Vooruitzien; laat zien waar je (zelf) staat….

Aan het einde van het jaar maken we de balans op. Wat hadden we ons voorgenomen, hoe is het verlopen en welke lering trekken we daaruit? Wat nemen we ons voor? Hoe gaan we om met de uitdaging die Transitie Jeugdzorg heet?

Roerige tijden vragen om een vooruitziende blik. Maar ja, wie heeft die?

Er zijn wel mensen die dat hadden; mensen die hun tijd ver vooruit waren. Jung was zo iemand. Carl Gustav Jung is de grondlegger van de analytische psychologie.Hij was zijn tijd ver vooruit en hij wist dat als kind al. Dat was meteen ook één van de zaken waar hij ongelukkig over was; hij wist dat hij (nog) niet begrepen werd. Jung was als kind vrij eenzaam en introvert; een uitdrukking die hij zelf zou toevoegen aan de psychologie.In zijn autobiografie “Herinneringen, dromen, gedachten”, blz. 119 maakt Jung een uitermate krachtig statement over het belang van het individuele begrijpen.

Theoretische veronderstellingen moeten heel voorzichtig toegepast worden. Vandaag zijn ze misschien geldig, morgen kunnen het andere zijn. In mijn analyses spelen ze geen rol. Zeer opzettelijk ben ik niet systematisch. Voor mij bestaat er ten opzichte van het individu alleen maar het individuele begrijpen. Voor elke patiënt heb je een andere taal nodig. Men kan mij in de ene analyse ook Adleriaans horen spreken of in een andere Freudiaans. Het beslissende punt is dat ik als mens tegenover een ander mens sta. De analyse is een dialoog tussen twee partners. Analyticus en patiënt zitten tegenover elkaar – oog in oog. De arts heeft iets te vertellen, maar de patiënt ook.”

Vooruitkijkend naar de komende jaren, waarin de transitie Jeugdzorg zijn beslag zal krijgen, zal het steeds belangrijker worden het individu te blijven zien. Stelsels hebben de neiging te uniformeren terwijl de menselijke aard individueler wordt. Het compensatiebeginsel in de transitie Jeugdzorg riekt naar uniformeren, terwijl het in de Jeugdzorg van alledag (de zgn. werkvloer) gaat om het (h)erkennen van die ene unieke persoon.

De tijdsgeest appelleert aan een actieve interesse in die ene andere. Professionals kunnen niet meer leunen op systemen of methodieken. Zij zullen hun vermogen moeten ontwikkelen om iedere jongere te nemen zoals hij is.
In de autobiografie van Jung valt zo mooi te lezen hoe hij de ander leerde kennen door eerst zichzelf te leren kennen. Opvoeden blijft daarmee een activiteit waar je in alle vezels en haarvaten uitgedaagd en betrokken wordt. Opvoeden is ook: zelf zichtbaar worden.
Vooruitziend: de komende tijd doet een groot appél op het effectief strijdend vermogen van iedere professional.

In gewoon Nederlands: “spreek je krachtig uit en laat zien waar je (zelf) staat.”

Gerard Besten

Gezinshuis.com

Rudolphlaan 2
3794 MZ De Glind

Dwang en drang: het roer moet om

Opinie

Het gebruiken van dwang en drang in de geestelijke gezondheidszorg is altijd goed voor emotionele debatten. Dat is logisch, want het raakt aan een essentieel vraagstuk: of in een bepaalde situatie iemands zelfbeschikkingsrecht opzij gezet mag worden voor zijn eigen bestwil, of die van anderen.

Dilemma’s
Het principiële antwoord op die vraag is ‘ja’, mits daar in de wet regels voor gesteld zijn. Maar dat algemene uitgangspunt lost lang niet alle dilemma’s op die op de werkvloer in de ggz kunnen ontstaan.

Isoleercel
De afgelopen jaren is het gebruik van de isoleercel uitgegroeid tot het symbool van dwang en drang. GGZ Nederland steekt er al jaren energie in om het gebruik van de separeer zo veel mogelijk terug te dringen. Daarbij zijn sinds 2006 goede resultaten geboekt. Tal van verpleegkundigen en psychiaters zijn anders gaan werken. Er zijn comfortrooms gebouwd, en meer afdelingen met eigen kamers voor patiënten. In sommige instellingen zijn verpleegstations gesloten, zodat verpleegkundigen de hele dag op de afdeling zijn. Bij weer andere instellingen zijn regels aangepast aan wensen van patiënten, met als gevolg veel minder strijd en escalatie. Al deze initiatieven laten zich samen vatten met: van beheersen naar verzorgen. Of, zoals een psychiater het eens zei: “Op de intensive care van een ziekenhuis stoppen we iemand met een hartaanval ook niet alleen in een kamer achter een ruitje, om vervolgens te gaan kijken wat er gebeurt. Iemand krijgt dan intensieve zorg. Hetzelfde moet gelden voor psychiatrisch patiënten die ernstig ontregeld zijn”.

Moeilijke groep
Alle goede initiatieven ten spijt, hebben we de laatste jaren kunnen waarnemen dat de snelheid waarmee het aantal separaties afneemt begint te dalen. Dat hangt samen met de spectaculaire daling van de duur van separaties. Elk verblijf in de separeer telt wel mee, of het nu 5 minuten, 5 uur of vijf weken duurt. Voor een deel laat het zich ook verklaren doordat,om het maar oneerbiedig te zeggen, het laaghangend fruit is geplukt. Patiënten voor wie een andere aanpak dan de separeer vrij eenvoudig was te vinden, belanden er niet meer. Wat dan overblijft, is een moeilijke, zeer zieke groep patiënten. Daarbij liggen de simpele alternatieven veel minder voor de hand.

Nieuw beleid
GGZ Nederland wil bereiken dat de urgentie om anders met de isoleercel om te gaan op elke afdeling even sterk wordt gevoeld. Vandaar dat we als vereniging nu nieuw beleid hebben afgesproken. Zo mag het eind 2012 niet meer voorkomen dat patiënten zich in de steek gelaten voelen. Er moet altijd de mogelijkheid zijn van contact. Ook moet elke separatie nabesproken worden met de betrokken patient. Als een verblijf in de isoleer langer dan een week duurt, is consultatie bij een collega in de eigen instelling verplicht. Na een maand, met een collega van buiten de eigen instelling. En elke ggz-instelling gaat per 1 januari aanstaande separaties registreren. Dit alles is bedoeld om vast te leggen, dat gebruik van de isoleer een ultimum remedium is, dat alleen mag worden toegepast als er echt geen andere opties zijn. En dat behandelaars structureel organiseren dat er kritisch meegekeken wordt met wat ze doen.

Isoleercel
De nieuwe koers zal niet voorkomen dat de isoleercel gebruikt wordt Er is een groep patiënten die regelmatig zo agressief is, dat zij gevaarlijk zijn voor zichzelf, hun medepatiënten en behandelaars. Niemand die zijn werk doet vanachter een veilig bureau, mag mensen op de werkvloer veroordelen voor de manier waarop zij proberen om te gaan met de dagelijkse dilemma’s die dat betekent. Kritisch bevragen mag altijd. Maar zeker zolang de nieuwe wet Verplichte GGZ niet in werking is getreden, moet de ggz behandelen met zeer gebrekkige juridische kaders. Zo mag medicatie met drang of dwang bij een patient thuis niet worden toegepast. Terwijl dat wel decompenseren en gedwongen opname kan voorkomen. De behandeling van deze wet ligt al ruim een jaar stil. Wie dat optelt bij de enorme bezuinigingen van minister Schippers en de ontslaggolf die de ggz te wachten staat, beseft dat het terugdringen van het gebruik van isoleer vanuit Den Haag niet bepaald geholpen wordt. Daarom is het goed dat GGZ Nederland en de Inspectie het samen eens zijn: het roer rond het gebruik van de isoleercel moet om.

Marleen Barth

FFT versterkt : een evaluatiestudie naar de implementatie en de effecten van Functional Family Therapy in Nederland

Auteur: M.C.A.E. van der Veldt; R.M. Eenshuistra; E.E. Campbell.
Duivendrecht : PI Research, 2011

Evaluatieonderzoek naar Functional Family Therapy (FFT). Na afsluiting van de therapie zijn blijvende positieve veranderingen waar te nemen. Het gaat hier voornamelijk om veranderingen in het probleemgedrag van de jongeren en de kwaliteit van de moeder-kindrelatie. Ook de gezinscommunicatie lijkt te zijn verbeterd. Bij afsluiting van FFT en bij follow-up is bovendien sprake van een relatieve verbetering in de stabiliteit van de woonsituatie. Het aantal uithuisplaatsingen neemt na FFT af van 18 procent naar bijna 6 procent bij afsluiting en 2 procent bij follow-up.

Toets basisset CJG-indicatoren

Auteurs: T. van Yperen; P. van der Steenhoven.
Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2011

Samenvatting: Op verzoek van gemeenten is in 2010 een eerste basisset van indicatoren gemaakt om de effecten van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in kaart te brengen. Het Nederlands Jeugdinstituut is gevraagd die set door te lichten. Het rapport geeft een beeld van een nuttige basisset die echter nog verdere ontwikkeling behoeft. De aanbeveling is een aantal vervolgactiviteiten in gang te zetten, die onder meer moeten zorgen voor een duidelijke definitie van begrippen, een operationalisering van alle voorgestelde indicatoren en het in pilots testen van het werken met de indicatoren in de praktijk

Geen kind overboord! : een onderzoek naar passende onderwijs-zorgarrangementen voor leerplichtigen

Auteurs: L. Admiraal; M. Wopereis.
Amsterdam : SWP Uitgeverij, 2011.
ISBN 9789088502668

Samenvatting: Regelmatig hebben zorgverleners en leerkrachten te maken met overbelaste jongeren. Dat zijn jongeren die te maken hebben met een opeenstapeling van problemen: thuis, op school, in de buurt en met zichzelf. Ze vormen de meerderheid van de vroegtijdig schoolverlaters. De auteurs analyseren wat er misgaat in de ondersteuning van deze jongeren en beschrijven hoe het anders kan, zodat een kind precies de zorg krijgt die het nodig heeft om sociaal te kunnen participeren. Centraal daarbij staat de inzet van een casemanager die zorg, onderwijs en welzijn met elkaar verbindt. De publicatie is gebaseerd op een onderzoeksproject dat de Hogeschool Utrecht van 2009 tot 2011 heeft uitgevoerd in de regio Gorinchem-Leerdam. Tijdens dit project hebben professionals in de praktijk geëxperimenteerd met nieuwe vormen van casemanagement. Dit boek beschrijft de resultaten van dit onderzoek en de aanbevelingen die daaruit voortkomen. Verkrijgbaar bij uitgever of boekhandel voor 18,70 euro.

Peter van Lieshout en Marijke Linthorst in RvT Careyn

Bron: Careyn

Peter van Lieshout is per 1 januari 2012 benoemd tot voorzitter en Marijke Linthorst tot lid van de  raad van toezicht van Careyn.
Peter van Lieshout is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Theorie van de Zorg aan de Universiteit Utrecht. Hij is voorzitter van de raad van toezicht Arkin en voorzitter raad van toezicht van het ROC Midden Nederland.

Marijke Linthorst is per 1 januari 2012 benoemd tot lid van de raad van toezicht Careyn. Linthorst is lid van de Eerste Kamer voor de PvdA en is zelfstandig interim beleidsadviseur, projectmanager op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en jeugdzorg.

Over Careyn
Careyn is een zorgconcern voor Verpleging, Verzorging en Thuiszorg, dat zorg levert in Zuid-Holland, Utrecht en Westelijk Noord Brabant. Careyn is vorig jaar gefuseerd met Zuwe Aveant. De organisatie heeft meer dan 15.000 medewerkers en levert zorg en andere diensten aan circa 100.000 klanten. Careyn brengt onder het model van ‘het Dorp’ de zorg dichter bij de gebruiker. Kleinschalig werken en de voordelen van de schaalgrootte worden zo gecombineerd.

KmK Leeuwarden en meer Friese voorzieningen

Bron: website ZIENN dec. 2011

Het Kamers met Kansen-project zit aan het Zuidvliet in Leeuwarden. Van de 40 wooneenheden zijn twaalf woonstudio’s bestemd voor jongeren die deelnemen aan Kamers met Kansen. In het Kamers met Kansen-project werken opleidingcentra, woningcorporaties en hulpverleners (waaronder Zienn) samen om jongeren die thuis, op school of het werk problemen hebben een (nieuwe) kans te bieden. Daarin spelen, naast begeleiders, ook vrijwilligers een rol. Vrijwilligers kunnen zich nog aanmelden via het vrijwilligersservicepunt Leeuwarden. De overige wooneenheden zijn bedoeld voor zorgorganisatie Rondomzorg.

Meer informatie Bram Arnold, projectleider Kamers met Kansen, a.arnold@chello.nl, telefoon 06 20 41 44 63.

Lees meer op de nieuwsbrief van ZIENN: http://www.zienn.nl/Nieuwbouw-voor-Den-Eikelaar-2.ashx

Nieuw instituut voor betere kwaliteit zorg

Bron: VWS

Het belang van de patiënt moet centraal komen te staan bij de activiteiten van het nieuwe Nederlands Instituut voor de Zorg (NIvZ). Dat is de kern van de het voorstel dat minister Edith Schippers en staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (beiden Volksgezondheid) donderdag voor advies naar de Raad van State sturen.

Het kabinet wil de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van de zorg verbeteren. Het nieuwe instituut moet nieuwe initiatieven stimuleren en de bestaande krachten bundelen en gaat op in het huidige College voor Zorgverzekeringen (CvZ), dat het Nederlands Instituut voor de Zorg gaat heten. Schippers en Veldhuijzen van Zanten vinden dat taken en verantwoordelijkheden voor kwaliteit in de zorg nu te versnipperd zijn over verschillende instanties.

Behoeften
Om de kwaliteit van de zorg blijvend te verbeteren, willen de bewindsvrouwen dat het NIvZ artsen en andere zorgaanbieders stimuleert om professionele richtlijnen te ontwikkelen, waarin de wensen en behoeften van patiënten centraal staan. Als verbeteringen desondanks uitblijven, heeft het NIvZ de bevoegdheid om die af te dwingen.

Veel banen weg bij instelling jeugdzorg Pactum

Bron: persbericht

ARNHEM – De regionale instelling voor jeugdzorg Pactum, actief in Arnhem en Ede snijdt flink in het personeelsbestand. Ruim vijftig formatieplaatsen worden geschrapt. Aanleiding is een financieel probleem, waardoor directeur Marc Petit vroegtijdig vertrekt per 1 januari.

Ook de vorige voorzitter van de Raad van Toezicht, Johan Gerestein is onverwacht gestopt. De reden zou zijn een verschil van inzicht met de andere leden.

Pactum is een Gelders-Overrijsselse organisatie in jeugd- en opvoedhulp met een begroting van 30 miljoen euro. Het hoofdkantoor staat in Arnhem. Onder meer Rijn-Side valt onder Pactum. Bij dit Arnhemse project worden probleemjongeren (12 tot 26 jaar) in hun dagelijkse omgeving opgezocht, onder meer op school, in een coffeeshop of in een winkelcentrum.

De organisatie zal dit jaar een verlies lijden van 1 tot 2 ton. Eerder werd gevreesd voor een tekort van 1 miljoen over dit jaar. Een herstelplan dat deze zomer werd ingezet, leverde slechts de helft van de verwachte 8 ton op. Het uiteindelijke resultaat valt mee omdat de provincie Gelderland subsidies eerder heeft uitgekeerd.

Volgens Rob Spiegelenberg, de nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht van Pactum, is een minnelijke schikking getroffen met Petit. De bestuurder zelf wil niet ingaan op de inhoud en reden van zijn vertrek.

Spiegelenberg zegt dat het aantal formatieplaatsen met ruim vijftig wordt verminderd, van 326 naar 274 plaatsen.

‘Alle daklozen bij vrieskou van straat’

Bron: gemeente Amsterdam

De angst voor misbruik van de winteropvang mag er niet toe leiden dat mensen in extreme kou de nacht op straat moeten doorbrengen. Daarom moet Amsterdam ook daklozen die korter dan 3 maanden in Nederland zijn, toelaten tot de winterse noodopvang. Coalitiepartij GroenLinks doet woensdag in de gemeenteraad een voorstel hiertoe.

Wethouder Eric van der Burg (zorg, VVD) maakte vrijdag bekend dat de gemeente thuislozen die korter dan 3 maanden in Nederland verblijven, niet meer toelaat tot de opvang voor daklozen als het ’s winters koud is. Mensen in een crisissituatie, worden wel van de straat gehaald.

Strikt beleid
De gemeente besloot tot een strikter toelatingsbeleid voor de winteropvang, vanwege de grote toestroom vorig jaar. In de winter van 2010 zijn in Amsterdam maximaal 340 mensen extra per nacht van straat gehaald.

Intake
Als het ’s nachts te koud is om buiten te slapen, kunnen daklozen binnen slapen nadat ze hebben aangeklopt bij de GGD. Die instantie houdt vanaf dit jaar een intakegesprek met ze waarbij ze hun identiteitsbewijs moeten tonen.

Page 1 of 512345»

Categorieën