Filed under Aflevering 4-98, Aflevering 98 by christinebos on 9 januari 2012 at 11:58
no comments
Indringende, subtiele roman over een onhandelbaar jongetje van acht en het grijsgebied in de jeugdzorg.
De achtjarige Axel is zo op het oog niet het leukste klasgenootje. Luidruchtig, agressief, onhandelbaar. Gelukkig voor hem heeft hij een onderwijzeres en een schoolverpleegster die begrijpen dat kinderen zich niet zomaar opstellen omdat ze geboren etterbakken zijn. Hier is meer aan de hand.
Stukje bij beetje wordt Axels drama door Giolito blootgelegd. Axels thuis is allesbehalve rooskleurig te noemen, met een egocentrische moeder die drinkt als een vis en een vader die nog meer dorst heeft.
Op dat moment is Axel al in de molen van de jeugdzorg beland, met gezinsvoogden en advocaten en hulpverleners die het beste met de jongen voorhebben, maar toch falen het kind op juiste wijze op te vangen.
Tussen twee vuren krijgt een moorddadige wending wanneer Axels vader thuis wordt doodgestoken en de jongen weigert te vertellen wat er is gebeurd. Maar dit boek heeft een te indringende maatschappelijke lading voor een echte misdaadthriller, noch is het een boude aanklacht dat de Jeugdzorg in Zweden niet zou voldoen.
Genuanceerd
De personages worden sterk uitgewerkt en ingekleurd op een manier waardoor het verhaal zich kan ontwikkelen tot een subtiele, volwassen en niet gechargeerde roman. Geloofwaardige mensen zetten de nodige vraagtekens bij zichzelf en het systeem waarin ze werkzaam zijn.
Zonder moralistische vinger brengt Giolito genuanceerd over het voetlicht hoe jeugdzorg ondanks alle inspanningen een vlechtwerk is met mazen dat wordt gerund door werknemers met een eigen verhaal.
Het levert een waardevolle roman op over goede bedoelingen die niet altijd toereikend zijn.
Uitgeverij: De Kern
Vertaling: Corry van Bree
Filed under Aflevering 4-98, Aflevering 98 by christinebos on 9 januari 2012 at 11:56
no comments
Een rijke landeigenaar, genaamd Carl, reed vaak om zijn landgoed heen, om zichzelf te feliciteren met zijn enorme bezit. Op een dag, toen hij weer rond zijn bezit reed op zijn favoriete paard, zag hij Hans, een oude pachter. Hans zat onder een boom, toen Carl voorbij kwam. ‘Ik was juist God aan het danken voor het eten’, zei Hans.
Carl protesteerde: ‘Als dat alles was wat ik te eten had, zou ik niet gaan zitten danken.’ Hans antwoordde: ‘God heeft me alles gegeven wat ik nodig heb en daar ben ik dankbaar voor. Apart trouwens dat u nu langskomt, want ik had vannacht een droom waarin een stem zei dat de rijkste man van het dal vannacht zou sterven. Ik weet niet wat het betekent, maar het leek me goed het u te vertellen.’ Carl sneerde ‘dromen zijn bedrog’ en hij galoppeerde weg. Maar hij kon die woorden maar niet vergeten: ‘de rijkste man van het dal zal vannacht overlijden.’
Hij was zonneklaar de rijkste man van het dal, dus nodigde hij nog diezelfde avond zijn arts uit bij hem thuis. Hij vertelde de dokter wat Hans gezegd had. Na een uitgebreid onderzoek zei de dokter: ‘Hans, je bent zo gezond en sterk als een paard, jij gaat echt niet de pijp uit vannacht.’
Niettemin, voor de zekerheid, bleef de dokter bij Carl en ze speelden een kaartspel de hele nacht door. De dokter vertrok de volgende ochtend en Carl verontschuldigde zich dat hij zich zo op stang had laten jagen door de droom van de oude man.
Rond negen uur arriveerde een koerier bij Carls deur. ‘Wat is er?’, vroeg Carl. De koerier legde uit: ‘Het gaat om oude Hans, hij is in zijn slaap overleden vannacht.’
Filed under Aflevering 4-17, Aflevering 87 by myrtedejong on 1 maart 2011 at 09:50
no comments
Bron: De Stentor
Gedeputeerde Hans Esmeijer maakt zich zorgen over de toekomst van de jeugdzorg. Die ligt onder vuur. Volgens de plannen van het kabinet Rutte gaat de jeugdzorg vanaf 2014 over van de veertien provincies naar de ruim vierhonderd gemeenten. ,,Nu geven we er jaarlijks anderhalf miljard aan uit.
Straks, na de overgang, trekt het kabinet er voor de gemeenten eerst 300 miljoen van af.”
Een efficiency-korting, zo heet het. Maar Apeldoorner Esmeijer die na de verkiezingen van 2 maart stopt, gelooft daar niet in. ,,Ik denk niet dat het efficiënter wordt als al die gemeenten dat afzonderlijk moeten doen. Gelderland geeft er jaarlijks 160 miljoen aan uit. Dat doen we met vijftien ambtenaren. Straks zullen het er wellicht tien keer zoveel zijn.”
Deze week spraken in het tv-programma 1Vandaag diverse deskundigen op het gebied van de jeugdzorg ook al hun zorgen uit. Ze vinden dat er iets moet gebeuren. En dan vooral aan de ‘verlammende bureaucratie’. Een jeugdhulpverlener zei: ,,Zestig procent van de tijd ben ik tegenwoordig bezig met administratief werk achter de computer.” Esmeijer wees er onlangs in deze krant op dat de provincie Gelderland niet op jeugdzorg bezuinigt zolang het haar verantwoordelijkheid is. ,,Met extra geld hebben we de wachtlijsten fors kleiner gemaakt.”
Hoe hij de enorme groei van de jeugdzorg verklaart? ,,Ouders zijn meer dan vroeger onzeker over de opvoeding. Ze doen een beroep op professionals. Ouders en maatschappij stellen steeds hogere eisen aan kinderen. Dan krijg je al gauw teleurstellingen. De toleratie is minder. Wat vroeger fikkie stoken heette, noemt men nu vandalisme. Daarnaast zijn we veel alerter op kindermishandeling geworden, dat is weer positief.”
Hans Esmeijer was tien jaar Statenlid voor het CDA en de laatste twaalf jaar gedeputeerde voor deze partij. Jeugd- en sportbeleid en cultuur behoorden tot zijn takenpakket. Trots is hij op de totstandkoming onder zijn verantwoordelijkheid van zogenaamde ‘kulturhusen’. De combinatie van zorg, welzijn en cultuur. In Apeldoorn dokZuid. En bijvoorbeeld in Nunspeet en Oene in kleinere vorm. ,,Ik ging altijd met mijn gezin op vakantie naar Zweden. Daar zag ik die kulturhusen.’
Filed under Aflevering 98, Jaargang 3 by myrtedejong on 3 januari 2011 at 13:17
no comments
Meer opvangplekken voor slachtoffers jeugdprostitutie, niet minder
Opinie
Arjan Erkel en Roelof van Laar
Het tekort aan opvangplekken voor meisjes die gedwongen in de prostitutie hebben gewerkt dreigt verder toe te nemen door het stoppen van een subsidieregeling (RUPS). Honderden meisjes krijgen hierdoor niet de hulp die ze nodig hebben en lopen een groot risico opnieuw seksueel uitgebuit worden. Door de subsidie te beëindigen nemen de kosten voor de overheid alleen maar toe: onbehandelde trauma’s leiden op latere leeftijd vaak tot grote problemen.
In Nederland worden er jaarlijks naar schatting 1.500 minderjarige meisjes gedwongen om in de prostitutie te gaan werken. Pooiers gebruiken geweld, bedreiging en chantage om de meisjes te dwingen seks te hebben met wildvreemde mannen. Zodra het kan dwingen ze de meisjes achter de ramen in rosse buurten te gaan staan. Pooiers verdienen 1.000 euro per nacht, 7.000 euro per week aan een meisje. De meisjes zelf blijven met niets of grote schulden achter.
De aanpak van jeugdprostitutie schiet ernstig tekort. Veel meisjes hopen tevergeefs op redding door de politie of op een veroordeling van hun pooier door justitie. Als ze weten te ontsnappen aan het misbruik blijven hun pooiers maanden, soms zelfs jaren, op zoek naar hen. Daarom moeten deze meisjes zo snel mogelijk worden opgevangen in een veilige omgeving, buiten de gemeenten waar ze hebben gewoond en zijn uitgebuit. Hierdoor kijken alle overheden naar elkaar. De rijksoverheid wil dat gemeenten en provincies de rekening gaan betalen, maar zij willen niet betalen voor opvang van meisjes uit andere regio’s. Het Kabinet moet dus zorgen voor voldoende financiering, alleen dan hoeven bestaande plekken niet te verdwijnen en kunnen er nieuwe plekken worden gecreëerd.
Tot nu toe worden slachtoffers vaak in een gesloten jeugdinrichting of andere algemene opvang geplaatst. Ze krijgen daar niet de hulp die ze nodig hebben. In gemengde groepen worden deze meisjes vaak door anderen met de nek aangekeken, juist omdat ze in de prostitutie hebben gewerkt. In die opvang wonen vaak ook jongens die meisjes hebben misbruikt. ‘Klanten’ en slachtoffers horen niet in dezelfde voorzieningen. De meisjes lopen dan een groot risico nog een keer slachtoffer te worden; in de praktijk gebeurt dat ook. Door hen in een gemengde groep te plaatsen worden ze feitelijk van het raam naar de muur gestuurd.
De meisjes doen in de opvang alsof het wel goed met ze gaat. Zodra ze daar uitkomen gaat het vaak weer mis. Ze kampen met meerdere en complexe problemen, die gericht en tegelijkertijd aangepakt moeten worden. In een groep met alleen lotgenoten kunnen de meisjes hun ervaringen delen en zijn ze allemaal gelijk. Alleen daar kunnen ze zich helemaal richten op het verwerken van het verleden en het opbouwen van een nieuwe toekomst.
Niet alleen voor de meisjes is het tekort aan opvangplekken nadelig. Ook de schatkist zal er niet beter van worden. Traumatisering in de kindertijd heeft verstrekkende gevolgen. Iedere euro die geïnvesteerd wordt in het voorkomen, het stoppen en het behandelen van de gevolgen van trauma bij kinderen voorkomt een veelvoud aan kosten als deze kinderen later volwassen zijn.
De Nationaal Rapporteur Mensenhandel, UNICEF, Fier Fryslân en Stop Kindermisbruik hebben eerder al geconcludeerd dat er te weinig gespecialiseerde opvang is voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. Het nu ook nog schrappen van bestaande opvangplekken is voor honderden meisjes een ramp. Deze meisjes mogen niet van het raam naar de muur gestuurd worden, maar hebben recht op goede opvang, bescherming en behandeling. Het is dus tijd voor meer goede opvangplekken voor deze meisjes, niet minder.
Teken de petitie via www.stopkindermisbruik.nl.
Over de auteurs:
Arjan Erkel is oprichter van Stop Kindermisbruik en schrijver van diverse boeken, onder andere over zijn ontvoering in Dagestan. Hij geeft lezingen over het ontgijzelen van bedrijven en organisaties.
Roelof van Laar is sinds de oprichting van Stop Kindermisbruik lid van de directie. Hij is verantwoordelijk voor alle projecten en de interne organisatie.
De petitie wordt onderschreven door:
Arjan Erkel, schrijver
Froukje de Both, presentatrice en DJ
John Ewbank, componist en songwriter
Glennis Grace, zangeres
Vivian Reijs, schrijver en presentatrice
Wesley Sneijder, voetballer
Yolanthe Sneijder Cabau, actrice en presentatrice
En door:
Anke van Dijke en Linda Terpstra, directie Fier Fryslân
Evelien Hölsken en Roelof van Laar, directie Stop Kindermisbruik
Henk Kasbergen, voormalig directeur Jantje Beton en voorzitter RvT Stop Kindermisbruik
Theo Solen, voorzitter Raad van Bestuur RIWIS Zorg & Welzijn
Max Daniel, plv. korpschef politie regio Friesland
Filed under Aflevering 98, Jaargang 3 by myrtedejong on 3 januari 2011 at 13:15
no comments
Bron: UJC
Het eerste symposium van CJG’s en de tweede Jeugdzorgmarkt vonden op 30 november 2010 plaats in het Provinciehuis. UJC organiseerde het symposium ‘Schouder aan schouder’, Bureau Jeugdzorg de Jeugdzorgmarkt.
Deze activiteiten bleken te voorzien in een grote behoefte aan informatie en interactie over de Utrechtse jeugdzorg.
‘Elk CJG is gebouwd op de drie pijlers Informatie & Advies, Opvoed- & Opgroeipraktijk en Sluitende aanpak. Bij de implementatie van het CJG maakt elke gemeente keuzes. Nu 19 van de 29 CJG’s in de provincie draaien, kunnen we op dit symposium ervaringen en mogelijk al good practices met elkaar delen,’ aldus UJC-projectleider Lineke Witteman in haar welkomstwoord.
Schouder aan schouder
De naam van het symposium is ook de titel van een nummer van Marco Borsato en Guus Meewis. Na het welkomstwoord klinkt dit nummer dan ook door de zaal. Een danseres komt op en geeft een passende voorstelling. Eerst solo en daarna samen met het publiek. Na de schouders zo goed losgemaakt te hebben, gaat ieder naar de zelf gekozen workshops.
Workshops
In de workshops gaan de deelnemers aan de slag met onderwerpen uit de drie CJG-pijlers. Bij de workshops binnen het thema Informatie & Advies krijgen de deelnemers stellingen voorgelegd. Ze kunnen eerst reageren met een stemkaart (voor, tegen of neutraal) en dan inhoudelijk. Zo is er in de workshop ‘CJG-inlooppunt’ de stelling: ‘Het inlooppunt moet minimaal drie dagdelen open zijn’ en in de workshop ‘Laagdrempelige informatie en advies’ de stelling ‘Registratie past niet bij laagdrempeligheid’.
In de stellingen komen de verschillen in de CJG-implementatie goed naar voren: een centraal inlooppunt of ook wijkpunten, beperkte of ruime openingstijden, wel of geen spreekuren op basis- en middelbare scholen, ontvangst door een professional of een vrijwilliger, wel of geen registratie bij informatie en advies, et cetera. De bekendheid met de doelgroep is ook uiteenlopend. Zo geeft één gemeente zelfs aan: ‘We kennen alle gezinnen’.
Bekendheid van het CJG
De bekendheid van het CJG, of momenteel nog het gebrek daaraan, speelt volgens veel workshopdeelnemers een belangrijke rol bij het slagen van het CJG. Ineke van Gijssel, interim manager bij CJG Nieuwegein, zou graag Postbus 51-spotjes op tv zien en reclame op de trams.
‘Het CJG Veenendaal werkt op diverse manieren aan naamsbekendheid,’ vertelt workshopleider Jannie Roelofsen. ‘Onze naam is De Twyn (spreek uit: twijn). We zijn gevestigd in een voormalige wolfabriek. Het twijnen – in elkaar draaien van draden – is een proces voor versterking van de draad, een metafoor voor het CJG. Tweeduizend kinderen kregen bij de opening in september 2010 een t-shirt met de tekst: De Twyn – Centrum voor jeugd en gezin, en daarboven in grotere letters de leus: Gewoon vragen!. Verder verzorgt De Twyn tweewekelijks een column met een opvoedvraag in een lokale krant.’ Of het door de publiciteit komt of iets anders, feit is dat het inlooppunt in Veenendaal goed op gang is gekomen.
CJG volgens Erik van Winkelhoff
Na de twee workshops is er een plenaire afsluiting van het symposiumgedeelte door Erik van Winkelhoff. Voor de winnaar van de Utrechts Jeugdzorg Award 2009 is het CJG ‘nog een beetje een raadsel’. Hij is ‘beretrots’ op zijn werk. Hij is ook blij met de werkwijze van Bureau Jeugdzorg. ‘Jongeren worden nu echt gezien en gehoord. Ik hoop straks met het CJG nog meer,’ zegt hij.
Jeugdzorgmarkt
Na de lunch gaan de symposiumdeelnemers naar de markt met het jeugdzorgaanbod. Ook de medewerkers en genodigden van Bureau Jeugdzorg komen nu binnen. Het is een sfeervolle markt. De stands zijn echte marktkramen. Overal is het gezellig druk.
De markt is georganiseerd door Jacqueline Verhoeven van het Kenniscentrum Vraag en Aanbod van Bureau Jeugdzorg. Ze vertelt: ‘Voor onze medewerkers die doorverwijzen is het een nieuwe manier om het jeugdzorgaanbod te leren kennen. Tot vorig jaar gaven de instellingen een presentatie bij ons. In juni 2010 hebben we voor het eerst een markt georganiseerd. Die is bezocht door 70 medewerkers. De opzet is heel goed ontvangen door zowel medewerkers als instellingen. Daarom besloten we deze markt voortaan twee keer per jaar te houden.’
Aanbieders van Jeugdzorg
Jacqueline Verhoeven: ‘Uit de evaluatie van de eerste markt kwam naar voren dat er behoefte was aan uitbreiding met jeugd-ggz en lokale voorzieningen. Deze laatste groep is heel groot en zou zeker niet in ons kantoor passen. Toen UJC ons benaderde voor samenwerking, kwam het Provinciehuis als marktlocatie in beeld. Hier bleek plaats voor twintig kramen. We hadden daarmee ruimte voor de jeugd-ggz, het UMC en natuurlijk het CJG.’
Goed concept
Dat het concept goed aanslaat, bleek wel toen bekend werd dat er weer een markt zou komen. ‘Van alle kanten kregen we vragen om een kraam. Het was net een inktvlek. Maar we bewaken de scope zorgvuldig.’ Bij een rondje langs de kramen blijkt ook de interesse van de aanbieders. Zonnehuizen: ‘Het is belangrijk dat verwijzers weten waarvoor ze bij ons terecht kunnen. Daarnaast kunnen we aangeven welke plekken op dit moment open zijn.’ De Waag: ‘We willen bekendheid geven aan onze jeugdafdeling. Ook willen we vertellen over de veranderingen in onze organisatie, zodat mensen weer een actueel beeld hebben.’ Het UMC wil graag haar Lifestyle-programma voor dak- en thuisloze jongeren onder de aandacht brengen. De aanbieders vinden het daarnaast ook leuk om even in elkaars kraam te kijken.
Informatiebehoefte
Zowel het symposium als de jeugdzorgmarkt voorzagen in een grote informatiebehoefte, op een volgens de deelnemers ‘leuke en praktische manier’. Op het symposium waren bijna 100 deelnemers. Voor de jeugdzorgmarkt kwamen er nog eens 180 bij. De songtekst van Borsato en Meeuwis paste goed bij deze dag: ‘Schouder aan schouder met hetzelfde doel’.
Filed under Aflevering 98, Jaargang 3 by myrtedejong on 3 januari 2011 at 13:13
no comments
Bron: UJC
Het CJG in Bunschoten bestaat al sinds 2007 en heeft daarmee een voorsprong op de meeste CJG’s in de provincie. Hoe gaat het er in de praktijk aan toe? Met welke vragen lopen ouders binnen? Ujc.nl sprak erover met coördinator Annette de Wit en pedagoog Iris IJzendoorn van CJG Bunschoten.
Het CJG in Bunschoten is ontstaan uit een samenwerking tussen Centrum voor welzijn en hulpverlening De Boei en GGD Midden-Nederland. De Boei, waar Annette de Wit en Iris IJzendoorn beiden werken, heeft daarbij de coördinatie. Een aantal uren in de week zitten ze in het CJG. Tijdens de inloopspreekuren kunnen ouders, kinderen of jongeren er binnenlopen. Een lange tafel zorgt voor een huiselijk en laagdrempelig welkom. En toch komen er te weinig mensen, vinden De Wit en IJzendoorn.
Meer inloop
‘We willen meer inloop,’ zegt IJzendoorn. Gemiddeld komen er één à twee bezoekers per spreekuur. Volgens De Wit komt dit enerzijds omdat ouders problemen liever zelf oplossen. ‘Mensen wachten of sluiten hun ogen voor wat hun kind doet. Zelfs als de politie op de stoep staat of er allerlei signalen zijn dat het niet goed gaat met een kind, zeggen ouders soms nog: er is niets aan de hand.’ Anderzijds is het centrum niet voor iedereen vindbaar. En daar ligt ook haar taak als coördinator. Ze zorgt voor voorlichting, pr en overleg met andere organisaties. ‘Herhaling is de kracht,’ legt ze uit, ‘je moet het telkens weer opnieuw onder de aandacht brengen.’ Dat deed ze onder andere door een huis-aan-huiskrant over opvoeden te verspreiden. ‘Dat is een middel om weer even te zeggen: “We zijn er.”‘
Grenzen stellen
Hoewel de drempel soms te hoog lijkt te zijn, merkt IJzendoorn wel dat ouders graag over opvoeding praten als het ijs eenmaal gebroken is: ‘Alle ouders lopen wel ergens tegenaan.’ Mensen die naar het CJG komen hebben hele diverse vragen. Bijvoorbeeld over slaapproblemen van de kinderen. Hoe los je dat op? Het valt IJzendoorn op dat veel ouders moeite hebben met het stellen van grenzen. ‘Tips zijn dan afhankelijk per ouder,’ vertelt IJzendoorn, ‘de één is te streng en de ander juist te soft. Ik probeer de situatie altijd zo breed mogelijk te bekijken. Spelen er bij het kind nog andere zaken? Dat probeer ik eerst in kaart te brengen. Misschien heeft dat namelijk weer invloed op het wel of niet kunnen slapen.’
Praktisch
De pedagoog praat meestal met ouders, maar in enkele gevallen ook met het kind zelf. ‘Er kwam een moeder praten van een kind dat niet alleen naar school durfde te lopen. Toen wilde ik zelf ook even met het kind praten.’ Het meisje uit dit verhaal bleek onderweg naar school gepest te worden door een vriendinnetje. IJzendoorn raadde de moeder aan om contact op te nemen met de andere moeder en dat ze er daarna over zouden praten met de kinderen erbij. ‘Dit is gewoon een klein voorbeeldje. Met een heel praktische oplossing.’ IJzendoorn onderhoudt zo mogelijk contact met iedereen die naar het CJG komt. ‘Ik hoor graag terug of iets wel of niet gewerkt heeft. Zo niet, dan kan ik eventueel een andere tip geven of ze verder helpen.’
Opgelucht
In een andere case kwam een moeder met vragen over een kind dat niet goed in zijn vel zat. ‘Op school ging het niet helemaal lekker. Het kindje leerde goed, maar op sociaal-emotioneel vlak ging het minder. Hij wist niet zo goed hoe hij met zijn klasgenootjes om moest gaan.’ IJzendoorn sprak hierover met de moeder. Het kind was ook thuis vrij onrustig en druk. Via school is hij getest om te onderzoeken welk niveau hij had, hieruit bleek dat hij wat extra leerstof nodig had. IJzendoorn: ‘Daarnaast hebben we gekeken wat hij in zijn thuissituatie nodig had. En hoe hij sociaal gestimuleerd kon worden, zowel op school als thuis.’ De moeder liet achteraf weten blij te zijn met de hulp van het CJG. ‘Ze was opgelucht dat ze erover kon praten, gewoon al om haar hart te luchten. Want al die kleine dingetjes die thuis spelen, die stapelen zich dan toch op. Die gesprekken gaven haar wat ruimte om de situatie beter te overzien,’ aldus de pedagoog.
Doorverwijzen
Het hangt van de vraag of verzoek van een ouder af welke actie daarop volgt. ‘Soms komt er een ouder binnen die precies weet wat hij wil voor zijn kind,’ vertelt De Wit, ‘bijvoorbeeld een sociale vaardigheidstraining’. Of ouders willen informatie over hoe ze hun kind begeleiden tijdens een echtscheiding. Dat zijn hele doelgerichte vragen. Dan is het een kwestie van de juiste folder meegeven of goede informatie.’ Soms zijn de vragen complexer. ‘Dan mogen we vijf hulpverleningsgesprekken aanbieden. Als na die gesprekken blijkt dat er meer hulp nodig is, dan verwijzen we door. Dat kan bijvoorbeeld zijn naar het algemeen maatschappelijk werk, naar de GGD of het RIAGG,’ aldus de coördinator.
Positief
‘Ik heb het idee dat de mensen die door ons geholpen worden ook tevreden zijn over de vorm van hulp,’ zegt De Wit. IJzendoorn: ‘We willen meer inloop en dan is pr een aandachtspunt, maar inhoudelijk loopt het. Ik vind dat de doorverwijzing soepel gaat en de contacten goed zijn. Dat komt ook omdat het hier klein is. De lijnen zijn kort.’
Filed under Aflevering 98, Jaargang 3 by myrtedejong on 3 januari 2011 at 13:10
no comments
Bron: UJC
Interview Piet Daalhof
De gemeente Vianen wil haar inwoners goed informeren over de Verwijsindex en het CJG. Ujc.nl sprak met Piet Daalhof, projectleider CJG Vianen, over de Verwijsindex, het CJG en de voorlichting omrent deze vernieuwingen.
Piet Daalhof werkt sinds twee jaar als beleidsmedewerker jeugd en zorg en als projectleider CJG. Het CJG in Vianen is nog niet fysiek open, maar Daalhof is druk bezig met de voorbereidingen. Begin januari 2011 is de opening. Ondertussen wil hij ouders op de hoogte houden van de ontwikkelingen op het jeugdzorgterrein.
Brief over Verwijsindex
Eerder dit jaar besloot de gemeente Vianen een brief naar alle ouders met kinderen tot 23 jaar te sturen om hen voor te lichten over de Verwijsindex. Het goed bedoelde initiatief kwam niet bij iedereen goed aan. De meegestuurde voorlichtingsfolder voor ouders wiens kind is geregistreerd in de Verwijsindex, zorgde voor bezorgdheid bij de ontvangers.
‘De eerste zin van die folder is: Uw kind is aangemeld voor de Verwijsindex,’ vertelt Daalhof. ‘Heel veel ouders dachten: hoezo, waarom weet ik dat niet? Wie heeft dat gedaan dan en stuurt u mij onmiddellijk een kopie van de registratie. Dat hebben we dus verkeerd gedaan.’
Goed idée
Verwarring creëren was niet de intentie van de gemeente. ‘Ik denk nog steeds dat het een goed idee was om alle ouders voor te lichten over het bestaan van de Verwijsindex,’ vertelt Daalhof. Hoewel lang niet alle ouders ermee te maken krijgen, wil de gemeente ze wel informeren. ‘Zodat het niet helemaal rauw op hun dak komt vallen, mocht hun kind geregistreerd worden.’ Dit is ook zinvol vanuit het standpunt van de deelnemende organisaties, vindt de projectleider. ‘Het was ook bedoeld om de drempel voor organisaties die gaan melden iets lager te maken. Dat ouders ervan weten.’ Ook op de website van het CJG Vianen is informatie over de Verwijsindex te vinden. ‘Veel mensen zullen pas gaan zoeken als ze ermee te maken krijgen. We wilden ze een stapje voor zijn.’
Positieve reacties
Omdat de gemeente naar aanleiding van de folder veel contact met ouders heeft gehad, weet Daalhof nu wel dat ouders positief zijn over de Verwijsindex. ‘Ze vinden het hartstikke goed dat hulpverleners de zorg met elkaar af gaan stemmen en dat ze van elkaar op de hoogte zijn wat er gaande is. En wat er vervolgens ondernomen moet worden,’ vertelt hij. Er wordt sinds augustus met de Verwijsindex gewerkt. Dat leidde tot een eerste match tussen twee hulpverleners. Daalhof: ‘Het is een match tussen leerplicht en Schoolmaatschappelijk werk. Zij gaan nu afspraken met elkaar maken over hoe ze hiermee verder gaan en wie wat gaat ondernemen.’
Netwerken 12 – en 12 +
Het afstemmen met verschillende organisaties, zoals dat met de Verwijsindex en binnen het toekomstige CJG gebeurt, is niet nieuw in Vianen. ‘We hebben hier al jaren een goede samenwerking met de partners die straks het CJG gaan vormen. Ze werken nu al nauw samen in het bestaande netwerk 12- of 12+.’ In dit netwerk worden casussen besproken waarover zorg bestaat. Ook worden er afspraken gemaakt over het vervolg. ‘De meeste organisaties zitten al bij elkaar in één pand, dus er is hier wel eens gekscherend gezegd: we hangen een bord aan de muur en klaar.’
Dat was niet de realiteit, want er moest nog veel worden geregeld. ‘De informatie- en adviesfunctie die onderdeel van het CJG moet uitmaken, gaan we niet realiseren als we volstaan met het bord,’ vertelt Daalhof. Daarnaast vindt hij dat de coördinatie van de zorg beter kan. ‘Ik zal niet zeggen dat die nu van toeval afhankelijk is, maar er is niet vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. Wie houdt de vinger aan de pols, wie zorgt voor de terugkoppeling? Daar maken we nu afspraken over.’
Voorlichting over CJG
Vianen licht haar inwoners op verschillende momenten in over het CJG. ‘Bij de start van de website hebben we dat groot gedaan. Nu staat het even op een laag pitje en bij de opening van het CJG in januari willen we het weer grootschalig aanpakken.’ Om de inwoners vervolgens betrokken te houden, is er het plan om eind maart 2011 een huis-aan-huiskrant over het CJG te verspreiden. Ouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar zullen bekend zijn met het CJG, omdat het centrum de functie van het consultatiebureau overneemt. ‘Het is dus meer een kwestie van het vasthouden van contacten, dan nieuwe contacten opbouwen,’ aldus Daalhof.
Toekomstplannen
Hij is blij met de samenwerking die er al is in Vianen, maar hoopt in de toekomst met nog meer partners te werken binnen het CJG. ‘We willen graag dat kraamzorg en verloskundigen deel uitmaken van het samenwerkingsverband. Ook hopen we op een link met de huisartsen en misschien nog verder in de eerste lijn. En dat lijkt te gaan lukken,’ vertelt Daalhof. Onderdeel van het plan van aanpak is om het project ‘hand in hand’ voort te zetten in het CJG. Dat richtte zich als project op een vernieuwende vorm van armoedebeleid. Jeugd en armoedebeleid hebben veel raakvlakken. Volgens de gemeente Vianen is en blijft het zinvol dat aandacht voor de inkomenssituatie onderdeel is van het CJG.
Filed under Aflevering 98, Jaargang 3 by myrtedejong on 3 januari 2011 at 13:09
no comments
Bron: UJC
‘Inspirerend en goed om elkaar te ontmoeten, nu op weg naar diepgang en concretisering’
Zo’n dertig medewerkers en coördinatoren van de CJG’s uit de regio Eemland kwamen maandag 20 september bij elkaar in de Molenaarskamer in Soest voor hun eerste samenwerkingsoverleg. ‘De eerste stap is genomen’, ‘fijn om elkaar te ontmoeten’ en ‘inspirerend’, waren de eerste reacties op deze ochtend.
‘Vandaag komen alle CJG medewerkers uit de regio Eemland die informatie en advies verzorgen voor het eerst bij elkaar,’ vertelt Irene ter Veen, CJG aanjager in de provincie Utrecht en voorzitter van de ochtend. ‘Deze regio mogen we gerust een uitschieter noemen als we kijken naar de uitwerking van de CJG’s. We zitten nu met medewerkers samen aan tafel om informatie te delen en elkaar te inspireren.’ Vervolgens stelde de voorzitter de coördinatoren van de CJG’s Amersfoort, Bunschoten, Soest, Baarn, Leusden i.o., Eemnes i.o. en Woudenberg i.o. aan elkaar voor. Elke zes weken komen ze bij elkaar voor overleg en samenwerking.
Wie ben jij?
De ochtend begint met een speeddate. Deelnemers gaan één op één met elkaar in gesprek en vertellen voor welk CJG ze werken, wat ze daar doen en bij welke organisatie ze eventueel nog meer werkzaam zijn. Daarbij kunnen nog allerlei andere onderwerpen aan bod komen. Veel tijd is er echter niet, want na anderhalve minuut klinkt de tamboerijn en zoekt ieder weer een nieuwe date op. Een snelle, maar effectieve kennismaking waar iedereen zijn netwerkvruchten van kan plukken.
CJG’s en de feiten
Hoeveel fte’s zitten er in het inlooppunt van Bunschoten? Wat worden de openingstijden van Eemnes? Wanneer is CJG Soest telefonisch bereikbaar? Krijgt Woudenberg spreekuren? En heeft CJG Leusden een chatfunctie of webformulier? Op welke locatie zit Baarn? Met welk registratiesysteem werkt Amersfoort? Marije Schotpoort, coördinator van CJG Amersfoort, presenteert de feiten van de CJG’s in de regio Eemland. Dit roept de nodige vragen op zoals: hoe gaan de wijkinlooppunten in Amersfoort eruit zien en wie werkt er allemaal met Tripple P en hoe zijn de ervaringen? Ook praten de medewerkers over invulling van uren en telefonische bereikbaarheid.
Samen delen
Naar aanleiding van de presentatie komen er meer vragen, opmerkingen en ideeën naar boven. Ideaal om samen te bekijken en te delen. Een kleine greep hieruit:
- Het aantal vragen dat we binnen krijgen neemt af, we willen uitzoeken hoe dat komt. Hoe zit dat bij jullie?
- CJG Bunschoten heeft een avondopenstelling en streeft naar uitbreiding hiervan.
- Vaak wachten mensen met het vragen van hulp totdat de boel escaleert. Dat willen we voorkomen.
- Gun jezelf de tijd als CJG. Je hebt een aanloopperiode nodig.
- Wees alert op PR en goede voorlichting op scholen. Profs weten vaak niet waar ze terecht kunnen.
- CJG Eemnes krijgt de grootste groep jongeren binnen via de politie. Met hen hebben ze goede afspraken gemaakt.
- We zouden meer moeten samenwerken voor het bereiken van jongeren. Dit is een lastige doelgroep. Successen delen. Sowieso meer samenwerken onderling: naar buiten treden als één gezicht, ook voor het drukken van de kosten.
- Een combinatiefunctie is goed voor de bereikbaarheid maar het is ook wel eens lastig om te werken met twee petten op.
- We moeten goed nadenken over het schipperen met uren. We willen goed zicht krijgen in het aantal CJG-uren dat medewerkers draaien.
- CJG Amersfoort leidt alleen toe naar de juiste organisatie, zo snel mogelijk op de juiste plek. De medewerkers bieden zelf geen hulp, maar houden de vrager zolang vast totdat er een warme overdracht is. Daardoor zijn ze met de ene CJG-gebruiker langer ‘op pad’ dan met de ander. Wel geven ze tips en lichte opvoedadviezen.
- Van jeugdloket naar CJG brengt verwarring bij partners, van scholen krijgen we steeds minder telefoontjes.
Waar samenwerken?
Op welke punten kunnen we beter samenwerken en waar liever niet? Ter Veen nodigt alle deelnemers uit om met elkaar in groepjes hierover te brainstormen. Op een later tijdstip bieden de CJG-coördinatoren een terugkoppeling van onderstaande ideeën die netjes genoteerd zijn op de flip-overs:
- PR en naamsbekendheid
- Sociale kaart
- Personele uitwisseling
- Telefonische bereikbaarheid
- Gelijke methodieken/werkprocessen
- Registreren in Verwijsindex
- Universeel intakeformulier
- Gezamenlijke bijeenkomsten voor medewerkers informatie en advies, 1 of 2 keer per jaar
- Chatspreekuur
- Deskundigheidsbevordering
- Signalen en knelpunten bundelen
- Nieuwsbrief met lokale pagina
- Producten delen
- Werkbezoeken buiten en binnen de regio
- Regionaal klanttevredenheidsonderzoek
- Dag van het CJG
- MDT meer regionaal opdragen
De oogst
Na het zaaien komt het hoofdstuk oogsten. ‘Wat heeft deze ochtend ons opgeleverd?’ vraagt Ter Veen aan de deelnemers. Daar is iedereen vrijwel unaniem in: een goede start van de week met veel inspiratie, kennismaking en kennis delen. Een duidelijke wens die uit meerdere hoeken klinkt: een vervolg met toepassing van goede ideeën, kortom: meer verdieping en concretisering.
Filed under Aflevering 71, Aflevering 98 by myrtedejong on 3 januari 2011 at 13:07
no comments
Bron: JGZ Portal
Vandaag bundelen publieke en private partijen zoals Nibud, de Rutgers Nisso Groep, het Trimbos, het Voedingscentrum, Hi en Hyves hun krachten met het doel om de zelfredzaamheid en weerbaarheid van jongeren te verhogen. Door ondertekening van het Convenant ‘Weerbaarheid Jongeren’ sluiten de partijen zich aan bij het nieuwe initiatief Ondertussen.nl om betrouwbare informatie- en kennisoverdracht bij jongeren te bevorderen.
Ondertussen.nl is een nieuw online jongerenplatform over, voor en door jongeren waarbij nieuws verrijkt wordt met publieke voorlichting afkomstig van de samenwerkende kennisinstituten. Met als doel het bereiken, integraal informeren en motiveren van jongeren. Op deze wijze wordt voorlichting actueel en relevant gemaakt en krijgen jongeren structureel en op laagdrempelige wijze toegang tot betrouwbare hulpbronnen.
Bereik en publieke voorlichting komen samen in het nieuwe jongerenplatform Ondertussen.nl.
Onder het motto “jouw wereld in beeld” worden actualiteiten over de leefstijl van jongeren verrijkt met publieke voorlichting afkomstig van landelijke thema- en kennisinstituten. In het convenant dat vandaag is ondertekend is opgenomen dat publieke partners de toegang tot en interactie vanuit betrouwbare, publieke hulpbronnen faciliteren. Commerciële partners, zoals Hi en Hyves, zetten hun expertise en eigen middelen in om bereik onder jongeren te realiseren.
Uitgebreid archief
Als jongeren een vraag hebben over een onderwerp wordt, speciaal voor gemeenten, lokaal de module ‘Dataset Jongeren’ aangeboden. Deze subwebsite bestaat uit een archief van korte nieuwsberichten over onderwerpen waar jongeren zich binnen hun belevingswereld mee bezig houden (zoals seks, drugs, alcohol, roken, relaties, geld, voeding, bewegen, verslaving, mentaal welzijn en meer specifieke issues als tatoeages en relaties). Ieder bericht biedt de mogelijkheid tot interactie aan met een lokale professional.
“De koppeling van publieke voorlichting aan nieuws dat is afgestemd op een specifiek bezoekersprofiel is een manier van voorlichting geven die uniek is in Nederland. We hopen met dit initiatief landelijke en lokale ervaring op te doen in de effectiviteit en doelmatigheid van geïntegreerde informatie overdracht aan jongeren in relatie tot het vergroten van hun weerbaarheid. Daarbij willen we aanvullend op het bevorderen van een gezonde leefstijl inzetten op de ontwikkeling van het mentaal vermogen bij jongeren. Op basis van wetenschappelijk literatuur onderzoek concludeert het Trimbos dat het mentaal vermogen economisch en persoonlijk waardevol is en jongeren in staat stelt een gelukkig, betrokken en zinvol leven te leiden.” Aldus dr. Carin Cuijpers, mede initiatiefnemer Ondertussen.nl
“Ik vind het cool om te zien hoe zo’n maatschappelijk interessant initiatief zonder overheidssteun van de grond komt. Het is waanzinnig moeilijk om, als nieuwe partij, jongeren te bereiken op internet. Daarom is het een mooie ontwikkeling dat gevestigde bedrijven en landelijke kennisinstituten op deze manier samenwerken.” Alexander Klöpping, deskundige online media
Klik hier voor meer informatie over Ondertussen.nl
Ondertussen.nl
Ondertussen.nl is een digitaal jongerenplatform. Met de slogan “jouw wereld in beeld” brengt de nieuwswebsite (over, voor én door jongeren) op maat gemaakt nieuws. Ondertussen.nl streeft naar structurele interactie met jongeren en het verhogen van de zelfredzaamheid en weerbaarheid van jongeren. Nieuws en actualiteiten over de leefstijl van jongeren wordt verrijkt met publieke voorlichting afkomstig van publieke en commerciële partijen. Op deze wijze wordt voorlichting actueel en relevant gemaakt en worden jongeren breder geïnformeerd waardoor ze betere keuzes kunnen maken.
Filed under Aflevering 98, Jaargang 3 by myrtedejong on 3 januari 2011 at 13:06
no comments
Bron: nieuwsbericht
SANTPOORT-NOOORD – Nieuw in Velsen: jongeren krijgen een hangplek, zolang ze er zelf voor zorgen dat die netjes blijft en er geen overlast voor de buurt ontstaat. In Santpoort-Noord start een proef met dit concept, dat als voorbeeld kan dienen voor de hele gemeente.
Santpoortse jongeren deden samen met een jongerenwerker een verzoek om een hangplek bij de skatebaan bij het station. Ook het wijkteam zag daar wel wat in. ,,Want bewoners willen geen jongeren voor de deur, maar jongeren moeten wel een plek hebben in hun eigen wijk waar ze heen kunnen’’, legt Majelle Slenters van de Stichting Welzijn Velsen uit.
De gemeente wil een ‘hangcontainer’ plaatsen, maar verwacht dan wel wat terug, zegt wethouder Robert te Beest. ,,De jeugd schreeuwt om een locatie, dus geven we ze ook nadrukkelijk de verantwoordelijkheid voor die locatie. Wij denken dat dit kans van slagen heeft. Als dat zo is, sluit ik niet uit dat dit een voorbeeldfunctie krijgt.’’
De hangcontainer (een soort zeecontainer) wordt betaald uit het budget voor burgerinitiatieven. Voor de onderhoudskosten draait de gemeente in deze proef dus niet op. ,,De jongerenwerker stelt samen met de jongeren een reglement op’’, zegt Slenters. ,,Zo krijgen de jongeren bezems om de skatebaan schoon te houden, maar ook vuilniszakken zodat ze zelf hun rotzooi kunnen opruimen. Ook zaken als vandalisme kunnen in het reglement terugkomen. Ik kan me voorstellen dat de jongeren zonodig best af en toe de container willen bijschilderen.’’
De jongerenwerker houdt in de gaten of de afspraken worden nageleefd. ,,Het is echt een experiment, als het niet werkt kan zo’n container zo weer worden weggehaald.’’
Het Wijkplatform Santpoort-Noord is blij met de hangplek, én met de mogelijkheid om hem snel weer te verwijderen. ,,Het plan klinkt mooi, het doel is om de overlast bij de Dekamarkt en het Burgemeester Weertplantsoen weg te trekken. Maar de praktijk moet uitwijzen of er bijvoorbeeld geen andere jongeren komen die rotzooi gaan maken.’’ Nu ligt er volgens een lid van het platform al wel eens rotzooi en glas en komt het voor dat een prullenbak in brand wordt gestoken. ,,Daar zijn maar twee jongens voor nodig.’’
De kans dat ‘andere’ jongeren hangplek gaan gebruiken, ‘zit er wel in’, zegt Slenters. ,,Tegelijk is onze ervaring dat groepen naar een bepaalde plek komen en dat andere daar dan weg blijven. We hopen ook dat jongeren elkaar gaan aanspreken. Een groep kan door de jaren natuurlijk wel veranderen, daarom is het ook goed dat de hangplek zo makkelijk te verplaatsen is.’’ De hangplek komt ver van woningen te staan.
Slenters hoopt dat dit een oplossing voor meer wijken kan zijn, omdat het in Velsen ‘over het algemeen niet om vervelende jongeren gaat, maar wel om jongeren die anders lawaai maken en overlast veroorzaken’.
Recente reacties