Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:23
no comments
Bron: RD
Een vrouw geneert zich voor haar man. Ouders proberen krampachtig te vermijden dat hun kind ontploft. Een jongere isoleert zich volledig. Autisme trekt sporen in een gezin. Ella Lobregt-van Buuren probeert patronen te ontdekken en gezinsleden handvatten voor verandering aan te reiken.

Nooit zal Lobregt het woord autist in de mond nemen. „Je mag een mens niet reduceren tot zijn beperking. Niet alle moeilijkheden zijn aan het gezinslid met autisme toe te schrijven. Ik vind de schuldvraag sowieso niet interessant in deze context. Het is veel heilzamer om het gesprek te verbreden door na te gaan wat de problemen in stand houdt en welke kansen voor verandering er aanwezig zijn. Autisme gaat niet over. De omgeving zal flexibel moeten zijn en leren met het anders zijn van het gezinslid om te gaan.”
De therapeute gaat onder andere na welke aanpak ooit was bedoeld om te helpen, maar nu onderdeel van de moeilijkheden vormt. „Ouders proberen agressief gedrag van hun kind te voorkomen door het niet te begrenzen, maar houden zo juist dit gedrag in stand. Beter is het te kijken naar de betekenis van die houding en die voor te zijn. Is de situatie voor het kind te onduidelijk of te prikkelrijk?”
Lobregt werkt als gz-psycholoog en systeemtherapeut in opleiding in de polikliniek van het Dr. Leo Kannerhuis in Doorwerth, een gespecialiseerd centrum voor mensen met autisme dat meerdere vestigingen in het land heeft. Ze verzorgt zaterdag de hoofdlezing op een studiedag met het thema ”De kracht van het gezin met autisme”. De organisatie van deze dag in het Van Lodestein College in Amersfoort is in handen van het platform Autisme in de kerk.
De systeemtherapeut typeert autisme als een stoornis in de informatieverwerking. Hoewel er talrijke gradaties bestaan, zijn er wel algemene kenmerken te noemen. „Het overzicht ontbreekt, omdat iemand zich niet op de hele puzzel, maar op één stukje richt. Hij kan niet goed plannen, weet zijn eigen handelen onvoldoende te beoordelen, kan moeilijk schakelen en het geleerde generaliseren. Zo leerde een kind vragen stellen aan de buurvrouw om op die manier contact te maken. Toen hij tussen scholieren belandde, deed hij echter niets met het geleerde, omdat die situatie voor hem anders was. Een volgend kenmerk is een verstoorde verwerking van prikkels, zoals geluid en licht. Ten slotte kunnen mensen met autisme moeilijk inschatten wat in sociale contacten al dan niet gepast is.”
Lobregt pakt een doek met vakjes, de bijbehorende houten poppetjes en voetstukken van verschillende hoogte. „Hiermee probeer ik emotionele nabijheid en afstand in gezinnen boven tafel te krijgen, evenals onderlinge machtsverhoudingen. Deze materialen helpen ook om inzichtelijk te maken wat er speelt. Neem een kind dat de computer niet wil uitzetten. Het is niet aangekondigd. Moeder loopt naar hem toe en valt uit. Op dat moment komt haar man binnen en verwijt zijn echtgenote dat ze buitenproportioneel reageert. Zo ontstaat er ook een conflict tussen de ouders en raakt het kind nog meer in verwarring. Problemen beginnen vaak binnen driehoeksrelaties.”
De gezinnen die Lobregt ziet hebben meestal schade opgelopen. „Er stappen hier uitgeputte ouders binnen. Het is belangrijk om hun energiehuishouding op orde te krijgen en gevoelens van schaamte bespreekbaar te maken. Ouders hebben het onderste uit de kan gehaald en voelen zich vaak machteloos. Er heerst een omgekeerde hiërarchie binnen het gezin en hun zelfrespect is tanende.”
De-escaleren, stabiliseren en werken aan herstel van verbinding staat in het begin vooral centraal, aldus Lobregt. „Het verleggen van de aandacht naar interacties en andere factoren die een rol spelen bij het in stand houden van problemen verlost het kind met autisme ook van zijn rol als exclusieve probleemdrager. Via een machtsstrijd regie herwinnen heeft geen zin. Je komt er ook niet door iemand enkel sociale vaardigheden aan te leren. Er ontstaat pas ruimte voor verandering als verhoudingen hersteld worden, er oog is voor emotionele veiligheid en een overdaad aan prikkels wordt vermeden. Hoe moeilijk dat laatste binnen een gezin ook kan zijn. Mensen met autisme zijn gebaat bij transparantie en concreetheid, bij uitleg over de onverwachte dingen die elke dag gebeuren. En ouders moeten zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen.”
De therapeute is verwonderd over de rek bij broers en zussen en over hun bereidwilligheid om zich aan te passen. Daarin schuilt wel een risico. „Een kind speelt het zonnetje in huis om ouders te ontlasten. Vader en moeder moeten regelmatig peilen hoe het met de kinderen gaat, hen waarderen om hun inzet en opstelling. Ik ken iemand die er af en toe met haar dochter tussenuit gaat. Dit „dagje autisme af” zit vol onverwachte wendingen. Normaal gesproken moet alles in het gezin voorbereid en uitgelegd worden.”
Lobregt helpt ouders en gezinsleden zoeken naar de betekenis van gedrag. „Een jongen zat altijd midden in de kamer achter de computer en hield echt álles in de gaten. Die houding bleek het gevolg van onduidelijkheid over regels en verhoudingen. Controledwang was zijn manier om angst te verminderen en op de been te blijven. Het heeft dus pas zin om dit gedrag af te leren als er een alternatief voor is of als het niet meer nodig is.”
Het thema van de studiedag in Amersfoort is ”De kracht van het gezin met autisme”. „Ik ben nieuwsgierig naar wat maakt dat sommige gezinnen met autisme krachtig blijven functioneren, omdat dat sleutels zijn voor effectieve behandeling. Als ouders bijvoorbeeld zelf in staat zijn tot het aangaan van hechte relaties, open zijn en steun durven vragen, dan geeft dit creatieve ouders die de balans tussen geven en nemen weten te bewaren. Het zijn ouders die verwachtingen kunnen bijstellen en wederkerigheid anders weten te duiden. Wellicht blijven expliciete blijken van waardering en erkenning uit, maar als het kind graag thuis is, is dat zijn uiting van gehechtheid.”
Creatieve ouders nemen hun kind toch mee naar het familie-uitje. „Ze laten dit slagen door hun zoon een kleine taak in de catering te geven en de keuken als terugtrekplek te gebruiken.”
Het wordt complexer als autisme bij meerdere kinderen en bij een van de ouders een rol speelt. „Therapie heeft ook niet altijd het gewenste effect.”
Lobregt benadrukt het enorme belang van steun uit de omgeving. „Er schuilt kracht in gezinnen, maar die energie raakt vaak ondergesneeuwd. Het is de kunst om weer toegang tot die kracht te krijgen. De omgeving kan het overbelaste gezin daarbij ondersteunen. Vertaal de spreekwoordelijke eenheid tussen kerk, school en gezin naar het kind met autisme. Zorg voor eenduidigheid, voor een maatje op school en ga binnen de kerkgemeenschap na wat je voor elkaar kunt betekenen. Mensen zitten niet in de eerste plaats bij elkaar omdat ze elkaar zo aardig vinden, maar vanwege hun geloof in God. Daaruit vloeit als het goed is oog voor de naast voort.”
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:22
no comments
Bron: nieuwsbericht
Met name de twaalf- tot en met veertienjarigen zijn niet genoeg op de hoogte, constateert de GGD Zeeland in het themarapport ‘Seksuele gezondheid van jongeren in Zeeland’.

De GGD schrijft dat seksuele voorlichting door ouders en op school beter kan. Ruim 80 procent van de Zeeuwse ouders geeft die als hun kind de basisschoolleeftijd heeft. Veelal blijft de uitleg echter beperkt tot de puberteit. De GGD vindt dat al op kleuterleeftijd voorlichting over gezond relationeel en seksueel gedrag moet worden gegeven. Seksuele voorlichting op basisscholen vindt niet standaard plaats. Daarom ondersteunt de GGD Zeeland in de week van 19 tot en met 23 maart ruim tachtig Zeeuwse basisscholen om in deze ‘Week van de Lentekriebels’ elke dag les te geven over relaties en seksualiteit. Verder valt in het rapport te lezen dat twee op de tien Zeeuwse jongeren tussen 12 en 18 jaar wel eens geslachtsgemeenschap heeft gehad. De helft van de seksueel actieve jongeren gebruikt altijd een condoom. Geen overbodige luxe, want in 2011 zijn 307 seksueel overdraagbare aandoeningen vastgesteld bij jongeren.
De acceptatie van seksuele diversiteit onder jongeren is klein. Uit het onderzoek komt ook naar voren dat jongeren met homoseksuele gevoelens een minder goede psychische gezondheid hebben.
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:20
no comments
Bron: Ministerie Sociale Zaken
Staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken) is ervan overtuigd dat gemeenten kunnen toekomen met het geld dat beschikbaar is om werklozen met een handicap zo veel mogelijk aan een ‘normale’ baan te helpen.

Bezuinigen
De Krom wil vanaf volgend jaar de bijstand, sociale werkplaatsen en de regeling voor jonggehandicapten grotendeels samenvoegen in de nieuwe Wet werken naar vermogen en meteen 1,8 miljard euro bezuinigen.
Geen tekort
Donderdag meldde De Krom aan de Tweede Kamer de kritiek van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) niet te delen dat de kosten voor gemeenten gelijk blijven en zij daardoor miljoenen tekort zullen komen. De staatssecretaris gaat er vanuit dat door efficiënter werken gemeenten geld kunnen besparen.
Overgangsperiode
Verder wijst De Krom er in de brief op dat ook een door de VNG ingestelde commissie eerder concludeerde dat in de toekomst het budget voldoende moet zijn. Voor een overgangsperiode heeft het kabinet 400 miljoen euro beschikbaar gesteld. Onlangs brachten uitvoerders van de nieuwe wet, met name gemeenten, hun zorgen over tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. Behalve over de financiën maken zij zich zorgen over de complexiteit van de nieuwe regeling.
Protest
Juist donderdag was er op het Malieveld in Den Haag een protestactie van ongeveer 15.000 medewerkers van sociale werkplaatsen. Zij vrezen dat door de kabinetsplannen 70.000 van de 100.000 beschermde werkplekken zullen verdwijnen.
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:18
no comments
Bron: RD
AMERSFOORT – De Stichting SGJ Christelijke Jeugdzorg staat sinds donderdag voor de duur van een jaar onder verscherpt toezicht van de Inspectie Jeugdzorg. Verantwoordelijk SGJ-bestuurder Z. B. Nitrauw reageert.
Drie redenen voert de jeugdzorginspectie aan voor het verscherpte toezicht. Allereerst heeft het in het recente verleden te lang geduurd voordat de SGJ aan de aangescherpte veiligheidseisen rond pleegkinderen en kinderen van onder toezicht geplaatste ouders kon voldoen. Dan zijn er twee recent door de zorginstelling gemelde calamiteiten. In de derde plaats zijn er diverse klachten en signalen die de inspectie afgelopen maanden ontving.
Het zijn de twee calamiteiten in het rijtje die het meest in het oog springen. „In beide gevallen gaat het om seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens minderjarige kinderen”, aldus Nitrauw gisteren desgevraagd.
De ene calamiteit vond plaats in de thuissituatie, in een gezin waarin de verantwoordelijkheid voor de opvoeding niet meer berustte bij de ouders, maar bij een SGJ-gezinsvoogd. De persoon die over de schreef ging, was een familielid van een van de kinderen. Of het een van de ouders dan wel een oudere broer of zus betreft, wil Nitrauw uit privacyoogpunt niet kwijt. „Uit het standaardcalamiteitenonderzoek dat de inspectie instelde, kwam naar voren dat de voogd niet achteloos omsprong met de veiligheidsprotocollen, maar toch bepaalde signalen heeft gemist of onvoldoende op hun waarde heeft geschat.”
De tweede calamiteit betreft seksueel grensoverschrijdend gedrag van een SGJ-medewerker richting een cliënt op een van de behandelgroepen. „Dramatisch”, zegt Nitrauw. De medewerker is per direct ontslagen. Ook deed de SGJ aangifte tegen hem. Directe aanwijzingen dat de SGJ hem onvoldoende heeft gescreend of anderszins te laat heeft ingrepen zijn er volgens Nitrauw niet.
Vindt u een ondertoezichtstelling na twee van deze calamiteiten terecht?
„Het is aan de inspectie om na dergelijke meldingen al dan niet op de knop van het verscherpte toezicht te drukken. Ik kan slechts vaststellen dat ze dat in ons geval hebben gedaan.”
Nitrauw gaat terug naar de zaak-Savanna, de 3-jarige peuter uit Alphen aan den Rijn die in 2004 overleed na door haar moeder, die onder toezicht stond, te zijn mishandeld. „De Tweede Kamer heeft terecht besloten dat gezinsvoogden en werkers in de pleegzorg na Savanna calamiteitenrisico’s periodiek met een standaardmethodiek in kaart moeten brengen, in plaats van ad hoc en intuïtief. Omdat wij zowel gezinsvoogdijorganisatie zijn als instelling voor pleegzorg moesten wij een dubbele reeks aangescherpte vereisten in onze organisatie implementeren. Inmiddels is het systeem operationeel, zo weet ook de inspectie, maar eerlijk is eerlijk, de termijn die de Kamer de zorginstellingen oplegde, hebben wij niet gehaald.
Na calamiteitenmeldingen te hebben ontvangen, gaat de inspectie als eerste na tegen welk decor ze zich hebben afgespeeld. Wat in ons nadeel is uitgevallen, zijn de negatieve beoordelingen waar we destijds tijdens het implementeren van het risicomanagementsysteem rond 2008 en daarna tegenaan gelopen zijn.”
Hoe nu verder?
„Wees ervan overtuigd dat we de komende tijd alles wat daarvoor in aanmerking komt nog eens grondig zullen langslopen. De professionaliteit van onze medewerkers, de cultuur in onze organisatie, ons vermogen om benodigde veranderingen tijdig door te voeren.
Wat de inspectie ons allereerst heeft opgelegd is binnen drie weken uit de doeken doen wat onze visie is op de huidige situatie. Daarna gaan we om de tafel voor het opstellen van een verbeterplan, dat vervolgens binnen een jaar moet zijn uitgevoerd.”
Is het u helder welke klachten en signalen de inspectie de afgelopen maanden over de SGJ heeft ontvangen?
„Het betreft onder meer klachten die cliënten rechtstreeks bij de inspectie geuit hebben. Dus nee, een compleet beeld van alle ins en outs hebben we op dit moment nog niet.”
Is strijdlustig een juiste typering voor uw huidige gemoedstoestand?
„Ja, ons past deemoed, maar daarnaast is er werk aan de winkel, dus we gaan aan de slag.” Nitrauw verwijst naar de slotzin van de inspectiebrief over het verscherpte toezicht. „Daar staat: Het is nadrukkelijk onze verwachting dat de SGJ in staat is de nodige veranderingen tot een goed einde te brengen. Daar zijn we het mee eens.”
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:17
no comments
Bron: IPO
Provincies en stadsregio’s hebben goed uitvoering gegeven aan de afspraken met het rijk om de toenemende vraag in de jeugdzorg te beperken. Ook zijn meer kinderen geholpen met hetzelfde budget. Dit blijkt uit het rapport van een onafhankelijke visitatiecommissie.
De visitatiecommissie bestond uit onafhankelijke personen met bestuurlijke en beleidsmatige kennis en ervaring in de jeugdzorg en is een onderdeel van afspraken die provincies en stadsregio’s met toenmalig minister Rouvoet hebben gemaakt . De commissie ziet de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten als een logisch vervolg op die afspraken. De conclusies en aanbevelingen van de commissie zijn dan ook van belang in het kader van de voorgenomen transitie.

Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:16
no comments
Bron: Nieuwsbericht Rijksoverheid
Minderjarigen mogen in Nederland niet meer trouwen. Ook wordt een buitenlands huwelijk van een minderjarige in Nederland alleen nog erkend als beide echtgenoten 18 jaar zijn als zij om erkenning vragen.
Dit schrijft staatssecretaris Teeven (V&J) in een wetsvoorstel waarin maatregelen staan om huwelijksdwang in Nederland tegen te gaan. De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel.
Andere maatregelen tegen huwelijksdwang:
- Huwelijk tussen neef en nicht wordt verboden
- Het wordt makkelijker om onder dwang gesloten huwelijken nietig te verklaren
- De mogelijkheden om in het buitenland gesloten polygame huwelijken in Nederland te erkennen worden verder beperkt.
Minister-president Rutte noemde na afloop van de ministerraad de maatregelen onderdeel van het streven om Nederland veiliger te maken. ‘Dat betekent ook dat wie in Nederland woont zich aan de Nederlandse wetten en regels moet houden. Daar houden we strak de hand aan.’
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:15
no comments
Bron: Nieuwsbrief Huiselijk Geweld
De strijd tegen eergerelateerd geweld wordt voor een groot deel in de dialoog beslecht. Dat zegt Maarten Keijzer, die namens politiekorps Brabant-Noord leiding geeft aan een gespecialiseerd team voor eergerelateerd geweld, in het Brabants Dagblad. Volgens hem kan de politie een belangrijke rol spelen in het voorkomen van eergerelateerd geweld.
Alle politiekorpsen in Brabant hebben een team in huis dat gespecialiseerd is in eergerelateerd geweld. De politie Brabant-Noord behandelde vorig jaar 95 zaken op dit gebied. In alle zaken waarin het team bemiddelde, bleef een gewelddadige escalatie uit. Eergerelateerd geweld is inmiddels een vast onderdeel in het politie-onderwijs.
Geduld en begrip
“Bij alle agenten zit multiculturaliteit tussen de oren”, stelt Keijzer in het Brabants Dagblad. Voordat zij contact zoeken met een gezin is er al veel werk verzet. Het voorwerk bepaalt hoe de zaak wordt aangepakt. Om daar achter te komen, stellen agenten een risico-analyse op: wie is er in de familie het meest invloedrijk? Hoe liggen de onderlinge verhoudingen? “Je moet mensen ervan overtuigen dat ze op een verkeerde manier bezig zijn. We werken daar langzaam naartoe. Je kunt niet bij een gezin binnenkomen en denken dat je alles zo maar even naar je hand zet. Er is geduld en begrip nodig.”
Opvang
Ondanks dat de politie meer grip krijgt op eergerelateerde zaken, zit de Extra Veilige Afdeling (EVA) van hulpverleningsinstantie Kompaan/De Bocht in Goirle altijd vol met meisjes en vrouwen die op de vlucht zijn wegens eergerelateerd geweld. Het ministerie van VWS heeft Kompaan/De Bocht inmiddels opdracht gegeven de mogelijkheden van opvang voor vrouwen die met de (dreiging van) eergerelateerd te maken hebben, te vergroten. Nu is er naast dit opvanghuis van Kompaan/De Bocht slechts één andere mogelijkheid in Nederland.
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:14
one comment
Bron: Actiz
Digitale hulp voor jeugd is prettig voor de jeugd, want het is anoniem, op het moment dat het uitkomt, deelnemers kunnen ervaringen, meningen, verhalen toevoegen en een waardeoordeel geven en het heeft een snelle verspreiding. Maar het is ook duur en het is niet direct zichtbaar wat het oplevert. K2 inventariseerde het.
Digitale kansen voor de Brabantse Jeugdzorg
‘K2, Advies, als het over jeugd gaat’ is een adviesbureau voor Implementatie en Training uit Brabant. Ze deed deskresearch naar de reeds bestaande ICT-toepassingen binnen de jeugdzorg. Om te voorkomen dat met een nieuw onderzoek achterhaald zou worden wat feitelijk al bekend was, gebruikten ze twee documenten als startkader: Handboek Online Hulpverlening van Schalken uit 2010 en de longlist van 50 innovaties van Pons, Waling en Kroon uit 2011.
Er zijn koplopers op ICT gebied in de jeugdsector, op hen richt onderzoek naar de kansen zich. Onderzoek naar de kansen vanuit het perspectief van de jongeren is vaak beperkt. Zo zijn ICT toepassingen vooral interactieve vormen, terwijl de behoefte bij jongeren en hun ouders vooral ligt bij passievere vormen.
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:14
no comments
Bron: Nieuwsbrief Huiselijk Geweld
Stichting Blijf Groep biedt kinderen en tieners in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West die getuige zijn geweest van huiselijk geweld, ondersteuning in de vorm van groepsbijeenkomsten waarin zij ervaringen delen en begeleiding krijgen in het verwerken van hun ervaringen.
De Blijf Groep organiseert voor zes groepen kinderen in de leeftijd van zeven tot elf jaar elk negen bijeenkomsten en voor twee groepen tieners elk tien groepsbijeenkomsten. De tieners leren omgaan met hun emoties als boosheid, angst, verdriet en loyaliteit en hun zelfvertrouwen te vergroten.
Begeleiden
In vier bijeenkomsten krijgen ouders en/of verzorgers handvatten aangereikt om hun kinderen te begeleiden. Stadsdeel Nieuw-West betaalt bijna 60.000 euro als bijdrage in de kosten aan Stichting Blijf Groep voor 2012.
Filed under Aflevering 5-24 by josdewit on 17 mei 2012 at 16:13
no comments
Bron: Actiz
Het opvoeden van een kind met een licht verstandelijke beperking vraagt meer dan gewone opvoedingsvaardigheden. Veel ouders, die vaak zelf al de nodige problemen hebben, lopen hierop vast. Deze kinderen lopen grote risico’s om buiten de boot te vallen, in het gezin, op school en de directe sociale omgeving. Gedragsproblematiek is al snel het gevolg. De Vereniging Orthopedagogische Behandel Centra (VOBC) heeft haar aanpak beschreven in het document ‘Op het eerste oog heel gewoon’.
Jeugd-LVG naar de gemeente
In het regeerakkoord van het Kabinet Rutte is vastgelegd dat gemeenten ook verantwoordelijk worden voor jeugd-LVG. Dat betekent een overheveling vanuit de AWBZ naar het nieuwe, gemeentelijk gefinancierde stelsel voor jeugdzorg. Het is de bedoeling dat gemeenten de zorg op een andere manier gaan invullen en vormgeven. Ze moeten een meer samenhangend aanbod van direct toegankelijke hulp en ondersteuning realiseren én een meer efficiënte inzet van gespecialiseerde zorg. De Vereniging Orthopedagogische Behandel Centra (VOBC) staat in beginsel positief ten opzichte van deze ontwikkeling en ziet de decentralisatie van de jeugdzorg als een kans en uitdaging om een basale omslag te maken in de zorg voor kind en gezin. Samen aan de slag voor kinderen die op het eerste oog heel gewoon zijn, maar wel bijzondere aandacht nodig hebben.
Rapport: Op het eerste oog heel gewoon.
De VOBC heeft haar visie en aanpak beschreven in het document Op het eerste oog heel gewoon.
VOCB/LVG
De Vereniging Orthopedagogische Behandel Centra (VOBC) is het samenwerkingsverband van instellingen voor behandeling van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblematiek.
De Stichting Landelijk Kenniscentrum LVG heeft tot doel, in samenwerking met haar deelnemers, het ontwikkelen, samenbrengen en delen van kennis over de persoonlijke ontwikkeling, opvoedingssituatie en maatschappelijke participatie van Licht Verstandelijk Gehandicapte (LVG) kinderen en jongeren.
Recente reacties