook als zij niet weet wie u bent?’ Hij glimlachte en terwijl hij mij enkele klopjes op mijn hand gaf zei hij: ‘Zij herkent mij niet meer, maar ik weet nog wel wie zij is.’

Recente reacties