Malin Persson Giolito – Tussen twee vuren

Indringende, subtiele roman over een onhandelbaar jongetje van acht en het grijsgebied in de jeugdzorg.

De achtjarige Axel is zo op het oog niet het leukste klasgenootje. Luidruchtig, agressief, onhandelbaar. Gelukkig voor hem heeft hij een onderwijzeres en een schoolverpleegster die begrijpen dat kinderen zich niet zomaar opstellen omdat ze geboren etterbakken zijn. Hier is meer aan de hand.

Stukje bij beetje wordt Axels drama door Giolito blootgelegd. Axels thuis is allesbehalve rooskleurig te noemen, met een egocentrische moeder die drinkt als een vis en een vader die nog meer dorst heeft.

Op dat moment is Axel al in de molen van de jeugdzorg beland, met gezinsvoogden en advocaten en hulpverleners die het beste met de jongen voorhebben, maar toch falen het kind op juiste wijze op te vangen.

Tussen twee vuren krijgt een moorddadige wending wanneer Axels vader thuis wordt doodgestoken en de jongen weigert te vertellen wat er is gebeurd. Maar dit boek heeft een te indringende maatschappelijke lading voor een echte misdaadthriller, noch is het een boude aanklacht dat de Jeugdzorg in Zweden niet zou voldoen.

Genuanceerd

De personages worden sterk uitgewerkt en ingekleurd op een manier waardoor het verhaal zich kan ontwikkelen tot een subtiele, volwassen en niet gechargeerde roman. Geloofwaardige mensen zetten de nodige vraagtekens bij zichzelf en het systeem waarin ze werkzaam zijn.

Zonder moralistische vinger brengt Giolito genuanceerd over het voetlicht hoe jeugdzorg ondanks alle inspanningen een vlechtwerk is met mazen dat wordt gerund door werknemers met een eigen verhaal.

Het levert een waardevolle roman op over goede bedoelingen die niet altijd toereikend zijn.

Uitgeverij: De Kern

Vertaling: Corry van Bree

| De rijkste man

Een rijke  landeigenaar,  genaamd Carl, reed vaak om zijn landgoed heen, om zichzelf te feliciteren met zijn enorme bezit. Op een dag, toen hij weer rond zijn bezit reed op zijn favoriete paard, zag hij Hans, een  oude pachter. Hans zat onder een boom, toen Carl voorbij kwam. ‘Ik was juist God aan het danken voor het eten’, zei Hans.

Carl protesteerde: ‘Als dat alles was wat ik te eten had, zou ik niet gaan zitten danken.’ Hans antwoordde: ‘God heeft me alles gegeven wat ik nodig heb en daar ben ik dankbaar voor. Apart trouwens dat u nu langskomt, want ik had vannacht een droom waarin een stem zei dat de rijkste man van het dal vannacht zou sterven. Ik weet niet wat het betekent, maar het leek me goed het u te vertellen.’ Carl sneerde  ‘dromen zijn bedrog’ en hij galoppeerde weg. Maar hij kon die woorden maar niet vergeten: ‘de rijkste man van het dal zal vannacht overlijden.’

Hij was zonneklaar de rijkste man van het dal, dus nodigde hij nog diezelfde avond zijn arts uit bij hem thuis. Hij vertelde de dokter wat Hans gezegd had. Na een uitgebreid onderzoek zei de dokter: ‘Hans,  je bent zo gezond en sterk als een paard, jij gaat echt niet de pijp uit vannacht.’

Niettemin, voor de zekerheid, bleef de dokter bij Carl en ze speelden een  kaartspel  de  hele  nacht  door.  De  dokter  vertrok  de  volgende ochtend en Carl verontschuldigde zich dat hij zich zo op stang had laten jagen door de droom van de oude man.

Rond negen uur arriveerde een koerier bij Carls deur. ‘Wat is er?’, vroeg Carl.  De  koerier  legde  uit: ‘Het  gaat  om  oude  Hans,  hij  is  in  zijn  slaap overleden vannacht.’

Échte CJG’ers!

Bron: Binnenlands Bestuur | Door Floor de Booys

Eind 2011 hebben alle 418 gemeenten een Centrum voor Jeugd en Gezin, waarin eigengereide professionals van diverse pluimage moeten samenwerken. Hoe zorg je ervoor dat dat ook daadwerkelijk gebeurt?

Op de parkeerplaats van de lommerrijke uitspanning ‘Het Wapen van Zoetermeer’ staat een groep mensen in een kring. Ze hebben allemaal een lange houten stok vast. De kring zet zich in beweging. Iedereen laat zijn eigen stok los en neemt de stok van zijn of haar voorganger over. Er klet teren aardig wat stokken op de grond. Pas na een tijdje oefenen vallen er geen stokken meer.

Dit is géén flauwe grap op een vrijgezellenfeest waar de drank al rijkelijk vloeide. De deelnemers zijn allemaal professionals in de jeugdzorg of het onderwijs en werkzaam in het Centrum voor Jeugd en Gezin Meerpunt, dat bijna een jaar bestaat. De gemeente Zoetermeer heeft de training ‘Wie het weet, mag het zeggen – samenwerken voor Jeugd en Gezin’, van organisatie-adviseur Corina Schenk en haptotherapeute Ineke Dicker ingekocht voor alle professionals van het CJG. Meer dan honderd professionals schreven zich in voor de trainingen die tot het einde van dit jaar worden gegeven.

Ineke Dicker staat op de parkeerplaats toe te kijken hoe de groep het ervan afbrengt met de stokken. Ze ziet ‘allemaal interessante processen zich afspelen’. ‘Die oefening lijkt kinderspel, maar het maakt heel mooi inzichtelijk hoe mensen samenwerken’, aldus Dicker. ‘Je ziet dat veel mensen zich alleen maar concentreren op hoe ze de stok van hun voorganger over kunnen pakken. Ze laten hun eigen stok gewoon uit hun handen vallen, hebben geen oog voor degene die hun stok moet overpakken. Zo gaat dat in een organisatie, waar moet worden samengewerkt, ook vaak. Het wordt pas een geoliede machine, als je ook taken goed overdraagt aan je opvolger.’

Smeltkroes
Samenwerking is essentieel in een ketenorganisatie als het Centrum voor Jeugd en Gezin waarin maatschappelijk werkers, jeugdartsen, consultatiebureau-artsen, jeugdverpleegkundigen, mensen uit de jeugdzorg, het welzijnswerk, de Zorg Advies Teams (ZAT) en diverse andere professionals in de jeugdzorg moeten samenwerken aan de opdracht: ´Eén Gezin, Eén Plan’. Volgens organisatie- adviseur Corina Schenk, is het CJG geen nieuwe voorziening, maar een nieuwe manier van werken. ‘Het is een complexe smeltkroes van belangen omdat voor het eerst de “eigenwijze” werelden van onder meer zorg, onderwijs en openbaar bestuur bij elkaar worden gebracht.’

Schenk stond aan de wieg van CJG het Meerpunt in Zoetermeer en bedacht samen met haptotherapeut Ineke Dicker de training. Afspraken om samen te werken zijn niet nieuw, maar tot nu toe ontwikkelde zich volgens Schenk nog geen ‘groter geheel’. ‘Het CJG-model kan deze functie wel bieden en écht van toegevoegde waarde zijn’, meent Schenk. Maar dan moet er wel draagvlak zijn voor het CJG. ‘Nu komen beroepskrachten nog regelmatig in een spagaat terecht. Ze moeten verantwoording afleggen aan hun leidinggevende bij bijvoorbeeld de GGD en dan ook nog aan de coördinator van het CJG. Dat kan moeilijkheden opleveren. Ik sprak een jeugdarts die dolgraag meer tijd wil steken in het CJG, maar daar van haar leidinggevende geen uren voor krijgt.’

In Zoetermeer komt dit niet meer voor. Alle ketenpartners van het CJG het Meerpunt hebben een convenant getekend, waarin staat dat ze allemaal hun steentje bij zullen dragen. Corina Schenk: ‘Iedereen ziet de meerwaarde van het CJG in.’

Stapje
Belangrijkste opdracht is volgens Schenk dat de professionals en beroepskrachten ‘échte CJG’ers’ worden. Dat betekent soms dat je als professional een stapje terug moet doen. Ineke Dicker speelde in de training een casus na. ‘Er bleken vijftien professionals met een gezin bezig te zijn. Vind je het gek, dat de moeder de bomen door het bos niet meer zag?

Ik heb met het naspelen van de casus heel scherp gekeken of al die vijftien professionals ook echt een toegevoegde waarde hadden voor het gezin. Is het werkelijk nodig dat er een algemeen maatschappelijk werker én een schoolmaatschappelijk werker om de tafel zitten? We kwamen tot de conclusie dat een delegatie van vijf professionals genoeg was en wel zo overzichtelijk voor de moeder van het betreffende kind.’

Wantrouwen
Om echt samen te werken, moet je elkaar eerst leren kennen en vertrouwen. Leo Cok, sinds vorig jaar CJGondersteuner vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, merkt dat er over en weer nog aardig wat wantrouwen is. ‘Gemeenten kunnen mijn hulp inroepen als ze opstartproblemen hebben met het CJG.” Wat Cok opvalt, is dat er achter de deur van het CJG nog aardig wat ‘eilandenrijkjes’ zijn. ‘De professionals denken nog te veel vanuit hun eigen discipline. Het valt me ook op hoe weinig de diverse ketenpartners van elkaar weten. Ze kennen elkaar vaak niet eens. En dan is het al gauw: ‘onbekend, maakt onbemind’. Het mooie is dat ze door de vorming van een CJG nu met elkaar in contact komen. En dat ze in plaats van langs elkaar heen werken, toch meer gaan samenwerken.’ Dat is een eerste stap, vindt Cok.

Spoorboekje  
In Zoetermeer is een ‘Spoorboekje’ ingesteld om de diverse organisaties wegwijs te maken en de hulpverlening goed op elkaar te laten aansluiten. Over ‘Papieren Kinderen’ mag niet meer worden gesproken. Alle professionals moeten het kind tenminste een keer hebben gezien voordat ze met elkaar in overleg gaan. Dat klinkt haast te mooi om waar te zijn en ook behoorlijk arbeidsintensief. ‘Het is een investering, maar die betaalt zich dubbel en dwars terug, omdat je daarna veel sneller kunt schakelen’, aldus Roel Pots, voorzitter bij het Openbaar Primair Onderwijs Zoetermeer. In Zoetermeer is het onderwijs vanaf het begin actief betrokken bij het CJG.

‘We zijn misschien wat trager op gang gekomen dan andere gemeenten, maar dat levert ons nu juist een voorsprong op. We hebben veel geleerd van de ervaringen van andere CJG’s’, vertelt Mariëtte van Leeuwen, wethouder Jeugd (Lijst Hilbrand Nawijn) van Zoetermeer. Dat de Jeugdzorg straks wordt overgeheveld van provincie naar gemeente, vindt de wethouder een positieve ontwikkeling. ‘Het geeft ons de kans om de zorg voor de jeugd van het laagdrempelige CJG tot de zwaardere, tweedelijns zorg, helemaal binnen de gemeente te regelen en af te stemmen.’  

Tegen verkokering
Het concept van Centra voor Jeugd en Gezin is in 2007 door voormalig minister André Rouvoet van Jeugd en Gezin (ChristenUnie) opgericht om de verkokering in de jeugdzorg tegen te gaan. De afgelopen 4 jaar zijn overal Centra voor Jeugd en Gezin opgericht. Eind dit jaar moeten alle 418 gemeenten een CJG hebben. De teller staat medio 2011 op 87 procent, de verwachting is dat het netwerk van CJG’s eind dit jaar dekkend is. Niet overal slaat het CJG direct aan. Deventer besloot onlangs drie CJG-inlooppunten te sluiten, omdat er te weinig ouders op af kwamen: slechts 24 in een heel jaar. Het CJG wordt nu gevestigd op plekken waar ouders wél komen: consultatiebureaus en scholen. In Rheden en Pijnacker-Nootdorp gebeurt hetzelfde. In 2016 worden de CJG’s geëvalueerd. 

Synergie?
Puck Winnubst , studente aan de Universiteit van Amsterdam, sluit haar Master Opvoedondersteuning af met een onderzoek naar ‘De synergie in het CJG’. Aan haar onderzoek doen zestien CJG’s mee, onder meer die uit Bloemendaal, Tilburg, Spijkenisse, Kampen en Amsterdam. Eén deel van het onderzoek gaat over de multidisciplinaire samenwerking. 63 procent van de respondenten zegt tevreden te zijn over die samenwerking, 8,6 procent is ontevreden, 28,1 procent is ‘niet ontevreden maar ook niet tevreden’.

Overstappen of samenreizen: dat gaat zo maar niet!

Hoofdredactioneel commentaar  – door Peter Paul J. Doodkorte

In de afgelopen dagen had ik verschillende ontmoetingen waarin de complexiteit van de toegang tot passende zorg aan de orde was. Vooral voor kinderen, jongeren en volwassenen die te maken hebben met met een zorgvraag waarbij de aangewezen hulp bestaat uit meerdere componenten is deze complexiteit groot. De grondslag voor het verlenen van die componenten is vaak verbonden met verschillende (soms elkaar uitsluitende) beleids- en financieringsregelingen. Er zijn allerlei belemmeringen, waardoor de start van zorg vaak een zoektocht langs en door een administratief en tijdrovend labyrint is.

Slechts door (te) veel inzet op het doorlopen daarvan is de aangewezen zorg te regelen. Dit levert aan de voorkant (start zorg) naast ongewenste en onnodige frustratie bij dienstverleners zowel als zorgvragers ook ongewenste vertraging van tijdige interventie op. Voor veel van hen is juist dat een tijdige interventie één van de belangrijkste kwaliteitsaspecten. In die gesprekken moest ik onwillekeurig denken aan een lijstje van  5, nee 25 problemen rond de invoering van het OV-chipsysteem

De OV-chipkaart moet reizen eenvoudiger maken, maar het systeem kent een aantal fundamentele problemen die pijnlijk duidelijk maken dat het systeem en niet de mens centraal staat.

Ik daag de lezer uit mij aan te tonen dat niet minstens 20 van de navolgende 25 knelpunten die golden of gelden bij de invoering van de OV-chipkaart dagelijks net zo hard opgaan voor het systeem van indicatiestelling in de sfeer van onderwijs, zorg en arbeid.

22 problemen met OV-chipsysteem

  1. Het systeem is niet intelligent opgezet
  2. Overstappen? Dat gaat zomaar niet!
  3. Reizen wordt sowieso duurder
  4. Sociale veiligheid wordt lang niet overal geboden
  5. Inschakelen OV-chipkaart voor trein is gedoe
  6. Treinreizen wordt ingewikkelder
  7. Abonnementhouders kunnen gestraft worden voor legaal reizen
  8. Er wordt geen samenreiskorting verleent
  9. De reiziger gaat van de file in de file
  10. Waar het systeem faalt, krijgt de reiziger de schuld
  11. Onhandigheid van de klant wordt hard gestraft
  12. Verkeerde poortje, dubbele rekening
  13. Er heerst een complete tarievenchaos
  14. Prijzen zijn lastig te controleren
  15. Er is opleiding nodig om met de kaart te werken
  16. Privacy is een zorgenkind
  17. Privacy is duur
  18. Anonimiteit is moeilijk te regelen of onmogelijk
  19. Het systeem wordt opgedrongen
  20. Het systeem is nog niet af
  21. De vervoerder staat central
  22. De OV-chipkaart is niet simpel

De problemen rond de OV-chipkaart hebben binnen politiek en bestuur tot de nodige commotie geleidt. Inmiddels zijn dan ook – verrassend snel – de nodige knelpunten rond de OV-chipkaart uit de wereld geholpen. Hoe anders ligt dat in de zorg.

Betere dienstverlening in tijden van heroverweging – dat is de opdracht waarvoor de overheid zich de komende tijd gesteld ziet. Burgers vinden de veelheid aan regelingen in zorg, welzijn, onderwijs en sociale zekerheid onoverzichtelijk. Ze willen een helder aanbod en geen bureaucratische rompslomp. Een efficiëntere overheid kan daarbij volgens mij ook samengaan met betere dienstverlening.

Het belang van integrale indicatiestelling moet niet onderschat worden. Als de vraag complexer is en op verschillende wetten betrekking heeft, neemt het risico op afstemmingsproblemen toe en werken organisaties sneller langs elkaar heen. Bekende voorbeelden zijn de woningaanpassing en de zorg thuis, de vervoersvoorzieningen in relatie tot deelname aan het arbeidsproces en de re-integratie van jonggehandicapten op de – lokale – arbeidsmarkt.

Integrale indicatiestelling kan participatie dichterbij brengen. Het inzicht groeit dat de ondersteuning van burgers compensatie van hun beperkingen moet opleveren, zodat ze zelfstandig kunnen functioneren en kunnen meedoen in de samenleving.

Inkomensondersteuning, re-integratie, het leren van de taal, scholing, zorg en maatschappelijke ondersteuning gericht op participatie – als het even kan op de arbeidsmarkt en wanneer dat niet aan de orde is in maatschappelijke organisaties – zijn effectiever en efficiënter wanneer ze op maat en in samenhang dan wanneer ze gefragmenteerd en onafhankelijk van elkaar worden ingezet.

Wet- en regelgeving en het bekostigingsstelsel in de hiervoor bedoelde domeinen zijn niet toegesneden op het kunnen aanbieden van brede zorgarrangementen. Waar bestaande wet- en regelgeving een belemmering vormen voor de ontwikkeling en het gebruik van deze arrangementen is aanpassing gewenst. Waar wet- en regelgeving worden gemist, zal deze moeten worden ontworpen. En voor de ontwikkeling daarvan zal regelvrijheid en experimenteerruimte moeten worden geschapen. Het gaat over:

  • de noodzaak om juist aan de voorkant door integraliteit van aanpak (1 systeem/1 aanpak= passe partout) te komen tot zorgarrangementen welke de stapeling van zorg en administratieve procedures voorkomen in plaats van bewerkstelligen
  • de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om die andere arrangementen van zorg te ontwikkelen maar vooral ook onderdeel te laten zijn van de reguliere verantwoording;
  • de wegen die professionals bewandelen om die transitie naar andere arrangementen in gang te zetten.

Een dergelijke aanpak kan een forse bijdrage leveren aan een groot aantal gewenste ontwikkelingen in de zorg:

  • duurzame en ook op termijn houdbare zorg;
  • de juiste zorg op tijd en op maat;
  • andere functie- en rolinhoud van professionals, meer passend op de behoeften van de klant en de samenleving van de toekomst;
  • vergroting arbeidsproductiviteit van professionele zorg door focus op het te bereiken resultaat in plaats van de te doorlopen procedures;
  • ontschotting door niet alleen cure, care en preventie met elkaar te verbinden maar ook zorg, welzijn en wonen;
  • ontbureaucratisering.

Duidelijk moge zijn dat nieuwe concepten van toegang- en verantwoording van zorgprocessen en een daarop ingerichte organisatie van zorg het mogelijk maakt om de nu nog dominante concepten van (organisatie van) zorg worden doorbroken. In het goede geval lukt het een belangrijk aantal hardnekkige problemen, die zich op dit moment voordoen, op te lossen. Verwacht mag worden dat hiervan het nodige kan worden geleerd over de aanpak van hardnekkige problemen in andere gevallen.

Zelfhulpgroep voor grootouders die kleinkinderen niet mogen zien

Bron: Omroep Brabant

EINDHOVEN – Het is een nachtmerrie van opa’s en oma’s: je eigen kleinkinderen niet mogen zien. Toch gebeurt dat veel. Getroffen grootouders hebben daarom een zelfhulpgroep in het leven geroepen.

De opa’s en oma’s zijn boos op Bureau Jeugdzorg. Volgens hen is dat de grote boosdoener. De grootouders kunnen buiten de zelfhulpgroep nergens terecht, zeggen ze. Volgens Bureau Jeugdzorg ligt de beslissing bij de rechter. Jeugdzorg zegt de opa’s en oma’s daarom niet te kunnen helpen.

Gemeenten gestraft voor verzet bestuursakkoord

Bron: Binnenlands Bestuur

Het kabinet zet het mes in het gemeentefonds als vergelding voor het verzet van de gemeenten tegen het bestuursakkoord met het Rijk.

Handreiking geschrapt
Minister van Binnenlandse Zaken Donner maakte bekend een eerdere handreiking van het kabinet van honderd miljoen euro te schrappen. In de onderhandelingen over het bestuursakkoord waren de gemeenten erin geslaagd dat bezuinigingsbedrag op de regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) van tafel te krijgen. Na het gedeeltelijk afwijzen van het bestuursakkoord door een grote meerderheid van de gemeenten, heeft het kabinet gister die teruggedraaide korting toch weer op de agenda gezet.

Achter de hand
De honderd miljoen euro die de gemeenten minder krijgen, worden door de CDA-bewindsman apart gezet. Dat geld houdt Donner achter de hand voor gemeenten die in de financiële problemen komen door de reorganisatie van de sociale werkvoorzieningen. Als dat geld niet wordt gebruikt, krijgt het in 2015 een andere bestemming.

Bestuursakkoord
De gemeenten stemden vorige maand tegen de werkparagraaf in het bestuursakkoord omdat zij zich grote zorgen maken over de gevolgen van de bezuiniging op de sociale werkplaatsen. Met de rest van het akkoord willen de gemeenten wel aan de slag gaan. Donner zegt dat nu ook te willen.

Onvoldoende
Het aanbod van het kabinet om 100 miljoen extra te reserveren is volgens de brancheorganisatie voor sw-bedrijven onvoldoende om de bezuinigingen op de sociale werkvoorziening het hoofd te bieden.’Dit zet geen zoden aan de dijk’, stelt Cedris-voorzitter Leemhuis-Stout. ‘Wel is het een begin dat het kabinet de noodzaak ziet voor een extra reservering. Er is echter nog steeds onvoldoende geld om de 500.000 mensen die straks op Werken naar vermogen zijn aangewezen, te helpen aan een passende baan.’

Commissie-Westerlaken
Cedris reageert hiermee op een voorstel van het kabinet om het overleg over het bestuurakkoord met de gemeenten vlot te trekken. Vorige week nog hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Cedris de commissie-Westerlaken ingesteld om te kijken naar het perspectief van de sociale werkvoorziening onder Werken naar vermogen. ‘Zo kan er een gezaghebbende, onafhankelijke uitspraak worden gedaan over reële (financiële) randvoorwaarden voor de uitvoerbaarheid van Werken naar vermogen’, aldus Leemhuis, ‘zodat de impasse tussen het Rijk en gemeenten op dit dossier wordt doorbroken’.

Niet haalbaar
Eerder al stelde Cedris dat de grootste zorg voor de sector is dat er de komende jaren nauwelijks geld is om Werken naar vermogen uit te voeren. Het VNG-bestuur is blij dat ook het kabinet wil doorgaan met belangrijke afspraken uit het bestuursakkoord, maar is het volstrekt niet eens met de korting op de RUD’s. ‘De efficiencyvoordelen waar het kabinet van uitgaat zijn niet haalbaar, het wordt moeilijk om de ambities op dit terrein waar te maken,’ vindt het bestuur.

Amsterdam: ‘Scholier in megaschulden’

Bron: gemeente Amsterdam

Scholieren met schulden staan voor gemiddeld 8700 euro in het krijt bij schuldeisers. De smartphone is daar voor een groot deel debet aan.

Dat blijkt uit een inventarisatie van de gemeente Amsterdam op de budgetspreekuren van 34 mbo’s, schrijft Trouw donderdag.

De problemen zouden zich ook elders in Nederland voordoen.

Leerlingen zijn volgens de gemeente in een soort ‘telefoonwedloop’ verwikkeld. Ze denken steeds luxere en betere telefoons nodig te hebben om erbij te horen. Veel jongeren kiezen een voor hen ongunstig abonnement, omdat providers ‘ondoorzichtige tarieven en complexe abonnementen’ aanbieden.

De leerlingen hebben vaak geen idee van de schuldenlast en het aantal schuldeisers. Daardoor stijgen de schulden ongemerkt. Bij sommigen is de schuld opgelopen tot 25 duizend euro.

De Amsterdamse wethouder van armoede Freek Ossel (PvdA) noemt de cijfers schokkend en vreest dat dit het topje van de ijsberg is. Hij pleit voor meer voorlichting op scholen.

Overlap tussen ADHD en ASD

Bron: promotieonderzoek

Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD) en autisme spectrum stoornissen (ASD) worden in psychiatrische handboeken strikt van elkaar gescheiden. Pas de laatste jaren wordt duidelijk dat er overlap tussen beide aandoeningen is. Judith Nijmijer bracht deze overlap nader in kaart. Kinderen kunnen in de toekomst sneller één heldere (combinatie)diagnose krijgen. Dat scheelt frustratie en verwarring, zeker ook voor de ouders.

Onderzoek
Voor haar proefschrift onderzocht Nijmeijer aard en oorsprong van ASD-symptomen bij kinderen met ADHD. Zij deed dat in een grote internationale databank met gegevens over kinderen met ADHD en hun familie. Kinderen met ADHD en hun broertjes en zusjes hebben meer ASD-symptomen dan gezonde controlekinderen, zo blijkt. Niet alleen hebben zij problemen in sociale interactie, maar ook communicatieproblemen en stereotype en rigide gedrag kwamen vaak voor. Ook blijkt dat broers en zussen op elkaar lijken wat betreft de ernst van de ASD symptomen.

De kans dat kinderen behalve ADHD ook ASD-symptomen hebben, is groter bij kinderen die bepaalde varianten van risicogenen hebben, maar alleen bij kinderen van wie de moeder rookte tijdens de zwangerschap, of die een laag geboortegewicht hadden. Deze bevindingen laten zien dat de interactie tussen genen en omgeving belangrijk is bij het ontstaan van ASD symptomen bij kinderen met ADHD.

Promotie
Judith Nijmeijer (Hoogeveen, 1978) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek bij de afdeling Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool BCN. Het onderzoek werd medegefinancierd door NWO, ZonMW, de Sophia Stichting, het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Amerikaanse National Institute of Health. Nijmeijer is in opleiding tot psychiater in het UMCG. Promotie 8 juni 2011

Adviesrapport over verankering VVI

Bron: Actiz

Op 8 juni is het adviesrapport ‘Zo vroeg mogelijk’ overhandigd aan Marcelis Boereboom, directeur-generaal Langdurige Zorg. Het rapport geeft advies en aanbevelingen voor de verankering van de innovatie Vroeg, Voortdurend, Integraal (VVI) op de netwerken Integrale Vroeghulp op de korte en lange termijn.

Zo vroeg mogelijk

Het advies  ‘Zo vroeg mogelijk’ sluit aan bij de opvattingen van de Staatssecretaris – zoals zij die heeft verwoord in haar brief van 8 maart 2011 aan de Tweede Kamer – voor een verbeterde aanpak van complexe zorg aan cliënten met probleemgedrag. Het advies ‘Zo vroeg mogelijk’ gaat over die bewuste aanpak en formuleert op welke wijze op een zo vroeg mogelijk moment op het gebied van zorg en onderwijs de juiste stappen voor kind en gezin kunnen worden gezet, zodat op latere leeftijd en de lange termijn veel kosten worden bespaard. Het advies van Chiel Bos is tot stand gekomen op verzoek van de ministeries VWS en OCW in samenwerking met partners van VVI en de betrokken beleidsdirecties.

Advies

De adviesaanvraag omvat een viertal aandachtsgebieden, namelijk de verspreiding/verankering van de innovaties van VVI in de netwerken Integrale Vroeghulp, de inbedding van de innovatie binnen de plannen van stelselwijziging, de condities die dit aan de regionale samenwerking stelt en een voorstel voor de regie van de ketenorganisatie.

Voor de korte termijn wordt gepleit voor een klein, maar slagvaardig landelijk coördinatieteam in de vorm van een college VVI, voor de komende drie jaar. Dit college faciliteert mede met het oog op de nieuwe stelsels voor jeugdzorg en passend onderwijs alle betrokken partijen om de innovaties uit de pilots in alle regio’s te implementeren.

Uitstel bezuinigingen passend Onderwijs, CDA-Kamerlid Ferrier: “Ja, ik ben van mening veranderd”

Bron: Aob

Er komt een jaar uitstel voor de bezuinigengen op passend onderwijs. Met instemming van de CDA-fractie, die lange tijd juist vasthield aan een snelle invoering. CDA-Kamerlid Kathleen Ferrier: “Je moet bereid zijn om te erkennen dat je op bepaalde punten dingen niet goed hebt gezien.”

Hoe kijkt u aan tegen het uitstel van de bezuinigingen op passend onderwijs die minister Marja van Bijsterveldt bekendmaakte, terwijl onder meer uw fractie een dag eerder nog moties met een dergelijke strekking wegstemde?
“Ik ben ontzettend gelukkig met die temporisering. Ik heb op werkbezoeken gezien dat veel mensen niet zozeer problemen hebben met het bedrag van 300 miljoen dat wordt bezuinigd, maar vooral met de vaart waarmee het ging. Dat we tegen de moties hebben gestemd, was omdat we op dat moment nog op zoek waren naar een dekking. Het zal geen geheim zijn dat onze fractie daar achter de schermen met de minister over heeft meegedacht.”
Uw fractie heeft tijdens voorgaande debatten altijd betoogd dat de bezuinigingen op passend onderwijs haalbaar en noodzakelijk zouden zijn, ook met de vaart die de minister aanvankelijk voorstond. Bent u daarin dan van mening veranderd?

“Ja, ik ben van mening veranderd. Dat komt door wat ik tijdens mijn werkbezoeken gezien heb. Op een werkbezoek in Tilburg heb ik pas nog met alle betrokkenen gesproken. Die zeiden ook: je kan het stelsel beter en efficiënter organiseren, maar dat lukt niet binnen één jaar. En we hebben natuurlijk ook een CDA-partijcongres gehad waarin een meerderheid van de leden een signaal heeft afgegeven. Daar luister ik ook naar.”
Uw fractie heeft tot voor kort steeds vastgehouden aan het regeerakkoord. Was dat akkoord op dit punt dan toch niet zo goed doordracht?

“Nou, het was goed doordacht wat betreft het bedrag van 300 miljoen. Maar het punt is de vaart waarmee. Dat was toch teveel gevraagd.”
Het politieke dossier passend onderwijs wekt een op z’n minst rommelige indruk. Eerst wordt er stug vastgehouden aan een snelle start van de bezuinigingen ondanks veel protest, vervolgens wil het CDA-congres dat de bezuinigingen worden verzacht, dan sneuvelen moties die ‘temporisering’ bepleiten, een dag later komt de minister zelf met een besluit in die richting. En intussen waren de brieven over de bezuinigingen voor komend jaar aan de scholen al de deur uit. Wat moet het onderwijs hiervan denken?

“Ik hoop dat het onderwijs in ieder geval ziet dat de politiek oog heeft voor de realiteit. Dat ik oppak wat mensen mij in vele toonaarden hebben laten horen en dat ik mijn visie en positie daardoor verander. Ja, het geeft misschien een rommelige indruk. Het leven is rommelig. Als je wilt dat dingen goed gaan, moet je open staan voor voortschrijdend inzicht en bereid zijn om te erkennen dat je op bepaalde punten dingen niet goed gezien hebt. En daar het beleid op bijstellen. En als het dan weer te rommelig is, dan denk ik: we doen het ook nooit goed.”
Het uitstel bij passend onderwijs gaat onder meer ten koste van het budget voor prestatiebeloning voor leraren, iets waar u zo enthousiast over was.

“Nou, dat was vooral mijn collega van de VVD.”
Het CDA toch ook?

“Kijk, het is een kwestie die opgenomen staat in het regeerakkoord. Ik heb ervaren dat prestatiebeloning niet iets is waar het onderwijs erg op zit te wachten. En dat is voor mij natuurlijk ook een belangrijk signaal dat ik oppak. Ik heb gezien dat met name docenten in het zorgonderwijs zich al meer dan honderd procent inzetten. Mensen in het onderwijs zeggen: wij hebben liever dat die ombuigingen in het passend onderwijs zorgvuldig gebeuren.”
Er is nu een jaar extra tot de eerste bezuiniging. Wilt u die tijd ook benutten om de effecten van de bezuinigingen op het onderwijs te onderzoeken?

“Ik zal zeker in gesprek blijven met de raden, maar ook de mensen in het veld en werkbezoeken blijven afleggen. Ik vind het ook belangrijk dat men niet denkt ‘van uitstel komt afstel’, want dat is absoluut niet aan de orde. Wij houden vast aan die 300 miljoen.”
U sluit nu al uit dat u het komende jaar toch tot de conlusie zou kunnen komen dat 300 miljoen te veel gevraagd is?

Misschien krijgt u wel opnieuw voortschrijdend inzicht.

“Nou, dan had ik dat inzicht al echt wel gehad. Nee, ik hoor van heel veel mensen dat het bedrag van 300 miljoen niet het grote probleem is, maar de vaart waarmee het zou gaan. Daarom houd ik daar gewoon aan vast.”
Wij horen juist andere geluiden over die 300 miljoen. Wie spreekt u dan?

“Heel veel mensen, uit het onderwijs zelf maar ook ouders. Er moet echt iets gebeuren, het stelsel voor zorgleerlingen kan zo echt niet door. Ik sprak laatst twee moeders van zorgkinderen. Die zeiden tegen mij: er kan nog veel meer uit dan 300 miljoen.”

Page 1 of 17912345»102030...Last »

Categorieën