Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:29
no comments
Bron: Stichting Mainline
De lokale overheid in Nederland moet de groep verslaafden uit Oost-Europa helpen. De kans bestaat zelfs dat infectieziekten zich verspreiden onder de bevolking.
Veel mensen uit Polen, Bulgarije, Roemenië, Oekraïne, en Wit-Rusland zoeken een betere toekomst in West-Europa. Een deel vervalt in alcohol- of drugsproblemen. Stichting Mainline komt nu met een adviesrapport. Programmaleider Ineke Baas tegen vakblad Zorg + Welzijn: “Gebeurt er niets voor deze groep, dan zal de overlast en de behoefte aan zorg toenemen.”
Het zijn vooral medewerkers van instellingen voor dag- en nachtopvang, de verslavingszorg, gemeenten en veldwerkers die signaleren dat een aantal Midden- en Oost-Europeanen met onder meer alcohol- en drugsgebruik en dakloosheid kampt. Hoeveel dat er precies zijn, is niet bekend, vertelt Ineke Baas, programmaleider bij Stichting Mainline.
Illegaal
“Sommigen gebruiken al drugs in het land van herkomst. Anderen worden hier met tegenslagen geconfronteerd, raken werk en huisvesting kwijt en gaan drugs gebruiken. De meesten verblijven uiteindelijk illegaal in Nederland, hebben geen zorgverzekering en vaak geen vaste woon- of verblijfplaats. Dat maakt het erg moeilijk om te achterhalen hoe groot de groep is.”
Welke hulp en ondersteuning moet minimaal beschikbaar zijn voor Midden- en Oost-Europese middelengebruikers om te garanderen dat gezondheidsschade zo veel mogelijk wordt beperkt? Die vraag stelde Mainline zich, samen met hulp- en opvangorganisaties en beleidsmedewerkers van overheid en gemeenten. De adviezen zijn te vinden in het rapport Alcohol- en druggebruikers uit Midden- en Oost-Europa in Nederland. De kern ervan is voorlichting geven en zowel de medische als verslavingszorg toegankelijker maken.
Spuiten
Bij de problematisch gebruikers gaat het vooral de inname van alcohol – van bier tot sterkte drank – heroïne, amfetamine (slikken en spuiten) en speed. Ook wordt er stevig geblowd. Opvallend is dat Oost- en Midden-Europese heroïne-verslaafden spuiten: een manier die hier alleen nog door oudere gebruikers wordt gehanteerd.
“In Nederland zijn veel heroïnegebruikers overgestapt van spuiten naar cocaïne roken, base coke gebruik”, vertelt Baas. “Bij verslaafden die hun spuiten en naalden delen, is het risico op infectieziekten als hepatitis C en hiv heel groot.”
Niet alleen de groep zelf loopt risico’s. “De kans bestaat dat infectieziekten zich verspreiden onder de bevolking”, zegt Baas. “Daarnaast weten de mensen zelf vaak niet dat ze recht hebben op medisch noodzakelijke zorg. Ze worden vaak geweerd door zorgorganisaties, omdat die bang zijn dat ze geen kosten kunnen declareren. Maar gebeurt er niets voor deze groep, dan zal de overlast toenemen: van vervuiling tot slapen in parken, het risico van een overdosis op straat tot zich op een bankje dood drinken”, voorspelt Baas.
Eerste bus terug
Sommige gemeenten zorgen voor repatriëring. “Dat heeft trouwens alleen zin als mensen er vrijwillig aan meewerken. Is dat niet zo, dan nemen ze de eerste bus terug”, zegt Baas. Andere gemeenten weren gebruikers van hulp en bieden alleen opvang aan geregistreerden. Maar er zijn ook gemeenten die het volgens Baas wel goed doen.
“Zoals Den Haag. Daar kunnen ook Oost-Europeanen gebruikmaken van de spuitomruil. Dat is uitzonderlijk, want de meeste voorzieningen en gebruikersruimten hanteren een pasjessysteem. En dat terwijl een spuitomruil niet duur is en heel belangrijk om gezondheidsrisico’s te beperken. Bovendien is het een manier om in contact te komen’, benadrukt Baas. ‘Weer je mensen van hulp, dan verlies je de doelgroep uit het oog.”
Veldwerkers
Een ander belangrijk punt is goede voorlichting over risico’s van alcohol- en middelengebruik. “In Utrecht en Amsterdam proberen veldwerkers van Mainline en de verslavingszorg in contact te komen met de doelgroep”, weet Baas. “De communicatie is lastig. En niet alleen vanwege de taal, maar ook omdat mensen achterdochtig zijn.”
Zelf zou ze graag zien dat nacht- en dagopvang en gebruikersruimten toegankelijk zijn voor de doelgroep en dat voorlichting van daaruit wordt gegeven. Ook is het mogelijk om bijvoorbeeld Poolssprekende voorlichters in te zetten. Het hoeft niet heel ingewikkeld te zijn. Baas: “Wij hebben een foldertje gemaakt in het Pools en Russisch over het risico op hiv en hepatitis, en hoe je dat kunt voorkomen. Dat wordt al door de veldwerkers verspreid.”
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:28
no comments
Bron: www.vrijwillige-inzet.nl
Wilt u in uw gemeente een discussie of debat voeren over de manier waarop burgers in vrijwillig verband verantwoordelijkheid nemen voor een pedagogische klimaat waarin kinderen goed kunnen opgroeien?
Gemeenten, Centra voor Jeugd en Gezin, welzijns- en vrijwilligersorganisaties en burgers kunnen veel van elkaar leren over het benutten van de eigen kracht van ouders, jongeren en hun omgeving. Elkaar beter leren kennen en samen discussiëren over wensen en mogelijkheden is daarbij een belangrijke stap.
ZonMW stelt een subsidie beschikbaar van maximaal € 1.200,- per gemeente. Ook kunt u via de website www.vrijwillige-inzet.nl ook een gratis debattoolkit aanvragen met daarin o.a. stellingen en tips voor gespreksleiders, organisatoren en inleiders.
Gemeenten kunnen tot 1 mei 2011 via de website www.vrijwillige-inzet.nl een aanvraag doen.
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:27
no comments
Bron: WSG
Delta en Eigen Kracht Conferentie leveren gewenste besparingen op;verhoging van de caseload JZ is onverantwoord
De William Schrikker Groep (WSG) kan het Kabinet een handje helpen om op een verantwoorde en effectieve manier de financiering van de Jeugdbescherming en de Jeugdreclassering aan te passen en voort te zetten.
Het niet gefinancierd krijgen van de kostprijs zal leiden tot een caseloadverhoging. De WSG wil door inzet van de Eigen Kracht Conferentie (EKC)en het optimaliseren van de Delta-methode het aantal (dure) Uithuisplaatsingen (UHP) en de bureaucratie terugdringen. Onze ervaring met EKC en Delta tonen aan dat een caseloadverhoging dit proces zeer zal frustreren dan wel onmogelijk maakt!
50% minder UHP’s
Onderzoek van het Kohnstamm Instituut heeft overduidelijk aangetoond dat het ‘zuiver’ toepassen van Delta kan leiden tot maar liefst 50% minder uithuisplaatsingen, tot kortere uithuisplaatsingen en tot een kortere OTS! Ook onderzoek naar het inzetten van EKC heeft laten zien dat hiermee uithuisplaatsingen flink kunnen worden teruggebracht. Hier doet zich dus de uitgelezen mogelijkheid voor om de ene doelstelling (van het kabinet) en de andere doelstelling (van het kabinet en de jeugdzorg) te combineren: voor minder kosten betere jeugdzorg bieden. De bezuinigingen, het niet financieren van de kostprijs, zal zeker gaan leiden tot verhoging van de toch al zware caseload van jeugdzorgwerkers en heeft een averechts effect.
Hetzelfde verhaal geldt voor de Jeugdreclassering. Daar weten we uit eigen ervaring dat een Jeugdreclasseringsmaatregel de recidive vermindert. Wij zijn bereid om aan een nader onderzoek mee te werken om dit gegeve n met harde cijfers te onderbouwen.
Substantiële bijdrage aan bezuinigingen kabinet
Op basis van onderzoek kunnen we concluderen dat door ‘zuiver’ gebruik van Delta en een krachtige doorontwikkeling en benutting van EKC minder uithuisplaatsingen mogelijk zijn. Ervan uitgaande dat 50% van de jeugdigen met een Jeugdbeschermingsmaatregel uit huis is geplaatst. Dan hebben we het over 19.000 kinderen. Een uithuisplaatsing (UHP) kost gemiddeld € 35.000,- op jaarbasis. Bij bijvoorbeeld een daling van 30% van het aantal UHP’s zal dit op termijn een aanzienlijke besparing opleveren, die meteen een substantiële bijdrage levert aan de bezuinigingsdoelstelling van het kabinet. Hier tegenover staan wel meerkosten voor ambulante hulp. Deze extra kosten staan echter in geen enkele verhouding tot de kosten van een UHP. Dus u kunt wel nagaan wat voor een effect het juist en verantwoord investeren in de kostprijs op de bezuinigingen kan hebben voor de doelstelling van het Kabinet.
Kwaliteit van jeugdzorg gaat achteruit
Op basis van de door het Ministerie van Veiligheid en Justitie indertijd uitgevoerde kostprijsberekening is in overleg met de Jeugdzorg een kostprijs vastgesteld. Tot nog toe kon de William Schrikker Groep redelijk uit de voeten met de financiering voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
Dit wordt steeds moeilijker door drie grote, op ons afkomende, problemen:
1. De middelen om de noodzakelijke ICT-investeringen te realiseren, ontbreken;
2. Extra investeringen om de veiligheid van de gezinsvoogden te kunnen garanderen, ontbreken; en
3. Extra investeringen om deskundigheid en expertise van medewerkers op een verantwoord peil te houden, ontbreken.
Het snijden in het management van de WSG is geen reële optie, omdat uit vergelijkbaar onderzoek klip en klaar blijkt dat de WSG laag in het management FTE zit.
Als de kostprijs niet gefinancierd wordt dan is de enige mogelijkheid de caseload te verhoge n! En zo komt dus een andere belangrijke doelstelling van het kabinet, namelijk meer en betere hulp aan cliënten en een efficiënt en effectief cliëntsysteem, ernstig in de verdrukking. Ook de bezuinigingsdoelstelling zal dan niet gehaald worden.
Foute keuze niet herhalen!
Het is onaanvaardbaar dat bezuinigingen ten koste gaan van hulp, zorg en veiligheid voor zeer kwetsbare kinderen. Daarvan is zeker sprake als de caseload van de jeugdzorgwerkers toeneemt. De WSG pleit voor intensivering van EKC en Delta. Met de kosten die daardoor op uithuisplaatsingen worden bespaard, kunnen de bezuinigingsdoelstellingen van het kabinet worden gerealiseerd. Eerder al heeft de rijksoverheid de preventieve ambulante hulp uit de Bureaus Jeugdzorg weggesneden. Daardoor konden de BJZ’s alleen nog (terug) verwijzen naar het voorveld (een slechte optie, omdat daar weinig voorhanden was), een maatregel initiëren of indiceren. Groei van het aantal ondertoezichtstellingen (OTS) en snel groeiende wachtlijsten bij de zorgaanbieders waren het gevolg. Wij adviseren U om een dergelijke foute keuze geen tweede maal te maken.
Ons advies: Geef de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering de kostprijs waar zij recht op he bben en maak met de provincies prestatie-afspraken over verkorting van de OTS-en en vermindering van het aantal Uithuisplaatsingen.
Voor een nadere toelichting of vragen kunt u contact opnemen met Ad Veen, hoofd communicatie. Mailadres: aveen@wsg.nu, tel: 06-52524208.
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:26
no comments
Bron: NJI, NJi-dossier Angst- en stemmingsproblemen; NJi-dossier Angststoornissen
Al op jonge leeftijd is met behulp van oudervragenlijsten op te sporen welke kinderen risico lopen om erg angstig te worden. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Angst bij Niet-Klinische Kinderen’ van Suzanne Broeren, waarop zij 14 januari promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Vroegtijdig signaleren op het consultatiebureau of op school is belangrijk omdat angststoornissen een negatieve invloed op het leven kunnen hebben. Zo kunnen angststoornissen het risico vergroten op het ontwikkelen van andere psychiatrische stoornissen, zoals depressie.
De factoren die een kind kwetsbaar maken voor angsten zijn geremdheid en piekeren. Leeftijdsgenoten kunnen de angst van een kind beïnvloeden door het voorbeeld dat ze geven.
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:25
no comments
Bron: De Volkskrant, 12 januari 2011; Partij van de Arbeid
Illegale asielzoekers en hun kinderen kunnen dankzij een uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag voortaan bij elkaar blijven. Ze krijgen opvang tot ze Nederland moeten verlaten. Tot voor kort werden ouders die niet meewerkten aan uitzetting op straat gezet. Hun minderjarige kinderen werden geplaatst in pleeggezinnen of residentiële voorzieningen. Op 11 januari oordeelde het Gerechtshof echter dat in het geval van een Angolese moeder en haar drie kinderen het familiebelang zwaarder weegt dan het vreemdelingenbeleid. Zij blijven bij elkaar. Hoewel het hier om een individuele zaak gaat, zal de uitspraak waarschijnlijk werken als precedent. Tweede Kamerlid Hans Spekman (PvdA) heeft minister Gerd Leers voor Immigratie en Asiel gevraagd welke consequenties de rechterlijke uitspraak zal hebben voor het uitzettingsbeleid.
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:24
no comments
Bron: MOVISIE
Het Programma Praktijkbegeleiding, bedoeld voor gezinnen in achterstandssituaties, werkt vooral op de korte termijn. Dat is te lezen in het rapport ‘Gezinsbegeleiding achter de voordeur’ van MOVISIE. Onderzoekers van onderzoeksbureau Risbo en de Erasmus Universiteit Rotterdam concluderen in het rapport dat acute problemen zoals het aanvragen van schuldsanering, het ordenen van administratie en aanpassingen aan een woning snel opgelost kunnen worden. Problemen op de lange termijn, zoals taalachterstanden en ongewenst gedrag, hebben meer tijd nodig. Voor gezinnen met ernstige problemen die meer aandacht en inzet vragen, is het programma daarom niet geschikt.
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:22
no comments
Pijlers voor nieuw jeugdbeleid : naar een versteviging van de pedagogische leefomgeving van jeugdigen en meer samenhang in de aanpak van jeugdproblematiek / T. van Yperen; Y. van Westering; H. Kooijman. – Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2010
Samenvatting: Om de explosieve groei van gespecialiseerde jeugdzorg te stoppen moet een goed jeugdstelsel worden ingericht waarin de ondersteuning op alle niveaus in orde is. Deze publicatie geeft de visie van het Nederlands Jeugdinstituut op de stelselwijziging. Het instituut pleit ervoor op te schuiven van individueel recht op jeugdzorg naar de plicht tot opvoeden voor ouders en samenleving.
Filed under Aflevering 5, Aflevering 59 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:22
no comments
Closing a protection gap : national report / M. Goeman; C. van Os. – Leiden : Defence for Children-ECPAT Nederland, 2010
Samenvatting: Dit rapport maakt deel uit van een project van acht Europese landen die werken aan standaarden voor voogden van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. In Nederland sprak Defence for Children met jongeren en voogden over de opvang, de werkdruk van de voogden, de juridische kennis, terugkeer en het beëindigen van de voogdij. De jongeren weten vaak niet welke juridische procedures worden gevoerd, wat hun toekomstperspectief is en waar ze hun klacht kwijt kunnen als er problemen zijn met de voogd.
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:18
no comments
Elk talent telt. Onder dit motto bieden de onderwijsorganisatie KPO Roosendaal (Katholiek Primair Onderwijs) en de BMC|Groep inzicht in de kansrijke ontwikkeling van een kindcentrum. Zij doen dat aan de hand van ‘Het Talent’, een school van KPO Roosendaal in de wijk Langdonk. Dit magazine staat in het teken van die ontwikkeling.
In de huidige samenleving zijn veel structuren en beleidssystemen voor onderwijs, kinderopvang, cultuur en zorg. Er is sprake van een opeenstapeling van systemen, beleidsterreinen en structuren. Binnen die kaders zijn verschillende professionele organisaties actief. Kinderen en gezinnen hebben dus met veel verschillende instanties te maken. Door de structuren en systemen is het voor de organisaties veelal moeilijk om goed samen te werken. Belangrijker nog is dat het voor kinderen en ouders niet meevalt om alles op een goede wijze te organiseren. In dit magazine bieden we een venster met uitzicht op de wijze waarop vanuit de praktijk kan worden gewerkt aan een integrale voorziening. Deze voorziening noemen we nu nog het Kindcentrum. Dit blad is de weerslag van de inzet om aan de slag te gaan met de ambassadeurs van het concept, te streven naar het haalbare en er van uit te gaan dat het einddoel op termijn haalbaar is.
KPO Roosendaal en BMC hebben samen de uitdaging opgepakt om te werken aan een integrale voorziening. Zij delen het uitgangspunt dat bestuurders en managers van organisaties de sleutel in handen hebben om een integrale voorziening als het Kindcentrum mogelijk te maken. Op die wijze willen KPO Roosendaal en BMC een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kindcentra in Nederland. Dat doen zij door de praktijk zo in te richten dat de kinderen en hun gezinnen het uitgangspunt zijn.
De medewerkers gaan anders naar hun leerlingen en de ouders kijken, echt naar hen leren luisteren, collega’s bij de andere organisaties leren kennen, van elkaar weten wat ze doen en waarbij ze elkaar kunnen helpen, de ruimte krijgen om elkaar in te schakelen als dat nodig of wenselijk is, die ruimte daadwerkelijk benutten, en zo op het (systeem)niveau van ouders en jeugdigen merkbare samenwerking op gang brengen.
In dit blad schrijven we niet voor ‘hoe het moet’ want juist daarom zijn we volop in ontwikkeling. Wel bieden we perspectieven en praktijken aan. Het zijn praktijken, motieven, ambities en denksporen die organisaties en professionals kunnen ondersteunen in de ontwikkeling naar een integrale aanpak.
BMC advies|management beschikt over de expertise en de ervaring die nodig zijn om geïnteresseerden terzake kundig van advies te dienen. De professionals van BMC nodigen hun ‘vakgenoten’ in de sector dan ook graag uit om verder te praten over de onderwerpen die in het magazine Het Talent aan de orde komen. Daarbij kan het mes aan twee kanten snijden: de vakgenoten krijgen antwoord op hun vragen en BMC doet wellicht nieuwe ideeën op voor een volgend magazine.
Schroom niet een afspraak te maken met (één van de) BMC-auteurs die bijdragen hebben geleverd voor deze uitgave.
U kunt ook bellen met: Johan van Triest, directeur BMC, tel. 033 445 91 31.
Het Talent is een uitgave van Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal in samenwerking met advies- en managementbureau BMC.
Tekst: BMC
Fotografie: Jan Vonk
Vormgeving: DMO bureau voor effectieve communicatie, Amersfoort
Drukwerk: Bakkerbaarn, Baarn
Filed under Aflevering 5, Jaargang 4 by myrtedejong on 19 januari 2011 at 11:17
no comments
Bron: Bi
nnenlnads Bestuur
http://www.binnenlandsbestuur.nl/Home/all/gebrek-aan-respect.624037.lynkx
Door Erik Gerritsen
Sleutelwoorden: caseload, voogdij, jeugdzorg
Onafhankelijk onderzoek van Deloitte toont aan dat de Bureaus Jeugdzorg al jaren 8 procent te weinig krijgen vergoed voor hun werk waardoor werken boven de caseloadnorm of wachtlijsten onvermijdelijk zijn.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat werken boven de – nota bene samen met Justitie overeengekomen – caseloadnorm – tot meer en langere ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen leidt. En wat doet het kabinet? Die biedt 1 procent tariefsverhoging. Een fooi, een belediging voor de medewerkers van de Bureaus Jeugdzorg die dagelijks in de heftige frontlijn staan om kinderen in de knel te helpen. Ik noem dat gebrek aan respect.
Meer dan duizend medewerkers voerden daarom afgelopen maandagochtend actie in de Rijtuigenloods in Amersfoort. Niet voor zichzelf maar voor de kinderen in de knel. En wat deed het kabinet? Dat nam niet eens de moeite om te komen luisteren, laat staan in debat te gaan. Geen staatssecretarissen van VWS en Justitie. Kamerleden Jeroen Dijsselbloem en Nine Kooiman waren wel aanwezig, maar verder schitterden vooral de vertegenwoordigers van de coalitie/gedoogpartijen door afwezigheid. Ik noem dat een gebrek aan respect voor de professionals die gelukkig nog bereid zijn het mooie maar ook zware jeugdzorgwerk te doen.
En waar waren de gedeputeerden verenigd in het IPO? We weten dat ze de conclusies van het Deloitte onderzoek onderschrijven. Maar een publieke steunbetuiging kon er niet af? Waarom, vraag ik me af? Donderdag is er overleg in de Tweede Kamer over het Deloitte rapport. Dan is het wel handig als je daarvoor laat weten wat je standpunt is. Of gaan we het weer beleven dat er een week later tijdens bestuurlijk overleg, zoals de afgelopen jaren gebruikelijk, politiek handjeklap wordt gedaan? Een slap compromis, waarbij provincies mogelijk ook weer wat oneigenlijk bijlappen en waar de Bureaus Jeugdzorg van de grootstedelijke stadsregio’s niet mee geholpen zijn. Waar de jeugdzorg landelijk niet echt mee geholpen is, omdat een structurele systeemfout niet wordt gerepareerd. Ik noem dat gebrek aan respect voor de meest kwetsbare burgers in Nederland, jonge kinderen in de knel.
Portefeuillehouder Jeugdzorg van de Stadsregio Amsterdam Lodewijk Asscher had gelukkig wel het politieke lef om zijn nek uit te steken in de vorm van een publieke steunbetuiging tijdens de manifestatie. Hij is dan ook niet voor niets tot beste wethouder verkozen door Binnenlands Bestuur.
En wat deed de staatssecretaris van Justitie Fred Teeven wel? Hij schreef een kort briefje aan de Tweede Kamer waarin hij zijn “aanbod” van 1 procent tariefsverhoging herhaalde en met voorbij gaan aan de objectieve feiten de indruk wekt dat er nog wel wat ruimte is om efficiencywinst te boeken. De BJZ’s werken met een overhead van 12%. Dat is extreem laag. Daarnaast wijst hij op suggestieve wijze op verschillen tussen de Bureaus Jeugdzorg als het gaat om kostprijzen op onderdelen. Die zijn simpelweg te verklaren door verschillen in de bedrijfsvoering en boekhouding. Zo scoort Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam vanwege uitbesteding van ICT relatief hoog op de ene begrotingspost en relatief laag op een andere begrotingspost. De enige reële vergelijking die gemaakt mag worden is die onder de streep. En die komt voor alle Bureaus Jeugdzorg op een tekort van 8 procent uit. Ik adviseer de staatssecretaris hier nog eens goed naar te kijken, want het verwijt dat hij de kamer niet volledig inlicht ligt voor hem op de loer.
Hoe dan ook lijkt het kabinet nog niet van zin om te bewegen naar een eerlijk tarief zodat medewerkers van Bureau Jeugdzorg hun werk gewoon goed kunnen doen voor de kinderen die in hun veilige ontwikkeling worden bedreigd. Donderdag 13 januari is nu eerst de Tweede Kamer aan zet. Ik ga er van uit dat die het kabinet tot de orde roept. Zo niet dan is de politiek nog niet van ons af. We laten niet met ons sollen. Kwetsbare kinderen verdienen beter. Een kwestie van beschaving. Een kwestie van respect.
Erik Gerritsen
Recente reacties