Zero Tolerance Day tegen meisjesbesnijdenis

Op vrijdag 4 februari 2011 is in Leiden de Zero Tolerance Day tegen vrouwelijke genitale verminking (VGV). Deze dag staat in het teken van samenwerking, want samen staan we sterk om vrouwelijke genitale verminking een halt toe te roepen.

‘Change, we make it together’

Op Zero Tolerance Day komen de belangrijke bondgenoten in de strijd tegen VGV samen om te discussiëren over de bestrijding van deze ernstige vorm van kindermishandeling! Op deze dag wordt ook het inventarisatierapport ‘Change, we make it together’ gepresenteerd door Vluchtelingen-Organisaties Nederland (VON). Dat rapport is gericht op gemeenschappen uit Soedan, Ethiopië, Somalië, Eritrea en Liberia. Nagegaan is in hoeverre meisjes uit deze landen geconfronteerd worden met het risico op verminking. Doel daarbij is de gemeenschap verantwoordelijk en aanspreekbaar te maken voor de daden die in naam van de gemeenschap, familie, traditie en cultuur plaatsvinden. En enkele Togolezen vertellen over de campagne die zij in Togo gevoerd hebben.

Programma

Pharos, Vluchtelingen-Organisaties Nederland, FSAN, VWS, GGD Nederland en nog meer organisaties hebben hun best gedaan er een interessant programma van te maken! Voor meer informatie en aanmeldingen kunt u contact opnemen met Vluchtelingen-Organisaties Nederland (VON) Mariëtte Jansen info@vluchtelingenorganisatiesnederland.nl Tel: 020-5091371 wwww.vluchtelingenorganisaties.nl

Dag voor aandachtsfunctionarissen meisjesbesnijdenis

GGD Nederland organiseert op donderdag 10 februari 2011 van 10.00-15.00 uur in Utrecht een landelijke dag voor aandachtsfunctionarissen meisjesbesnijdenis (VGV). Ook de staffunctionarissen van jeugdgezondheidszorgorganisaties voor 0-4 jarigen zijn van harte welkom.

Programma

Op het programma staat informatie vanuit de pilots, de verklaring tegen meisjesbesnijdenis, toelichting op het  nieuwe standpunt, presentatie van de e-learning. In de bijlage vindt u het programma.

Uitrol pilots

De dag is bedoeld voor managers/directeuren JGZ, beleidsmedewerkers en aandachtsfunctionarissen kindermishandeling binnen de jeugdgezondheidszorg. De VGV aanpak die uitgebreid getoetst is in 6 pilot gebieden wordt toegelicht opdat zorgorganisaties en GGD’en deze methode ook kunnen implementeren bij hun JGZ-organisatie.

E-learning

Tijdens deze dag wordt de e-learning VGV voor het eerst gepresenteerd.

Reactie ActiZ

ActiZ is absoluut voorstander van het voorkomen van VGV en heeft daarom de verschillende initiatieven om dit te bereiken steeds gesteund. ActiZ vindt echter ook dat extra activiteiten doorberekend moeten worden in de kostprijs. ActiZ beveelt aan dit mee te nemen en in te brengen op deze dag om uit te wisselen hoe organisaties dit gaan aanpakken.

Aanmelding

Aanmelden bij Tosca Hummeling, Projectleider preventie vrouwelijke genitale verminking, GGD Nederland, 030 – 252 3004 of 06 – 3632 8198, E : THummeling@ggd.nl

Actie!

Bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl/home/all/opinie/actie.607295.lynkx

Door Erik Gerritsen

Ik ben niet het type dat mee doet aan demonstraties en al helemaal niet “in functie”. Één keer maakte ik een uitzondering. Als gemeentesecretaris van Amsterdam nam ik deel aan de lawaai demonstratie op de Dam naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh. De tijd is gekomen om voor de tweede keer actie te gaan voeren.

Dit keer als bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Schouder aan schouder met collega bestuurders, met de medewerkers van Bureau Jeugdzorg, met het platform van Ondernemingsraden en met de vakbonden. Op 10 januari van 10.30 tot 12.30 in de Rijtuigenloods te Amersfoort. Voor een nette financiering en tegen caseloadverhoging. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

In mijn laatste weblog van 2010 getiteld “Haagse Politiek gokt met veiligheid van kwetsbare kinderen” heb ik al uitgelegd waar het over gaat. Al jaren worden de Bureaus Jeugdzorg structureel ondergefinancierd door de Rijksoverheid. Onlangs is dat nog weer eens aangetoond door een in opdracht van het Ministerie van Justitie verricht onafhankelijk onderzoek naar de tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Als het ministerie van VWS tenminste het lef zou hebben om een vergelijkbaar onderzoek te doen naar de financiering van de Vrijwillige Hulpverlening dan zou dit gegarandeerd tot vergelijkbare conclusies leiden. Met het laten voortbestaan van deze situatie draagt de Haagse Politiek al jaren een zware systeemverantwoordelijkheid voor de problemen in de jeugdzorg.
Als Bureaus Jeugdzorg hun werk niet goed kunnen doen neemt het risico op familiedrama’s toe en verergert veel jeugdzorgproblematiek onnodig, wat weer leidt tot onnodig dure jeugdzorg en wachtlijsten. Provincies hebben de afgelopen jaren miljoenen euro’s bijgepast, maar stoppen met deze feitelijk oneigenlijke vorm financiële compensatie. Bureaus Jeugdzorg die vallen onder de verantwoordelijkheid van een Stadsregio moesten het al die jaren al zonder die financiële compensatie zien te rooien.

Waarom nu actie voeren? Natuurlijk hebben we het eerst via de koninklijke weg van overleg geprobeerd. Al begin 2009 is objectief aangetoond dat de financiering tekort schoot. Na veel aandringen besloot het Ministerie van Justitie uiteindelijk tot weer een onderzoek. Eind 2010, bijna twee jaar later, kwamen eindelijk de resultaten die bevestigde wat we al wisten. Snel repareren zou je zeggen, maar niets daarvan. De maat is dan ook vol. Natuurlijk zijn het budgettair zware tijden, maar ook dan gaat het nog steeds om het maken van een afweging tussen bijvoorbeeld investeren in extra snelwegen en Joint Strike Fighters of in kinderen in de knel.
Ik kan niet goed volgen waarom dit kabinet wel investeert in andere kwetsbare groepen zoals bejaarden en dieren terwijl ze haar meest kwetsbare burgers in de steek laat. Ik kan niet begrijpen waarom dit kabinet de frontlijnmedewerkers van de Bureaus Jeugdzorg die voor een relatief beperkt salaris bereid zijn hun moeilijke werk te doen in de kou laat staan. Door niet op zijn minst te zorgen voor een financiering die hen in staat stelt hun werk te doen op een minimum kwaliteitsniveau dat nota bene in overeenstemming met de Ministeries van Justitie en VWS is vastgesteld. Het gaat niet eens over veel extra geld. Het gaat om enige tientallen miljoenen extra per jaar. Één JSF-vliegtuig kost 100 miljoen euro. Schaf er vijf minder aan en het probleem is opgelost.

Waarom zwelgt de Haagse Politiek in vinger wijzen en zwarte pieten bij incidenten en kijkt ze collectief weg als het gaat om het in staat stellen van jeugdzorg professionals om hun werk behoorlijk te doen? Gaat het om een ongemakkelijke waarheid die te pijnlijk is om onder ogen te zien? Hoe is dit in een beschaafd land mogelijk? Moeten we dan maar een beroep doen op liefdadigheid? Aankloppen bij het Rode Kruis voor een “Serious Request, part two” voor de kinderen wier veiligheid wordt bedreigd in eigen land?

Ik kan er als relatieve nieuwkomer in de jeugdzorg met mijn verstand niet bij. Ik hoop van harte dat de Haagse Politiek tijdig bij zinnen komt. Gebeurt dat niet dan zijn wat mij betreft verdergaande acties onontkoombaar. Een gang naar de rechter om het recht op jeugdzorg af te dwingen, schouder aan schouder met de kinderen in kwestie? De ministeries van Justitie en VWS verantwoordelijk maken voor alle kinderen waar voor Bureau Jeugdzorg geen verantwoordelijkheid meer kan dragen? Samen met de kinderen naar het Malieveld? Ik sluit niets uit al is het eigenlijk moreel onacceptabel wanneer de Haagse Politiek de Bureaus Jeugdzorg in deze positie zou brengen. Want wij willen kinderen in de knel gewoon goed helpen.

Geachte premier Rutte, beste Mark, ik richt me even persoonlijk tot jou, want de zorg voor jouw meest kwetsbare burgers is natuurlijk “Chefsache”. Met de in het regeerakkoord aangekondigde stelselwijziging voor de jeugdzorg opende je het perspectief op een meer duurzame jeugdzorg. Chapeau! De eveneens in dat regeerakkoord aangekondigde bezuiniging van 300 miljoen euro in 2015 is natuurlijk volstrekt niet realistisch als je cruciale spelers in het jeugdzorgveld permanent blijft overbelasten. Breng ze eerst in topconditie en dan zullen topprestaties volgen. Een beschaafd land als Nederland verdient een jeugdzorg op Olympisch niveau. Wees zuinig op je tienkampatleten in de jeugdzorg.

Met vriendelijke groet.

Erik Gerritsen

Bestuursvoorzitter Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam

Waarom moeilijk doen als het samen kan?

Bron: Jeugdzorg complete

Sleutelwoorden: jeugdporg

Intensieve samenwerking tussen kinder- en jeugdpsychiatrie en jeugdzorg is mogelijk. Sterker nog: het heeft een duidelijke meerwaarde. Dat is de ervaring van Trajectum, een multifunctionele jeugdzorgorganisatie die een intersectorale samenwerking is aangegaan. Door de samenwerking wordt de scheiding tussen kinder- en jeugdpsychiatrie en organisaties voor Jeugd & Opvoedhulp minder groot.

Het merendeel van de cliënten van Trajectum heeft baat bij psychiatrische zorg. Daarom is er gewerkt aan intersectorale samenwerking. Deze samenwerking is een succes: geen ingewikkelde aanmeldprocedures, geen lange wachtlijsten, eenheid van benadering en taal, hulpverleners die bruggetjes slaan en stokjes die soepel worden overgedragen. De behandelrelatie wordt verdiept en verkort.

Een belangrijke basis voor de samenwerking zijn afspraken over de regie en respect voor ieders specifieke deskundigheid. De professionals werken in de samenwerkingsverbanden binnen de standaarden en het kader van de eigen organisatie. Samen wordt gezocht naar een optimale afstemming.

De OP4-groep van Trajectum (Kinabu/Zeist) is een sprekend voorbeeld. Dit is een intensieve behandelgroep voor zes jongens in de basisschoolleeftijd. Zij hebben zeer ernstige en complexe gedragsproblemen in combinatie met psychiatrische problemen en krijgen medisch-orthopedagogische 24-uurszorg. Op het terrein van Kinabu is wekelijks een ambulant team kinder- en jeugdpsychiatrie bezig met kinderpsychiatrische diagnostiek. Eventueel volgt een kinderpsychiatrische behandeling. De kinderen kunnen daarnaast gebruik maken van het onderwijs-zorgarrangement in kleine klassen. De zorg vanuit de behandelgroep, de kinder- en jeugdpsychiatrie en school wordt intensief op elkaar afgestemd. Er wordt gewerkt vanuit het principe één kind, één plan.

Voor meer informatie over de OP4-groep kunt u contact opnemen met het de opnamecoördinator van Kinabu: 030 – 69 36 800.

Van ’t Lindenhoutmuseum

Bron: Van ’t Lindenhoutmuseum

Sleutelwoorden: museum, jeugdzorg

In het Van ‘t Lindenhoutmuseum is alle informatie bewaard gebleven over ontstaan van het huidige Lindenhout. Het museum huist in één van de eerste tehuizen waar Van ‘t Lindenhout weeskinderen opving.

Eén van de voorgangers van het huidige Lindenhout was het Behandelcentrum Neerbosch te Nijmegen. Dit was voorheen ‘Kinderdorp Neerbosch’ wat voortkwam uit ‘de Weezeninrichting’, die in 1863 gesticht is door Johannes van ’t Lindenhout.

Weeshuis

Van ’t Lindenhout nam zijn eerste wezen op in een pand in de oude binnenstad van Nijmegen maar al spoedig was dit huis te klein. Hij kreeg aan de rand van Nijmegen, achter het dorp Neerbosch, een stuk grond aangeboden en bouwde daar de eerste weeshuizen. Van ‘t Lindenhout was van mening dat elk weeskind recht had op opvoeding en scholing, zodat het in staat zou zijn om na zijn 18e jaar een zelfstandig bestaan op te bouwen. Als vaklieden verlieten de jongens en meisje met hun ‘uitzetkist’ Neerbosch om in Nederland maar ook in Amerika en Zuid- Afrika hun plaats te vinden.

Zelfvoorzienend dorp

Het weeshuis groeide uit tot een compleet dorp waar aan het eind van de 19e eeuw zo’n 1100 kinderen woonden. Elk nieuw huis, ook de kerk, werd door de jongens onder leiding van hun leermeesters gebouwd. Er kwamen werkplaatsen waar jongens en meisjes een vak konden leren. Ze timmerden meubilair, wat ook buiten de weesinrichting werd verkocht. Op de boerderij en tuinderij werden gewassen geteeld voor de voeding van de kinderen. In de werkplaatsen werden kleding, klompen en schoeisel gemaakt. Ook was er een drukkerij van tijdschriften, boeken, almanakken en kranten. Van ’t Lindenhout schreef hiervoor veel artikelen en verhalen over de Weezeninrichting, waardoor deze een landelijke bekendheid kreeg, maar waardoor hij ook inkomsten vergaarde, o.a. via sponsoren en liefdadigheidsinstellingen.

Museum

De geschiedenis vanaf de Weezeninrichting is grotendeels bewaard gebleven. Deze is te vinden in het Van ’t Lindenhoutmuseum in de Beth-el-kerk op het terrein van het voormalige Kinderdorp Neerbosch. In dit museum krijgt men een indruk hoe in de vorige eeuw in Nederland wezen werden opgevangen. Naast een historisch overzicht vindt men gereedschappen uit de werkplaatsen, uitgaven van de drukkerij, meubels, prenten, schilderijen, foto’s, enz. Via een maquette kan men ‘een wandeling’ over het oude Neerbosch maken.

Bezoek

Het Van ’t Lindenhout-museum is elke eerste zondag van de maand geopend van 12.00 tot 16.00 uur.

Vanaf 2011 is het museum ook op woensdag van 10 tot 16 uur geopend. Op andere dagen, behalve op zon- en feestdagen is het museum te bezoeken na telefonische afspraak met de conservator/archivaris. Het museum is gratis toegankelijk. Er wordt een vrijwillige bijdrage gevraagd. Dit geldt ook voor groepen die een rondleiding en de inleiding over de historie aanvragen.

Contact?

Scherpenkampweg 58 | 6545 AL Nijmegen | telefoon 024-3790329

a.jansen@lindenhout.nl

Leuke website

Een oud bewoonster van Kinderdorp Neerbosch heeft een website gemaakt met informatie en foto’s uit de verschillende periodes vanaf de Weezeninrichting, Kinderdorp Neerbosch tot het Behandelcentrum Neerbosch van de laatste jaren: http://www.kinderdorpneerbosch.nl/

Prinses Máxima geeft startsein voor Jongeren Op Gezond Gewicht

Bron: BlikopNieuws

Sleutelwoorden: gezond gewicht

Prinses Máxima zal dinsdag 1 februari aanwezig zijn bij de officiële start van het programma Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) voor de provincie Drenthe.JOGG is een landelijk programma en richt zich op jongeren (0-19 jaar), hun ouders en omgeving om overgewicht en obesitas te verminderen. De Prinses woont in Exloo de ondertekening van het JOGG-convenant bij en zij is aanwezig bij de start van het programma in Valthermond.


Drenthe is de eerste provincie die start met JOGG. Dit jaar gingen o.a. Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht de provincie voor. Bij de uitvoering van het programma werken alle lokale partijen uit onderwijs, zorg, bedrijfsleven, sport, woningbouw, welzijn en media samen om gezond eten en bewegen voor jongeren makkelijk en aantrekkelijk te maken. Zo is er op scholen meer aandacht voor voeding en beweging, worden betere sport- en speelfaciliteiten gerealiseerd en wordt voorlichting gegeven aan ouders.
Het JOGG-programma is onderdeel van het Convenant Gezond Gewicht. Dit convenant is een samenwerkingsverband tussen 27 partijen afkomstig van (rijks en lokale) overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De partijen werken samen om overgewicht en obesitas maatschappelijk te agenderen en de bewustwording van de gezondheidsrisico’s te vergroten. Het convenant loopt van 2010 tot 2015.

Wmo-activiteiten CIZ zelfstandig verder als de MO-zaak

Bron: CIZ/MO-zaak

Sleutelwoorden: AWBZ, CIZ, Indicatiestelling, Wmo

Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) heeft per 1 januari 2011 de Wmo-activiteiten afgesplitst. De divisie Maatschappelijke Ondersteuning van het CIZ gaat als zelfstandige stichting verder onder de naam de MO-zaak.

Door de verzelfstandiging kan de MO-zaak sneller inspelen op veranderingen in de markt voor zorg en welzijn. De MO-zaak is marktleider op het gebied van Wmo-indicaties en -advisering voor gemeenten.

Samenwerking

Aanleiding voor de afsplitsing was de wens van de overheid om de publieke en private taken van het CIZ te scheiden. Het CIZ en de MO-zaak hebben een samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Hierdoor blijft het mogelijk om indicatieaanvragen van mensen die zowel op de Wmo als op de AWBZ een beroep doen, efficiëntaf te handelen. De MO-zaak heeft vestigingen in heel Nederland; de hoofdlocatie is in Utrecht.

Ondersteuning aan gehandicapten kraakt

Bron: Zorgvisie

Sleutelwoorden: Wmo, gehandicapten

Door een opeenstapeling van nadelige maatregelen voor gehandicapten is hun maatschappelijke positie in gevaar. Zorginstellingen moeten in de Wmo met uiteenlopende partners aan de slag om basisvoorzieningen in de lucht te kunnen houden. Dat blijkt uit het artikel over gehandicaptenzorg in het eerste nummer van 2011 van Zorgvisie magazine, dat vrijdag verscheen.

Mensen met een beperking krijgen onder de begroting van Rutte-1 minder zicht op werk, scholing en dagactiviteiten. Dat zeggen directeur Ad Poppelaars van cliëntenorganisatie CG-Raad en directeur Jo Terlouw van belangenbehartiger KansPlus deze maand in Zorgvisie. De cliëntenorganisaties vrezen dat maatregelen vanuit verschillende ministeries leiden tot een uitzichtloze positie voor mensen met fysieke of mentale beperkingen.

Expertise

Gemeenten blijken vooral de expertise van gehandicaptenzorginstellingen aan te spreken om te voorkomen dat burgers tussen de wal en het schip vallen. Directeur Ageeth Ouwehand van zorgorganisatie Steinmetz | De Compaan legt in het artikel uit hoe haar organisatie probeert om toch begeleiding, ondersteuning en integratie overeind te houden.

Versplintering

Door samenwerking met gemeenten, het UWV en andere zorginstellingen lukt dat met moeite. Ondanks de proactieve aanpak van Steinmetz | De Compaan vreest Ouwehand de versplintering van het zorgaanbod onder de Wmo. “Gemeenten zullen met elkaar moeten samenwerken om afspraken te maken over onder meer de financiering.”

Cliënt centraal

De belangenorganisaties hebben niet het vertrouwen dat zorginstellingen samen met gemeenten de kastanjes uit het vuur zullen halen. Terlouw zegt dat instellingen het vergroten van het marktaandeel centraal hebben staan en niet de cliënt. “Samenwerkingsprojecten van zorginstellingen met gemeenten en andere instanties als woningbouwcoöperaties en verzekeraars klinken mooi. Zo worden activiteiten gered. Maar het effect van dit soort activiteiten is ook dat besluitvorming heel ver weg komt te staan van de cliënt. Terwijl de belofte van de Wmo juist is dat de cliënt centraal zou komen te staan. Hier moet een visie op komen.”

De herwaardering van de professional

Bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl/vakgebieden/sociaal/de-herwaardering-van-de-professional.601267.lynkx

Door Pieter Jan Biesheuvel

Sleutelwoorden: professional, sociale zekerheid

Laat de professional weer zijn werk doen! Dat pleidooi horen we vaak in het onderwijs, de zorg en het publieke domein. Geef de werkvloer terug aan de leraar, de verpleegster en de agent. Verlos hen van bureaucratie en van verstikkend management. Geldt dit eigenlijk ook voor de sociale zekerheid?

Mijn antwoord luidt: Ja! Een herwaardering van de professional is ook in de sociale zekerheid dringend gewenst. Of die professional nou werkcoach, casemanager, consulent, participatiecoach of nog anders genoemd wordt.

De professional is degene die in direct contact met de cliënt zoekt naar de juiste weg om iemand weer terug te brengen naar de arbeidsmarkt of te laten klimmen op de participatieladder. Hier, in dit directe contact tussen professional en cliënt wordt ultiem beslist of een traject succesvol wordt of niet. Niet in bestuurlijke en beleidsmatige discussies over wetten, financieringsstromen en structuren. Het werk in de spreekkamer verdient daarom topprioriteit.

Het blijft op zijn minst merkwaardig dat zo’n simpele waarheid zo vaak over het hoofd is gezien of wordt genegeerd. We weten namelijk verrassend weinig van wat er in die spreekkamer gebeurt. De professional is te lang aan zijn lot overgelaten. Zo is er pas recent meer aandacht gekomen voor de noodzaak van de beschikbaarheid van in de praktijk (liefst wetenschappelijk) geteste instrumenten op het gebied van screening en diagnose. Zonder deze instrumenten weten we nog altijd te weinig van de cliënt, zeker over zijn mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Hier is nog een grote slag te slaan.

In deze tijden waar iedere burger op zijn eigen verantwoordelijkheid wordt aangesproken, wordt ook van de cliënt (meer) inbreng verwacht. De professional moet hierbij leren ‘te sturen op zelfsturing’. Ook hier is nog een wereld te winnen.

Om te kunnen voldoen aan wat we van hem vragen, inclusief de veranderende inzichten, moet de professional meer centraal komen te staan. Zijn professionaliteit wordt het uitgangspunt. Dat  betekent overigens niet dat de professional een vrijbrief krijgt. Zo kunnen bijvoorbeeld correctiemechanismen worden ingebouwd. Denk daarbij aan intervisie tussen professionals.

Dit alles vraagt – aansluitend op de goede initiatieven die er al zijn – om een professionaliseringsagenda. Die is in de sociale zekerheid overigens breder dan gemeenten. Het raakt ook de kern van het werk van UWV en re-integratiebedrijven. Die agenda moet dan ook gezamenlijk opgesteld worden.

Een mooie wens voor het nieuwe jaar!

Pieter Jan Biesheuvel

Voorzitter Raad voor Werk en Inkomen

FNV: re-integratiegeld ook naar minder kansrijken

Bron: FNV

Sleutelwoorden: reintegratie

Het UWV en gemeenten moeten het re-integratiebudget inzetten om minder kansrijken zoals jongeren en 55-plussers te helpen. Dat vindt FNV Bondgenoten. Werkzoekenden die bij de bond aangesloten zijn, zijn woedend over de contraproductieve aanpak van UWV en gemeenten.

Prestatieafspraken

Uit een artikel in de Trouw over de resultaten van een onderzoek van de Inspectie Werk en Inkomen blijkt volgens de bond dat de reïntegratiegelden voorbij gaan aan de kwetsbaarste werklozen. De re-integratietrajecten gaan naar de kansrijken en de werkcoaches richten zich structureel op de meest kansrijken om prestatieafspraken te halen gericht op een snelle uitstroom.

Eigen kracht

‘De wereld op zijn kop’, aldus Maaike Zorgman, bestuurder van FNV Bondgenoten. ‘Hierdoor vallen jongeren zonder startkwalificatie en 55-plussers buiten de boot. Zij zijn minder kansrijk en hebben juist een steun in de rug nodig om aan het werk te komen. Mensen die hulp nodig hebben, krijgen dat op deze manier niet. Zoals het systeem nu werkt, krijgen alleen de mensen hulp die op eigen kracht al aan werk kunnen komen.’

Uitzicht op werk

De bond hekelt de steeds vaker gehoorde trend dat werkzoekenden verplicht zouden moeten worden om bijvoorbeeld sneeuw te schuiven om de uitkering te behouden. Zorman: ‘Dat klopt niet als je de mensen ondertussen geen kans biedt op echt werk. Zorg eerst dat mensen de hulp krijgen die nodig is om een fatsoenlijke baan te krijgen. En als dat voor elkaar is, dan kan die discussie aan de orde komen.’

Trend: Gemeenten versoepelen bijstand

Bron: Gemeente.nu

Sleutelwoorden: bijstand, ggz, awbz

Steeds meer gemeenten versoepelen de bijzondere bijstand voor cliënten van de ggz, die leven van of onder het bestaansminimum. Hoe komen zij deze mensen tegemoet?

In totaal zijn er nu 91 gemeenten die de bezuinigingen van het Rijk voor deze groep inwoners willen opvangen. Cliënten van de ggz hebben te maken met een verhoging van het eigen risico. Verder moeten zij een eigen bijdrage betalen voor begeleiding vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Collectieve ziektekostenverzekering

De gemeenten leveren op verschillende manieren een bijdrage aan het inkomen van de groep die het psychisch moeilijk heeft. Tien gemeenten compenseren de bezuinigingen  met een collectieve ziektekostenverzekering voor minima, wat via verschillende verzekeraars is geregeld. Amsterdam en Den Haag hebben hun eigen fonds om het inkomen aan te vullen.

Utrecht en Groningen hebben een eigen aanbod voor dagbesteding; andere gemeenten betalen de eigen bijdrage voor minima rechtstreeks aan het Centraal Administratie Kantoor, dat de eigen bijdragen incasseert voor de AWBZ en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Volgens het Landelijk Platform GGz, die het lokale bestuur om de hulp heeft gevraagd, zal het aantal helpende gemeenten verder groeien. Na een brief van het platform zijn al 125 ontvangstbevestigingen op de mat gevallen.

Geen taak gemeenten

Tot nog toe reageerden negentien gemeenten afwijzend. Zij zien het niet als hun taak de compensatie te bieden of vinden dat de hulp al voldoende is geregeld. Daarnaast zijn ook de gemeentelijke bezuinigingen een reden om geen financiële bijdrage te leveren. Volgens het platform ontvangen in Nederland 66.700 mensen tussen de 18 en 65 jaar begeleiding vanuit de AWBZ.

Page 1 of 3123»

Categorieën