Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:38
no comments
Bron: Jeugdzorg Compleet
Steeds meer hulp aan (potentiële) slachtoffers van jeugdprostitutie is gericht op het leren aangeven wat ze wél willen in plaats van wat ze niet willen. Sabine Meulenbeld, hulpverlener bij Pretty Woman[1], leidt een lotgenotengroep met meiden die op minderjarige leeftijd zijn betaald voor seks. De rol van Sabine is om náást de meiden te gaan staan. “Wij zijn geen opvoeder. We zien de meisjes, ook hun kracht. We bekijken ze niet enkel als slachtoffer”, aldus Sabine.
“Bij het aangeven van grenzen ben je veel gericht op de ander”, legt Sabine uit. “Wij leren meiden hun wensen aan te geven en daarmee uit te gaan van hun eigen identiteit. Die ‘eigenheid’ zijn slachtoffers van jeugdprostitutie vaak helemaal kwijt geraakt.”
“We spelen onder meer een kwaliteitsspel waarbij vragen worden gesteld als: welke kwaliteiten heeft je ideale man? Herken je die kwaliteiten in je (ex) vriendje of zoek je eigenlijk excuses voor missende eigenschappen? Verder doen we met de meiden een lichaamsbelevingsoefening waarbij ze op een tekening van een bloot lichaam met kleuren aangeven waar iemand wel of niet aan mag zitten.”
Fasen van seksualiteit
In de lotgenotengroep wordt ook ingegaan op de vier fasen van seksualiteit. Fase één betreft het eerste contact, zoals oogcontact of een praatje. De tweede fase is de hechtingsfase. Dit is de tijd waarin je elkaar beter leert kennen. Daarna komt de fase van intimiteit. In die fase ontstaat de geestelijke verdieping en begint de lichamelijke verkenning van elkaar. Ten slotte komt men in de vierde fase, van daadwerkelijke seksualiteit.
Bij de meiden die door Pretty Woman worden geholpen, zijn fase twee en drie vaak overgeslagen. In geval van verkrachting zijn zelfs de eerste drie fases overgeslagen. “Wij leren de meiden dat het belangrijk is om alle fasen goed te doorlopen. Ze horen bij een gezonde seksuele ontwikkeling”, aldus Sabine.
“Ook is er aandacht voor het ‘ontschuldigen’ van het meisje. Verkrachting kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van problemen binnen de opvoedingscontext.”
Afvoerputje
De vrouwelijke hulpverleners van Pretty Woman krijgen in hun dagelijks werk te maken met verhalen die het ‘afvoerputje van de seksualiteit’ betreffen, zoals Sabine het zelf uitdrukt. “Dat er meer meiden zijn die uit het circuit stappen, dan meiden die terug vallen, is een enorme houvast.”
[1] Pretty Woman is een samenwerkingsverband van Stichting Stade, De Rading en Bureau Jeugdzorg Utrecht. Naast groepshulpverlening bieden zij ook individuele begeleiding en voorlichting, onder andere op middelbare scholen. Zie voor meer informatie www.prettywoman-utrecht.nl.
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:37
no comments
Bron: gemeente Tubbergen
De combinatiefunctionaris lijkt in de gemeente Tubbergen aan te slaan. Steeds meer maatschappelijke partners melden zich om van de diensten van zo’n functionaris gebruik te kunnen maken. Tubbergen heeft inmiddels bij het Rijk de maximale subsidie aangevraagd.
Een combinatiefunctionaris is inzetbaar door meerdere partners op het gebied van onderwijs, sport en cultuur. Zo maken in Geesteren de kinderopvang, sportverenigingen en de basisschool samen gebruik van zo’n combinatiefunctionaris. Tot tevredenheid van directeur Irma Lohuis van kinderopvang De Boerderij: “De kinderen bij ons willen graag sporten en vragen hier ook om. De combinatiefunctionaris kan daarin bemiddelen. Ook worden andere sporten geïntroduceerd bij de kinderen en die reageren daar positief op.”
Ook de Mariaschool in Langeveen en de Heilig Hartschool in Fleringen maken samen met de buitenschoolse opvang Kinderkroon en Bambino gebruik van zo’n functionaris. Zwembad De Vlaskoel en De Kinderkroon zijn er ook mee bezig.
Verantwoordelijk wethouder Tom Vleerbos is blij met de respons uit de samenleving. “Samenwerking houdt organisaties, verenigingen en de gemeenschap veerkrachtig en gezond. Reden voor ons om de maximale inzet aan cominatiefuncties aan te vragen bij het Rijk.”
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:37
no comments
Bron: HP/De Tijd
Hoe ziet het gezin van de toekomst eruit? Waar wonen we? Hoe leven we? Jan Latten, hoogleraar demografie aan de UvA, analyseert trends in de ontwikkeling van de bevolking en kijkt vooruit. “De alleenstaande man zonder fatsoenlijke opleiding krijgt het heel moeilijk.”
U ontwikkelt een visie op de toekomst door huidige generaties te analyseren. Kunt u een typering geven?
“De huidige twintigers en dertigers zijn in zekere zin compromisloos. Veel van hen zijn gewend dat alles wat ze willen ook kan en mag. Het recht op vrije keuze is ze met de paplepel ingegoten toen ze opgroeiden in een periode dat de welvaart enorm toenam. Die onbelemmerde keuzevrijheid zet zich vast in iemands karakter als een soort recht.
“In mijn boek Liefde à la Carte, dat ik samen met Malou van Hintum heb geschreven, staat een interview met een dertigjarige historica die het uit had gemaakt met haar vriend omdat ze bang was dat hij de laatste man zou zijn waar ze ooit seks mee zou hebben. Ze keek naar wat ze niet had en veronderstelde recht te hebben op meer. Keuzestress in opperste vorm. Het resultaat: doelloos lovehoppen. Het lijkt op jobhoppen, ook zo’n onrust die past bij de huidige twintigers en dertigers.”
Waar komt dat onrustige gedrag toch vandaan?
“Het heeft uiteraard te maken met onze economie, die eist dat we flexibel zijn en ons nergens aan binden. Loyaal zijn aan een werkgever is onderhand sullig geworden. Maar ook ontkerkelijking speelt een rol. Van de huidige autochtone jeugd is de meerderheid niet meer gelovig, blijkt uit cijfers van het CBS. Toen iedereen nog in een opperwezen geloofde, accepteerde men het leven als een tranendal en ging men ervan uit dat het in het hiernamaals allemaal beter zou worden. Met de ontkerkelijking kwam het besef dat het leven eindigt bij de dood. Daarmee is de druk heel hoog om er nú alles uit te halen wat erin zit.
Je bent zelf verantwoordelijk geworden voor je geluk of ongeluk. Is iets niet leuk, dan ben je het bijna aan jezelf verplicht om over te stappen naar iets anders. Hét kenmerk van een maakbaar leven. Daarom zijn nieuwe generaties zo geobsedeerd met het maximale uit het leven te halen. Ze durven tegen niets ‘nee’ zeggen. Stel dat je iets mist? Uiteindelijk kan dat voor sommigen een groot probleem worden. Het is in wezen zielig als het je in een wereld van ongekende mogelijkheden ontbreekt aan zelfdiscipline, aan inzicht dat je jezelf ook weleens iets moet kunnen ontzeggen.”
Het aantal alleenstaanden neemt volgens het CBS zelfs nog met één miljoen toe. “Door lovehoppen zijn er meer echtscheidingen en blijft men tussen relaties door langer alleen.”
Een heel andere reden voor de toename in alleenstaanden is volgens het CBS de vergrijzing. Die is in 2038 op zijn hoogtepunt, met 4,5 miljoen 65-plussers – twee miljoen meer dan nu. Terwijl er nu al te weinig mensen zijn die in de ouderenzorg willen werken. Nemen we daarom in de toekomst onze ouders weer ouderwets in huis?
“Nee, een kwart van de toekomstige ouderen heeft niet eens kinderen die hen in huis zouden kunnen nemen, en ik denk dat de overige ouderen dat niet willen.”
Lees het hele artikel in de HP/De Tijd.
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:36
no comments
Bron: www.programmaregelhulp.nl
Een wegwijzer naar zorg en ondersteuning is alleen nuttig wanneer deze gebruiksvriendelijk is en aansluit op de behoeften van gebruikers. Dus vraagt Regelhulp regelmatig aan mensen om het webportaal uit te proberen. Bijvoorbeeld via een vast gebruikerspanel, spontaan tijdens evenementen of op straat (Regelhulp reporter). Soms komen er verrassende zaken naar voren.
Lokale informatie via postcode
Na onderzoek is onlangs het vakje verplaatst waar bezoekers hun postcode in kunnen vullen om gemeentelijke informatie te krijgen. Veel internetgebruikers zijn gewend dat websites aan de rechterzijde reclame-uitingen bevatten. Zij bleken die kant te negeren en zagen het vakje niet meer staan. Zo misten zij de lokale informatie in Regelhulp. Daarom verschijnt het vakje voor de postcode nu direct aan het begin van de vraagverheldering.
Testpanel
Periodiek komen er nieuwe versies van Regelhulp uit waarin aanpassingen en uitbreidingen zijn doorgevoerd. Zoals het verplaatste vakje voor de postcode en de recente toevoeging van onderwerpen rond opgroeien en opvoeden. Vooraf bekijken betrokken partijen de inhoud en laat Regelhulp de gebruiksvriendelijkheid testen door een klein gebruikerspanel. Ook in september hebben gebruikers het webportaal uitvoerig getest.
Reacties en suggesties op de 50PlusBeurs
Op de 50PlusBeurs in september hebben circa veertig bezoekers de nieuwste versie van Regelhulp uitgeprobeerd. Dat leverde een schat aan bruikbare suggesties en nieuwe inzichten op. Op dit moment werken medewerkers van Regelhulp de aanbevelingen uit van zowel de recente gebruikerstest als de gesprekken op de beurs. De resultaten verschijnen in de volgende release.
Logo
Regelhulp heeft dit jaar mensen naar hun mening gevraagd over het logo. Hieruit bleek dat de reddingsboei negatieve associaties oproept. Een man vertelde dat hij bij een reddingsboei denkt aan een drenkeling. Een vrouw gaf aan dat zij het als allerlaatste redmiddel ziet. Dit terwijl Regelhulp juist ondersteuning van zelfredzaam- heid nastreeft. Het huidige logo sluit dus niet goed aan bij wat bezoekers van Regelhulp kunnen verwachten. Reden om het logo aan te passen.
In november verschijnt Regelhulp.nl in een nieuwe vormgeving met het nieuwe logo.
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:35
no comments
Bron: HR Praktijk
Nu nog maken mannen meer uren dan vrouwen. Het verschil kan de komende jaren echter wel slinken door de bezuinigingen op de kinderopvang zo meldt ING Economisch Bureau.
Over de hele linie maken mannen langere werkweken dan vrouwen. Zij werken gemiddeld 9,6 uur per week langer dan vrouwen. In de bouw is het verschil met 12,5 uur het grootst. In de delfstoffenwinning werken mannen slechts 5,9 uur langer.
Kinderopvang
Het verschil in uren is tussen 2006 en 2009 iets kleiner geworden. Mannen zijn evenveel uren blijven maken, vrouwen werken iets meer. Mogelijk slinkt het verschil de komende jaren verder door de bezuinigingen op de kinderopvang. Vanaf volgend jaar is de toeslag gekoppeld aan de gewerkte uren van de minst werkende partner. Dat is meestal de vrouw. Als moeder korter gaat werken daalt haar salaris, maar ook de kinderopvangtoeslag. Vader ziet alleen zijn loon dalen. Voor jonge ouders die korter gaan werken, kan het daardoor financieel gunstiger uitpakken als juist papa vaker thuis is aldus het Economisch Bureau.
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:33
no comments
Bron: nieuwsbericht
Op maandag 3 oktober 2011 hebben de bestuurders van Rubicon jeugdzorg en de Mutsaersstichting onder feestelijke omstandigheden een intentieovereenkomst getekend om te komen tot bestuurlijke samenwerking. ‘Een intensieve samenwerking tussen de jeugdzorginstellingen is onontbeerlijk om ook in de toekomst kwalitatieve jeugdzorg te kunnen blijven bieden’, aldus Ward Vijgen, bestuurder van Rubicon jeugdzorg.
Verbinding en synergievoordelen
Hoe de toekomst er in jeugdzorgland precies uitziet, weet nog niemand. Vanaf 2016 valt de jeugdzorg onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Beide organisaties willen zich graag samen voorbereiden op deze verandering. Matthieu Goedhart, bestuurder van de Mutsaersstichting, over de noodzaak: ‘De inhoud van ons werk staat voorop. Samen kunnen we een adequaat hulpaanbod bieden. Het kwetsbare kind is een te kostbaar goed. We zoeken met de samenwerking naar verbinding en synergievoordelen op inhoud, innovatie, beheer en bedrijfsvoering.’
De bezuinigingen op de jeugdzorg spelen zeker ook een rol. Rubicon jeugdzorg en de Mutsaersstichting moeten het in 2013 met 1,4 miljoen euro minder doen. In 2016 is er nog een landelijke bezuiniging voorzien.
Zorgvuldige voorbereiding
De samenwerking tussen de jeugdzorginstellingen komt niet uit de lucht vallen. Er ging een gespreksronde van ruim een jaar aan vooraf, waarbij alle voors en tegens zorgvuldig werden afgewogen. Nu ook de raden van toezicht hun steun hebben toegezegd, kunnen er concrete afspraken worden gemaakt. Beide jeugdzorginstellingen zijn werkzaam in de regio Noord- en Midden-Limburg. Samen bieden ze werk aan ruim 570 medewerkers. Rubicon biedt jaarlijks jeugdzorg aan zo’n 1.400 jeugdigen en hun gezinnen. Voor de Mutsaersstichting zijn dat er ongeveer 1.700.
Rubicon ondersteunt jeugdigen tot 23 jaar bij het opgroeien en hun ouders bij de opvoeding. Of het nu gaat om problemen met ontwikkeling, gedrag of opvoeding, steeds staat de hulpvraag van de jeugdige centraal. Rubicon biedt diverse hulpvormen zoals acute zorg, hulp aan huis, hulp na seksueel misbruik, residentiële zorg en pleegzorg.
De Mutsaersstichting is een fullservice centrum. De stichting biedt geïndiceerde jeugdhulpverlening en geestelijke gezondheidszorg aan kinderen en jongeren, evenals maatschappelijke opvang en begeleiding aan vrouwen en hun kinderen. Die multidisciplinaire benadering maakt de Mutsaersstichting sterk in vroeginterventies. In snelle, pragmatische en oplossingsgerichte hulp aan kinderen en hun ouders. Maar ook aan gezinnen en slachtoffers en daders van huiselijk geweld.
Belangrijke stap vooruit
Door de krachten te bundelen, kunnen de jeugdzorginstellingen de verschillende hulpvormen beter op elkaar afstemmen en gebruik maken van elkaars expertise. Hoe dit er in de praktijk uit komt te zien, is nog niet bekend. De mensen op de werkvloer kunnen op de eerste plaats gewoon hun werk blijven doen. Met het tekenen van de intentieovereenkomst start het onderzoek naar de vorm, aard en omvang van de samenwerking. Vooruitlopend hierop hebben al diverse succesvolle samenwerkingstrajecten plaatsgevonden. Ook op het gebied van de bedrijfsvoering, zoals ICT, facilitaire diensten en inkoop, willen de bestuurders de intensiteit van de samenwerking stevig opvoeren. Er wordt ingezet op de vorming van een Shared Service Centre. Begin 2012 dient een uitgewerkt samenwerkingsdocument gereed te zijn. Ward Vijgen: ‘We zetten een belangrijke stap vooruit om beide jeugdzorginstellingen toekomstbestendig te maken. Het uitgangspunt is, dat we goede jeugdzorg bieden en dat ouders en jongeren er beter van worden.’
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:32
no comments
Bron: Provincie Zuid-Holland
Gedeputeerde Staten (GS) hebben het Uitvoeringsprogramma Jeugd 2012 – ‘Samen werken aan effectieve jeugdzorg’ – op dinsdag 4 oktober 2011 vastgesteld. Een structurele versterking van de kwaliteit van de jeugdzorg is de kern. Vertrouwen in de professional en minder bureaucratie zijn belangrijke uitgangspunten.
De behoeften van jeugdigen staan zoveel mogelijk aan de basis van het aanbod in de jeugdzorg. Verder moet de aansluiting verbeteren tussen het gemeentelijke preventieve jeugdbeleid, de provinciale jeugdgzorg en de nazorg. Dit om wachtlijsten structureel terug te dringen. Ook richten GS zich in 2012 op kwetsbare groepen, zoals tienermoeders en slachtoffers van loverboys. Om de gestelde doelen te bereiken, werken GS samen met de jeugdzorgpartners.
Met het oog op de voorgestelde overheveling van provinciale jeugdzorgtaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden naar gemeenten, kiezen GS vanuit het belang van kinderen en gezinnen voor een zorgvuldige overdracht in overleg met instellingen en gemeenten. Tot het moment dat de gemeenten de jeugdzorg overnemen, blijft de provincie de wettelijke taken, planning en financiering van provinciale jeugdzorg, minimaal op het huidige niveau uitvoeren.
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:31
no comments
Bron: Ministerie VWS
Het Centrum voor Jeugd en Gezin op Texel opende op 1 juni 2011 zijn deuren. Op 1 oktober is de opening groots gevierd met het publiek. Terecht, want er valt op Texel ook echt wat te vieren. Namelijk, het succes van de geslaagde opzet voor integrale samenwerking tussen het CJG en het onderwijs op het eiland. Wekenlange onderhandelingen, een impasse en heftige snelkooksessies waren nodig om iedereen mee te krijgen. Maar het is gelukt. Texel heeft een structureel samenwerkingsverband tussen het CJG, elf basisscholen en één scholengemeenschap voor het voortgezet onderwijs.
Projectleider Agnès van Schaijk heeft, samen met toenmalige wethouder Marian Merkelbach, het proces van begin af aan getrokken. “Met succes, maar wij beseffen wel dat wij op Texel een luxe positie hebben. De infrastructuur is zodanig dat alle partners goed in beeld zijn. Zo’n eiland is een overzichtelijk gebied. In grote steden als Rotterdam of Amsterdam is de uitgangssituatie natuurlijk anders.”
Los daarvan is Agnès wel degelijk met een bepaalde visie aan het project begonnen. “Ik ben direct vanaf het begin met onderwijs in gesprek gegaan. Juist in het onderwijs maakt men kinderen dagelijks mee. Naast de ouders zijn het de leerkrachten die zien hoe kinderen zich ontwikkelen. Vaak merken zij ook als eerste iets van opvoedproblemen bij ouders. Die kennis moet je benutten, dus voor mij was snel duidelijk dat onderwijs vaste partner moest zijn in ons CJG.”
Werkplaats
Agnès werd in haar visie gesterkt door een directeur van een ROC in Rotterdam.”Tijdens een CJG-congres sprak hij uit dat het CJG niet alleen een vindplaats moest zijn, maar vooral een werkplaats. Dat inspireerde mij en het heeft ertoe geleid dat wij op Texel hebben gekozen voor een CJG als netwerkorganisatie. Aanspreekbaar voor ouders op de plekken waar zij al zijn. Dus op het consultatiebureau, de kinderopvang, de peuterspeelzalen, de gemeente en ja, vooral ook op scholen.”
Agnès ging op zoek naar CJG-partners en kreeg vanuit het onderwijs meteen al een van de basisschooldirecteuren mee. “Hij was ook voorzitter van het Texelse overleg onderwijs en dit bleek een mooie ingang voor het CJG om ook andere schooldirecties enthousiast te krijgen. Zij wilden graag meepraten, op voorwaarde dat zij niet over hun ‘onderwijsgrenzen’ heen zouden gaan. Het overbrengen van cognitieve kennis is en blijft de basistaak. Zorgtaken voor kinderen hoorde bij andere professionals thuis. Zij moesten kunnen doorverwijzen. Met dat uitgangspunt kwamen de onderwijspartners aan tafel.”
Inlooppunten op scholen
Agnès van Schaijk zette een overlegstructuur op. Er kwam een stuurgroep en een klankbordgroep, waarin dertig partners zaten. “Iedereen die ook maar iets te maken had met de zorg voor jeugd werd uitgenodigd. We begonnen met een nulmeting. Waar zijn we nu met onze zorg voor de jeugd? En waar willen we over vier jaar staan? Ik heb veel gehad aan de CJG-toolkit die het Ministerie van VWS beschikbaar stelt. Die heb ik gebruikt om de startnotitie voor de ontwikkeling van ons CJG vorm te geven.”
Uitgangspunt in de startnotitie was het CJG niet op één centrale plaats te organiseren, maar via verschillende inlooppunten. Dit advies stuitte echter aanvankelijk op weerstand. “Diverse partijen waren niet enthousiast over de inlooppunten op de scholen. Zorg verkoop je niet op verschillende punten en ouders hadden één zichtbaar punt nodig waar ze te allen tijde zouden kunnen binnenlopen, zo vond men. Ook de wethouder had twijfels. Moesten al die inlooppunten apart worden ingericht en beheerd? Toen brak een heftige periode aan. We kwamen er in het gezamenlijke klankbordoverleg niet uit.”
Initiatief bij het veld
Nieuwe wethouder Hennie Huisman stelde daarop voor om het veld het initiatief te geven en met een plan te komen. “Er volgden drie snelkooksessies, onder leiding van de directeur van scholengemeenschap OSG De Hogeberg. De wethouder en ikzelf schoven ’slechts’ als toehoorders aan. En uiteindelijk kwam men op het hetzelfde plan uit. Géén centrale plek, maar het CJG als netwerkorganisatie, met een belangrijke rol voor de scholen. Soms is het goed om als gemeente een stap terug te doen en een ander tijdelijk het voortouw te laten nemen.”
Twee CJG-coördinatoren
En wat maakte nu precies dat iedereen toch op hetzelfde plan uitkwam? Agnès: “De inhuur van twee CJG-coördinatoren, die vanuit een combinatiefunctie gingen werken, bleek doorslaggevend. Saskia van Baal was vanuit Parlan (Jeugd en Opvoedhulp) als werkzaam als schoolmaatschappelijk werken op OSG De Hogeberg. Daar waren goede resultaten geboekt. Cecil van Tiel werd ingehuurd voor de jeugd onder 12 jaar, Saskia voor 12+. Beiden kregen vier uur extra werktijd voor de CJG-coördinatie. Qua organisatie een gouden greep. De nieuwe CJG-coördinatoren liepen al rond op scholen, kennen daar de weg en zijn als schoolmaatschappelijk werker ook bekend met de zorg. Voor kinderen en ouders vormen zij hét CJG-gezicht”.
Financieel gunstig
“Op elke school is een hoek ingericht met een tafeltje, een poster, CJG-folders, een foto van de CJG-coördinatoren met het telefoonnummer en de website. Cecil en Saskia zijn 24/7 (eventueel via voicemail) bereikbaar. Niks inrichten en faciliteren van 25 inlooppunten. Twee ‘mobiele’ medewerkers voldoen. Naast organisatorisch gewin, is dit ook financieel gunstig.”
Afvang van vragen
De eerste afvang van vragen gebeurt vaak door de leerkracht, leidster of het consultatiebureau zelf. Kunnen zij de vraag niet beantwoorden, dan wordt (via de Intern Begeleider, de kinderopvangcoördinator of de directie) de CJG-coördinator ingeschakeld. “De coördinator voert dan zelfstandig een of meer gesprekken. Schat hij (m/v) in dat er meer hulp nodig is, dan overlegt hij de sociale kaart. Die hadden we eerst ook niet, maar het is een aanwinst in de dienstverlening richting kinderen en ouders. Die kaart ligt overigens ook op het tafeltje in de CJG-hoek op school. Zo hebben we twee ingangen: via school of rechtstreeks via de ouders.”
“Het werkt. Ook bureau Jeugdzorg is enthousiast, vooral over de korte lijnen. Tussen januari en mei 2011 hebben we al twaalf hulpaanvragen behandeld in het basisonderwijs. Tegenover vijf per jaar voordat het CJG open ging. En we staan nog maar aan het begin”, voorspelt Agnès van Schaijk.
Wilt u meer inlichtingen over de opzet van het CJG Texel en de integrale samenwerking met onderwijs? Neem gerust contact op met CJG projectleider Agnès van Schaijk, via avanschaijk@texel.nl.
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:30
no comments
Bron: Binnenlands Bestuur Sociaal
Nederlandse gemeenten hebben jarenlang vrijwillig geld gestopt in primair onderwijs. Nu zij daar – noodgedwongen – mee ophouden, krijgen ze van de Vereniging van onderwijsadviesbureaus Edventure de beschuldiging dat hun actie de kwaliteit van het onderwijs aantast. ‘Een vreemde uitspraak’, aldus de VNG.
Budget fors beperken
Maandag kwam Edventure met onderzoekscijfers over de gemeentelijke bijdrage aan het primair onderwijs. 80 procent van de gemeenten verwacht dat de onderwijsbijdrage in 2012 fors te beperken. 5 procent verwacht zelfs dat het eigen budget voor onderwijs wordt afgeschaft. ‘Deze negatieve trend van forse maar ook stille bezuinigingen raakt de kwaliteit van het ondewijs omdat er minder geld beschikbaar is voor bijvoorbeeld onderwijsondersteuning’, aldus Annemarie Kaptein van Edventure.
Vrijwillig
‘Sinds de invoering van de vraagfinanciering in 2006 zijn gemeenten niet langer verantwoordelijk voor de inkoop van schoolbegeleidingsdiensten’, reageert een woordvoerder van de VNG. ‘Het geld dat gemeenten hiervoor van het Rijk kregen, is sindsdien rechtstreeks naar de scholen gegaan. Veel gemeenten hebben in de jaren daarna toch nog bijgedragen. Uit eigen middelen, vrijwillig dus. Maar nu het allemaal financieel nog krapper wordt, is het logisch dat facultatieve bijdragen beëindigd worden.’
Geld naar CJG
De afgelopen jaren (2009-2011) heeft 40 procent van de gemeenten al fors bezuinigd op het eigen onderwijsbudget, blijkt uit het onderzoek dat uitgevoerd is door het bureau Oberon. In dezelfde periode werden Centra voor Jeugd en Gezin opgericht waar een deel van het geld naartoe ging. ‘Daardoor worden schaarse middelen nog minder ingezet waarvoor ze feitelijk bedoeld zijn, het kwalitatief ondersteunen van primair onderwijs’, vindt Kaptein.
Geld is op
Maar de VNG vindt dat die conclusie niet zomaar getrokken kan worden. ‘Gemeenten kunnen hun geld vrij besteden. En misschien is de keuze om geld bij de CJG’s onder te brengen juist wel een goede. Bovendien, het is algemeen geld, dus de gemeenteraden nemen de beslissing waar het naartoe gaat’, aldus de woordvoerder van de VNG. Overigens erkent de VNG dat het jammer is dat er minder geld beschikbaar is voor primair onderwijs. ‘Natuurlijk is dat vervelend en zal het pijn doen. Maar het gaat om geld dat de afgelopen jaren puur op vrijwillige basis beschikbaar is gesteld. En als er niets meer in de knip zit, dan houdt het gewoon op.’
Filed under Aflevering 4-79 by myrtedejong on 18 oktober 2011 at 10:29
no comments
Bron: Boer&Croon
“Ons inziens herbergt een traditionele instelling te veel verschillende businessmodellen”, zegt Brian Esselaar, partner bij Boer & Croon. “Ze zal dan ook door de concurrentie links en rechts worden ingehaald. In geheel open marktomstandigheden gaat het om wie de beste propositie voor de doelgroepen biedt en wie het beste kostenniveau hanteert. Waar schaal voor het ene type aanbod wenselijk is, is kleinschaligheid en couleur locale voor andere typen weer dé succesformule.” De bedrijfsmatige onvolkomenheden van alles-voor-iedereen-aanbieders zullen volgens Boer&Croon versneld aan licht komen door de snel oprukkende marktwerking en bezuinigingen.
Splitsen
Volgens Boer&Croon valt de geestelijke gezondheidszorg steeds meer uiteen in vier verschillende categorieën, met elk een eigen dynamiek en strategische noden. “We hebben de ggz opgesplitst in zorg dichtbij, standaardiseerbaar, gespecialiseerd en langer durend”, aldus Esselaar. Zorg dichtbij zal zich focussen op eerstelijnszorg en ontwikkelen op lokaal niveau. In praktijk bestaat deze groep uit een- en tweepitters die lokaal samenwerken.
Schaal
In de standaardiseerbare ggz staat schaalvergroting centraal. Hierdoor wordt het vooral een regionale en landelijke business. De hoge kosten voor het ontwikkelen van standaarden vragen om schaalvergroting. In de gespecialiseerde ggz verwacht het adviesbureau een verdere opschaling ten opzichte van het huidige aanbod. Slechts enkele centra in Nederland zullen zich concentreren op specifieke ziektebeelden. De langer durende zorg is lokaal gebonden, maar wel is een minimale schaal vereist om de kosten beheersbaar te houden.
Strategie
De verschillen tussen de vier categorieën onderstrepen wat Besselaar betreft eens te meer dat ggz-instellingen die ´alle smaken´ aanbieden het moeilijk gaan krijgen. Besselaar adviseert ggz-aanbieders dan ook om heldere keuzes in het behandelaanbod te maken. Welke weg de ggz-aanbieder inslaat is volgens Besselaar daarbij uiteindelijk van ondergeschikt belang. Wat volgens Besselaar vooral telt is dat er keuzes worden gemaakt. “Welke strategie je ook kiest, het blijft belangrijk om de toekomst in de eigen hand te houden”, aldus Besselaar. “Nu daadkrachtig handelen is belangrijker dan ooit, want wie het eerste kiest is vaak het beste af.”
Het toekomstperspectief voor ggz-instellingen met een breed behandelaanbod is somber. Dat concludeert adviesbureau Boer&Croon op basis van een strategische marktanalyse. Geïntegreerde ggz-instellingen dreigen volgens Boer&Croon door klantgerichte, kosteneffectieve aanbieders te worden weggeconcurreerd.
Recente reacties