Triple-C: Gewoon is anders

Gewoon is anders heet het boek dat Hans van Wouwe en Dick van de Weerd van ASVZ hebben geschreven over het behandelmodel Triple-C voor de begeleiding van cliënten met een verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen. Eind december heeft ASVZ het boek met bijbehorende website gelanceerd. Met dit boek en de website wil ASVZ haar kennis delen.

Het grote verschil met andere behandelmodellen is dat Triple-C zich niet primair richt op vermindering van het probleemgedrag van de cliënt. In Triple-C gaan begeleiders een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie aan met de cliënt. Met als doel het bevorderen van het welzijn van de cliënt en diens kwaliteit van leven. Begin 2011 laaide een discussie op over het in sommige gevallen vastbinden van deze moeilijk behandelbare groep cliënten. Het vastbinden van de cliënt maakt nadrukkelijk geen onderdeel uit van het Triple-C behandelmodel.

Herstel van het gewone leven

De essentie van Triple-C zit in het herstel van het gewone leven van de cliënt. Dat is vaak volkomen zoekgeraakt. De cliënten, en meestal ook hun ouders, hebben in veel gevallen al een lange weg afgelegd om de hulp te vinden die ze zoeken. Een andere belangrijke pijler van Triple-C is dat cliënten een zinvolle daginvulling wordt geboden. En dát op de vier gebieden waarop het leven van de cliënt zich afspeelt: zelfzorg, wonen, werken en vrije tijd. De combinatie van een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie en een zinvolle en herkenbare dagindeling doet cliënten zichtbaar goed. Ze worden stressbestendiger en krijgen meer zelfvertrouwen. Dit biedt weer ruimte om samen met de begeleider nieuwe initiatieven te ontwikkelen.

Het boek ‘Triple-C, gewoon is anders’ is te bestellen via de Triple-C website www.asvz.nl/triple-c.

De doelgroepen van Trajectum en Leger des Heils Midden-Nederland in beeld / L. Lekkerkerker; C. Chènevert; K. Eijgenraam; … [et al.]. – Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2011

Samenvatting: Verslag van een onderzoek naar de doelgroepen van Trajectum en het Leger des Heils. De deelvragen daarbij zijn: Wat zijn de problemen, kenmerken en hulpvragen van de kinderen en gezinnen die ambulante hulp, daghulp of residentiële hulp ontvangen? Zijn daarin subgroepen te onderscheiden? Wat zegt de beschikbare kennis over wat werkt bij problemen van de kinderen en gezinnen bij de onderscheiden subdoelgroepen en per hulpsoort? Welke aanbevelingen voor de programmering en verbetering van het bestaande hulpaanbod vloeien uit de verzamelde gegevens voort?

Bestellen of downloaden: http://www.nji.nl/smartsite.dws?id=132686

Depressie bij kinderen : als een kind prikkelbaar en somber is / Y. Stikkelbroek. – Houten : LannooCampus, 2012. – ISBN 9789020999730

Samenvatting: Praktische handleiding voor hulpverleners, leerkrachten en ouders over stemmingsproblemen en depressie bij kinderen en adolescenten tot 18 jaar. De handleiding geeft uitgebreide uitleg over welke behandelingen beschikbaar zijn in Nederland en Vlaanderen, wat ouders en kinderen moeten doen om deze behandelingen te kunnen krijgen en welke instellingen deze behandelingen aanbieden. Verkrijgbaar voor 17,99 euro in boekhandel en uitgeverij.

Evaluatie van het erkenningstraject voor interventies : een gezamenlijk initiatief van het Nederlands Jeugdinstituut, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid en het RIVM Centrum Gezond Leven / L.C. Lanting; M.C. Zwikker; J.I. Kuiper; … [et al.]. – Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2012

Samenvatting: Evaluatieonderzoek naar het traject voor erkenning van jeugd- en leefstijlinterventies. Het traject blijkt breed gewaardeerd te zijn en heeft de afgelopen jaren goed gefunctioneerd. Het erkenningstraject maakt de kwaliteit van interventies voldoende inzichtelijk en stimuleert kwaliteitsverbetering bij de ontwikkeling van interventies. Minder tevreden waren beroepskrachten over de randvoorwaarden van interventies, zoals kosten, uren en de aanwezigheid van een netwerk. Complexe interventies bleken minder goed in het erkenningssysteem te passen.

Gezinshuizen in de jeugdzorg : de kennis verzameld en de stand van zaken / M. van der Steege; E. Geurts; G. Besten. – Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2012

Samenvatting: Resultaat van de kenniskring Gezinshuizen in de jeugdzorg die het Nederlands Jeugdinstituut samen met de Rudolphstichting en Gezinshuis.com organiseerde. Het rapport geeft een overzicht van de beschikbare kennis over gezinshuizen anno 2011 en laat zien welke discussiepunten er nog zijn. Aan de orde komt onder andere: de problemen die kinderen en jongeren hebben die worden opgenomen in een gezinshuis; het doel van hun plaatsing en de ondersteuning die de gezinshuisouders nodig hebben. Daarnaast bevat het rapport de resultaten van een Noord-Hollands project om gezinshuizen te verbeteren.

Bestellen of downloaden: http://www.nji.nl/smartsite.dws?id=132713

Ondernemers hebben nooit geluk

In ‘Ondernemers hebben nooit geluk’ vertelt Ali Niknam openhartig over de obstakels en de valkuilen die elke ondernemer tegenkomt op de route naar zelfverwezenlijking en succes. Hoe neem je de juiste beslissingen, hoe gaat u om met tegenslagen en wat doet u als het écht misgaat?

‘Ondernemers hebben nooit geluk’ is meer dan een typisch zero to hero-verhaal. Op meeslepende wijze geeft het inzicht in de mentaliteit die cruciaal is voor het bereiken van succes.

Voorleesdagen: natuurlijk ook voor peuter en kleuter

Prentenboeken voor peuters en kleuters horen natuurlijk ook onlosmakelijk bij de Nationale Voorleesdagen. De jaarlijkse Prentenboek Top Tien herbergt veel mooist, bijvoorbeeld het kleurige ”Wat het lieveheersbeestje hoorde” (uitg. Gottmer, Julia Donaldson en Lydia Monks), waarin boerderijdieren twee boeven te slim af zijn, en het humoristische en tot veel interactie uitnodigende ”Vliegensvlugge vlieg” (uitg. Lemniscaat, Michael Rosen en Kevin Waldron), waarin een vlieg die andere dieren lastigvalt steeds ternauwernood weet te ontkomen. Ook buiten de top tien om zijn er veel prentenboeken die de moeite waard zijn. Een kleine greep uit het recente aanbod.


Jakob, de kusdrager, Tirza Beekhuis en Reinier Sonneveld (uitg. Brandaan, € 12,90).
Jakob is kusdrager. Hij bezorgt kusjes –in apothekersflesjes– van mensen aan hun geliefde als die niet in de buurt is. Hij krijgt van een meisje een kus waarvoor hij geen bestemming kan vinden, totdat hij hem uit zijn handen laat vallen. Dit romantische boek met fijne inkttekeningen in zwart, wit en geel is geschikt voor veel leeftijden en heeft genoeg details die ook peuters prachtig zullen vinden.


Rapido, Joëlle Jolivet (uitg. De Harmonie, € 14,90). Bestelbusje Rapido moet allerlei bestellingen afleveren in de stad, van een globe tot een bol wol. De prachtige platen tonen telkens een straatbeeld, waarbij de binnenkant van bijvoorbeeld het ziekenhuis te zien is als de lezer een flapje opendoet. Een heel origineel boek, met veel details die uitnodigen om zelf nieuwe verhaaltjes te bedenken.


Waarom lig jij in mijn bedje?, Joke van Leeuwen (uitg. Querido, € 12,95).
Een jongetje gooit zijn knuffel uit bed. De knuffel jaagt vervolgens een iets kleinere knuffel uit zíjn bedje en zo gaat het door tot de allerkleinste knuffel helemaal geen plekje meer heeft om te slapen. Het boek heeft een harmonicavorm die ervoor zorgt dat je als lezer als het ware terugbladert naar het begin van het boek. Die vorm past geweldig goed bij de inhoud. Drie keer raden dus, in welk bed het lappenpopje uiteindelijk belandt. Eenvoudig en vertederend.


Boem, Leo Timmers (uitg. Querido, € 14,95).
Een auto botst op de eerste bladzijde tegen een prullenbak vol boeken, die vast niet toevallig net zo’n geel omslag hebben als ”Boem”. Vervolgens rijdt een wagen vol kippen hem achterop en zo ontstaat een lange kettingbotsing. Een hilarisch boek waarin veel is te zien en waarin de enige woorden acht keer ”Boem” en eenmaal ”Iiiiiiiiiiiiiii” zijn.

0-1 jaar: van zwart-wit tot korte zinnen

  • Zorg dat een babyboekje mooi klein en niet te zwaar is; dan kan de baby het goed hanteren.
  • Controleer of het boekje veilig is. Als materiaal is stof of kunststof (badboekje) heel geschikt.
  • Een baby vanaf zes weken ziet graag zwart-witcontrasten; zwart-witplaatjes zijn dus heel geschikt
  • Een baby vanaf drie maanden kijkt vol belangstelling naar primaire kleuren. Tot zes maanden zien baby’s graag geometrische figuren zoals rondjes en driehoeken.
  • Voor een baby vanaf zes maanden zijn pasteltinten ook geschikt. Vooral duidelijk afgebeelde, bekende voorwerpen wekken de interesse.
  • Plaatjes die interactie uitlokken tussen voorlezer en kind doen het goed. Denk aan een hondje („Jouw oppas heeft ook een hondje, hè”) of een vogeltje (een iets oudere baby kijkt meteen naar buiten: „Ja, daar zijn ook vogeltjes”).
  • Vanaf de leeftijd van zes maanden zijn boeken met korte zinnetjes aan te raden.

1-2 jaar: volwaardige tekst

  • In dreumesboeken hoort een volwaardige tekst te staan. Boekentaal is rijkere taal dan spreektaal en draagt bij aan de taalontwikkeling.
  • Dreumesen houden van foto’s. Boekjes met afgebeelde dieren zijn heel geschikt. Ook foto’s van kinderen zijn geliefd, zelfs als ze zwart-wit zijn.
  • Platen met details kunnen nu heel leuk zijn. Kinderen van deze leeftijd bestuderen prenten vaak uitgebreid.
  • Als materiaal is karton heel geschikt. Let op of het boekje ronde hoeken heeft, voor de veiligheid.
  • Kies onderwerpen die bij de eigen beleving passen: in bad gaan, naar bed, spelen met water, knuffeltje zoeken.
  • Voor een dreumes hoef je niet per se tot het eind te lezen. Hij begrijpt nog niet dat de bladzijden met elkaar een verhaal vormen. Pas vanaf ongeveer twee jaar krijgt een kind oog voor de verhaallijn.

Tweestrijd

Jansma kiest wederom voor heftig thema

Na het enorme succes van haar debuutthriller, zijn de verwachtingen voor het tweede boek hooggespannen. Vanaf 11 februari ligt ’Tweestrijd’ van schrijfster Linda Jansma in de winkels.

De Almeerse hoopt dat het dezelfde kant op gaat als ’Caleidoscoop’. Hiervoor mocht kreeg zij tijdens de uitreiking van de Gouden Strop 2011 de ’Schaduwprijs’, de prijs voor de beste debuutthriller van het jaar, in ontvangst nemen.

,,De lat ligt hoog, ik wil echt aan de verwachtingen voldoen. Eigenlijk is een tweede boek dan ook veel enger dan het eerste.’’ Toch schreef Jansma ’Tweestrijd’ nog voor haar debuut. ,,Caleidoscoop is eigenlijk zelfs mijn derde boek. Daarvoor schreef ik ‘Tweestrijd’ en mijn eerste boek is helemaal nooit uitgekomen, dat blijft bij mij op de plank liggen.’’

’Tweestrijd’ gaat over huisvrouw Hanna, die in een prachtige villa woont. Het lijkt alsof ze alles perfect voor elkaar heeft, maar ze wordt stelselmatig door haar man, de gerenommeerde gynaecoloog Alex, geïntimideerd en in elkaar geslagen. Nieuwe buren zorgen voor een moedige, maar riskante wending in Hanna’s leven.

Voor ’Caleidoscoop’ stortte Jansma zich op het onderwerp loverboys en voor deze thriller kiest zij opnieuw voor een dramatisch en heftig thema. ,,Ik wil graag de aandacht vestigen op actuele onderwerpen, deze keer is dat huiselijk geweld. Ik zie daar veel over voorbijkomen en als ik dan ervaringen hoor van mensen die ermee te maken hebben, ontstaat vanzelf een verhaal.’’

Zaterdag 11 februari om 15.00 uur presenteert de Almeerse haar nieuwe boek bij boekhandel Selexyz Scheltema in het Stadshart.

‘De patiënt als persoon is buiten beeld geraakt’

In de geestelijke gezondheidszorg richt de behandeling zich te eenzijdig op het verhelpen van klachten. Meer aandacht voor psychisch, emotioneel en sociaal welbevinden helpt patiënten weer volwaardig in de maatschappij te functioneren. Dat zegt Ernst Bohlmeijer, hoogleraar Mental health promotion, in de oratie die hij 12 januari uitsprak aan de Technische Universiteit Twente.

Wat is de kern van uw kritiek op de huidige behandelpraktijk?
‘In essentie gaat het mij om wat we onder het begrip ‘geestelijke gezondheid’ verstaan. Op dit moment wordt dat vooral gezien als de afwezigheid van psychische klachten. Maar dat is in mijn ogen een wel erg beperkte opvatting, waarmee voorbij wordt gegaan aan het belang van zingeving, een doel in je leven hebben, goede sociale relaties onderhouden. Dat is wat positieve geestelijke gezondheid wordt genoemd, maar in de huidige sterk klachtgerichte therapie is daar weinig aandacht voor. Heel jammer, want gezien de bezuinigingen in de psychiatrie wordt van patiënten steeds meer verwacht dat ze zelfredzaam zijn. Het is mijn overtuiging dat ze daar met een meer persoonsgerichte behandeling beter toe in staat zouden zijn.’

In veel gevallen werken klachtgerichte behandelingen toch prima?
‘Dat klopt en ik ben ook absoluut niet tegen medicatie en/of gedragstherapie. Het zou verkeerd zijn om cliënten zulke bewezen effectieve vormen van behandeling te onthouden. Ik vind alleen dat we te ver in die richting zijn doorgeslagen. De patiënt als persoon is buiten beeld geraakt. Veel psychische klachten hebben mede te maken met existentiële problematiek, met zingevingsvraagstukken. Je doet mensen naar mijn mening  tekort door daar als therapeut geen aandacht aan te schenken, al is het maar in één gesprek.’

Lang niet elke cliënt zal behoefte hebben aan zo’n gesprek.
‘Misschien niet, maar geef cliënten in ieder geval de kans om te kiezen. Als iemand dan zegt: voor mij is zo’n gesprek niet nodig, want mijn depressie is dankzij de medicijnen verdwenen, of ik ben zover van mijn dwangklachten af dat ik weer goed kan functioneren, prima. Het is overigens wel zo dat uit onderzoek blijkt dat de persoonsgerichte behandeling die ik voorsta,  tot minder terugval leidt en aan verdere afname van de klachten.’

Dan zou je die behandeling dus maar beter aan elke cliënt kunnen geven.
‘Nee, want je moet cliënten niets opdringen. Mijn bezwaar tegen de huidige praktijk is nu juist dat hij zo top-down is, terwijl volgens mij de eerste vraag aan een cliënt zou moeten zijn: wat zou u kunnen helpen, wat is uw visie op het probleem? Die stap wordt nu vaak overgeslagen, dat vind ik niet goed.’

Kunt u een voorbeeld geven van een meer persoonsgerichte behandeling?
‘Wij hebben in de afgelopen jaren in Enschede een aantal behandelprogramma’s ontwikkeld, zoals Voluit Leven  en Op Verhaal Komen . In veel van die behandelvormen staat het streven centraal om cliënten greep te laten krijgen op hun levensverhaal. Ik ben zelf erg gecharmeerd van narratieve therapie. Daarin wordt geprobeerd om mensen bewust te maken van de manier waarop culturele normen en waarden hun manier van leven hebben beïnvloed. Pas als je je van die invloed bewust wordt, kun je weer tot je eigen verhaal komen, tot wie je zelf bent en wat je van het leven verwacht.’

Komen ook patiënten met een ernstige vorm van schizofrenie of een persoonlijkheidsstoornis voor de persoonsgerichte aanpak in aanmerking?
‘In principe is die aanpak geschikt voor elke patiënt. Bij ggz-instelling GGNet, waarmee wij nauw samenwerken, krijgen ook de zwaarste patiënten naast medicatie een behandeling gebaseerd op het formuleren van intenties en persoonlijke waarden. Dat werkt uitstekend.’

U zegt in uw oratie dat patiënten als gevolg van een persoonsgerichte behandeling een zekere mate van psychisch lijden (in de vorm van onzekerheid, angst of twijfel) voor lief zullen moeten nemen. Is dat wel moreel aanvaardbaar?
‘Ik vind van wel. De norm in onze huidige maatschappij is steeds meer geworden dat we allemaal gelukkig moeten zijn en geen pijn mogen hebben. Gevolg is dat mensen er alles aan doen om somberheid en angsten te vermijden of te onderdrukken. Maar uit onderzoek blijkt dat hun problemen daardoor alleen maar erger worden. Het is veel beter om te aanvaarden en te erkennen dat er dagen zijn waarop je somber of onzeker bent. Dat maakt de weg vrij om op die momenten dingen te blijven doen die je belangrijk vindt. Bovendien is het vaak zo dat mensen van tegenslag sterker worden. Ik denk dat dat uiteindelijk waardevoller is dan ten koste van alles lijden proberen te vermijden.’

Naast klachtgerichte ook nog persoonsgerichte therapie, de ggz zal er ongetwijfeld duurder door worden.
‘Dat waag ik te betwijfelen. Soms zal de persoonsgerichte behandeling inderdaad aanvullend zijn. Dat maakt de zorg op korte termijn misschien duurder, maar op lange termijn zal het leiden tot minder terugval en dus tot minder kosten. In andere gevallen kan de persoonsgerichte behandeling in de plaats komen van de huidige. Dan is er dus van duurdere zorg geen sprake. Op dit moment slikt bijvoorbeeld een miljoen Nederlanders, vaak al jaren, antidepressiva, slaapmiddelen of medicijnen tegen de stress. Ik ben ervan overtuigd dat een deel van die mensen die middelen helemaal niet nodig zou hebben als ze zich iets meer zouden bezig houden met existentiële vragen.’

Op 12 januari 2012 sprak prof.dr.E.T.Bohlmeijer zijn oratie uit onder de titel Eudaimonia. Voer voor psychologen.

Een uur eerder werd een digitaal levensverhalenlab geopend, een kenniscentrum voor (online) onderzoek naar levensverhalen en verhalen in relatie tot gezondheid, identiteit en leefscenario’s. Op de site worden bezoekers voortaan geïnformeerd over het onderzoek op het gebied van de narratieve psychologie en over trainingen en behandelingen op dit gebied.

”Paarden liegen niet” is meer dan een paardenboek

Paardenboeken en tienermeiden blijven een gouden combinatie. De nieuwe serie van uitgeverij Columbus, ”De pony’s van de Pegasus”, zal veel jonge paardenliefhebbers aanspreken. Het eerste deel, ”Paarden liegen niet”, ligt in de boekwinkels en het tweede deel is op komst.

”Paarden liegen niet” is meer dan een interessant paardenboek. Maudi verhuist met haar moeder en broertje van Rotterdam naar Overijssel, omdat haar ouders zijn gescheiden. Ze mist haar vriendinnen en vooral haar verzorgpony en is boos op haar vader, die met zijn nieuwe vriendin in hun oude huis is gaan wonen. Haar moeder is te druk met zichzelf om echt naar Maudi te luisteren.

Gelukkig lukt het Maudi een nieuwe verzorgpony te vinden en dat geeft troost. Wel is de eigenares van de pony, Sybrich, wat wereldvreemd en eigengereid. Opa vertelt dat Sybrich niets te maken wil hebben met de moeder van Maudi, die ze van vroeger kent. En dus probeert Maudi verborgen te houden wie haar moeder is.

Het verhaal kent veel dialogen en heeft vaart. Ondanks Maudi’s verdriet over de scheiding blijft het verhaal lichtvoetig. Maudi weet voor een meisje van 11 veel over de verzorging van paarden, waardoor het een echt paardenboek is geworden.

Wel roept de reactie van Sybrich aan het einde van het boek vraagtekens op. Maudi heeft niet gelogen, maar toch is Sybrich woedend op haar als ze te weten komt wie Maudi’s moeder is. Uiteindelijk wordt de ruzie bijgelegd, want zo kan Maudi in het volgende deel weer nieuwe avonturen beleven met haar verzorgpony.

Boekgegevens

”Paarden liegen niet”, Jeannette Molema; uitg. Columbus, Heerenveen, 2011, ISBN 978 90 854 3168 8; 96 blz.; € 7,95.

PAS VERSCHENEN

Chillen in het groen : De waarde van groen op jongerenontmoetingsplekken onderzocht / N. de Groot; M. Verduin. – Utrecht : MOVISIE, 2011

Samenvatting: Verslag van een onderzoek in de zomer van 2011 in Amsterdam, op via Google Maps geselecteerde groene plekken in de stad. Aanwezige jongeren van 12 tot 21 jaar werden geïnterviewd. De onderzoekers wilden weten of de affiniteit van jongeren met de natuur vergroot kan worden met stedelijke groene ontmoetingsplekken. Jongeren blijken groen en natuur op hangplekken en speelplaatsen belangrijk te vinden: groen heeft een positieve invloed op hun gemoedstoestand en ze zoeken het op om tot rust te komen. Zo gebruiken jongeren groen op hangplekken om te schuilen en tegen pottenkijkers. Na registratie gratis te downloaden.

Jeugdpsychiatrie en recht : wetgeving, zorgveld en praktijk / J.A.C. Bartels; N. Duits; J.A.C. Bartels; N. Duits. – Assen : Van Gorcum, 2011. – ISBN 9789023248941

Samenvatting: Deze derde druk verschilt qua opzet en indeling van de vorige edities en bestaat uit vier delen: Wet op de jeugdzorg; problematische opvoeding, psychosociale problemen en psychiatrische stoornissen; forensische diagnostiek; en forensische zorg. Bij problematische kinderen, jongeren en gezinnen zijn veel professionals en instanties betrokken. Van elk onderwerp worden het wetgevend kader, de uitvoeringspraktijk en de relevantie voor het psychiatrisch handelen behandeld om zo de betrokken professionals en instanties inzicht te geven in de andere deelgebieden. Bestaande bijdragen zijn geactualiseerd en voorzien van casuïstiek; daarnaast is een groot aantal nieuwe bijdragen opgenomen. Verkrijgbaar bij uitgeverij en boekhandel voor 89,50 euro.

Vraag en aanbod forensisch-medische expertise bij de aanpak van kindermishandeling / W. Buysse; L. Loef; B. van Dijk; … [et al.], DSP-Groep. – Den Haag : Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), 2011. – ISBN 9789080863903

Samenvatting: Door de toenemend aandacht voor kindermishandeling wordt een toenemende vraag naar forensisch-medische expertise van artsen en vertrouwensartsen AMK verwacht. Dat zal druk leggen op de huidige capaciteit bij deze aanbieders. Vooral de vraag naar advies en consult zal naar verwachting toenemen. De financiering voor de inzet van forensische-medische experts is onduidelijk en ontoereikend. In het onderzoek worden als oplossing genoemd: het verhogen van het forensisch bewustzijn van artsen, uitbreiden van het aantal forensische artsen met expertise op het gebied van kindermishandeling, regelen van de uitwisseling van medische informatie en multidisciplinaire aanpak van kindermishandeling.

AD(H)D daar kan ik zóveel mee! / Karakter, expertisecentrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. – Amsterdam : Boom, 2011. – ISBN 9789461058416

Samenvatting: Interactief programma voor kinderen van 8 tot 12 jaar over ADHD/ADD op CD-ROM. Met een buddy lopen zij het programma door. Het programma bestaat uit drie fasen. In de eerste fase doen kinderen feitelijke informatie op over AD(H)D. In fase 2 kijken kinderen vanuit een positieve invalshoek naar andere mensen met AD(H)D. In de laatste fase betrekken zij de opgedane informatie op zichzelf. De CD-ROM is bedoeld voor thuisgebruik en voor professionals, die het programma kunnen inzetten als ondersteuning tijdens een behandeling. Voor 19,95 euro verkrijgbaar bij de uitgever.

Opgroeien en opvoeden in beeld : beeldmateriaal voor pedagogische gesprekken / H. Kalthoff; K. Okma; M. van Bommel. – Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2011

Samenvatting: Het pakket bestaat uit een boek met 179 sheets, een handleiding voor professionals en een map over de ontwikkeling van kinderen, opvoedsituaties en opvoedvaardigheden, ouder-kindinteractie, ouderschap, het kindercentrum en de basisschool. Het materiaal richt zich vooral op ouders die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn en met kinderen tot 6 jaar. Verkrijgbaar voor 49 euro bij Buro Extern.

Als meiden geen uitweg meer zien : 10 vragen over suïcidaal gedrag onder meiden van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst / H. Felten. – Utrecht : MOVISIE, 2011. – ISBN 9789088690778

Samenvatting: Suïcidaal gedrag komt voor onder bevolkingsgroepen, maar suïcidepogingen komen vaker voor bij meiden van Turkse en Hindoestaanse afkomst. Bij deze groepen en bij meiden van Marokkaanse afkomst spelen conflicten thuis en het gebrek aan bewegingsvrijheid een cruciale rol. Het moeten hooghouden van de familie-eer is niet altijd vol te houden. Meiden kunnen zodanig in de knel komen dat ze geen uitweg meer zien. Soms willen ze dood, vaker willen ze gewoon niet meer op deze manier verder. Deze brochure helpt om deze meiden en hun problemen op tijd in beeld te krijgen en door te verwijzen naar de juiste hulp. Verkrijgbaar voor 6,50 euro bij de uitgever en na registratie gratis te downloaden.

Handelingsgerichte diagnostiek in de jeugdzorg : een kader voor besluitvorming / N. Pameijer; N. Draaisma. – Leuven; Den Haag : Acco, 2011. – ISBN 9789033485718

Samenvatting: Het praktijkmodel handelingsgerichte diagnostiek (HGD) concretiseert het diagnostisch proces in fasen met concrete stappen. Het biedt richtlijnen voor besluitvorming: Wat moeten we weten en waarom? Het biedt professionals een kader om systematisch en doelgericht met cliënten en collega’s samen te werken, met aandacht voor risico- en beschermende factoren van kind, opvoeding, onderwijs en vrije tijd. HGD is afgestemd op beroepsethische richtlijnen. De auteurs geven voorbeelden uit de praktijk van de jeugdzorg. Bevat verder handvatten voor gesprekken, implemetatie en verslaglegging en checklists. Verkrijgbaar in de boekhandel voor 27,50 euro.

Marktanalyse in het kader van de transitie jeugdzorg : rapport / A.H. Baecke; P.J.J. Bremmer; P. van Osch; … [et al.]. – Amersfoort : BMC Advies management, 2011

Samenvatting: Marktanalyse ten behoeve van de transitie in de jeugdzorg. De vraag hierbij was of de nieuwe marktverhoudingen tot ongewenste situaties in de zorg voor jeugd leiden en zo ja, welke maatregelen van de overheid eventueel nodig zijn om deze ongewenste situaties te voorkomen. Het rapport geeft aanbevelingen voor sturing, bekostiging, samenwerking en inkopen van zorg. Geadviseerd wordt om zeker bij de complexere hulpvormen uit te gaan van een subsidieplicht. Aanbesteden is voor deze hulpvormen een brug te ver.

Vechten tegen de bierkaai? : voorkomen en verminderen van alcoholgebruik onder jongeren . – Utrecht : Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ), 2011

Samenvatting: Verslag van een onderzoek naar het succesvol terugdringen van alcoholgebruik onder jongeren tot achttien in vier gemeenten in Twente en Noord-Brabant. Bevat aanbeveling op lokaal niveau. Onder andere over het samenwerken met professionals van scholen en sportclubs. Bevat verder aanbevelingen op landelijk niveau.

Een stille moeder

In Een stille moeder wordt er vooral veel niét verteld. Het begin van de roman vormt al een mooie aanzet om in die ingehouden sfeer te komen. De van oorsprong Russische Loenia woont in Amsterdam met haar man Bas en hun vierjarige zoontje Reuben. Al gauw merk je dat er iets mis is met Reuben. Maar wat? Zou hij een verstandelijke beperking hebben? Autistisch misschien?

Het is of Loenia zich voor haar zoontje schaamt, het niet kan verkroppen dat hij niet gewoon zoals ‘de anderen’ kan zijn. Dit zegt ze nergens letterlijk, maar de suggestie wordt des te sterker gewekt omdat ze het onderwerp pagina’s lang, eigenlijk tot het einde toe omzeilt. Haar ouders laat ze nauwelijks iets los over hoe het met Reuben gaat. De peuter mag niet aan de telefoon komen als oma en opa vanuit Sint-Petersburg bellen. En er is ook geen verteller die even kan inbreken en uitleggen wat ‘het’ nu eigenlijk is dat Reuben heeft.

Uiteindelijk halen we de informatie uit het gesprek met de directeur van de school waar Reuben wordt ingeschreven, een gesprek waarin opeens het woord ‘audiogram’ valt. Als lezer moet je in dit boek veel zelf afleiden, want alle belangrijke mededelingen krijg je via een indirecte weg toegespeeld. Dat weerspiegelt ook precies hoe Loenia zelf in het leven staat: over sommige dingen kun je beter niet praten, het heeft geen zin om ellende naar boven te halen.

Het Winterboek

Het Winterboek, samengesteld door Gerbrand Bakker en Eva Cossée, is een vrolijke, moderne variant van een aloude klassieker met mooie, literaire verhalen over de winter, over sneeuw en ijs en over een kerstviering in zomers warm Zuid-Afrika.

Daarnaast staan er voor iedere thuiskok bruikbare en lekkere recepten in voor echte winterkost als stamppot en erwtensoep, en ook voor speculaas, oliebollen en glühwein. Voor de overwinteraars in zonnige oorden staat er een ijsrecept in. Ook zijn veel handige tips opgenomen, bijvoorbeeld over de (moes)tuin in de winter, moet de vorst echt eerst over de boerenkool heen, omdat hij anders niet smaakt en moeten de oleanders inderdaad naar binnen als het vriest.

En tips voor de schaatser: hoe train je je spieren en voer je je conditie op voor een echte grote toertocht en wat doe je aan om warm te blijven i.p.v. het pak kranten onder de trui van Reinier Paping. En hoe zit het met de dieren in de winter? Moet je de vogels bijvoeren en wat geef je ze? Hoe maak je zelf een vetbol voor de vogels en hoe figuurzaag je een voederhuisje? Voor de lange winteravonden maakte Gerbrand Bakker een uitgebreide etymologische quiz, waar hij bij zijn optredens in het land veel succes mee heeft.

Het merendeel van de teksten in dit boek is van de hand van Gerbrand Bakker zelf, voor sommige bijdragen zijn andere auteurs uitgenodigd.

Het Winterboek is het ideale cadeau voor jezelf en voor bijna iedereen in je omgeving.

Titel: Winterboek
Auteur: Gerbrand Bakker
Druk/editie: 1 (1 november 2011)
ISBN: 10 9059363388
ISBN: 13 9789059363380
Uitgever: Cossee, Uitgeverij
Taal: Nederlands
Genre: Literatuur overig

Kinderboek over bijzondere vriendschap

VEGHEL – Na de dood van haar zoon Karel schreef Marie-José Pulles uit Beek en Donk een kinderboek over diens band met hun poes Cato. De boekpresentatie is op zondag 11 december.
Charlotte Christiaans van woonwinkel ’t Heerenhuys leerde het gezin Pulles ruim tien jaar geleden kennen, toen zij zich – samen met Gonny van Miltenburg – via Stichting Doe Een Wens inzette voor de doodzieke Karel. In Stadskrant Veghel van deze week vertelt Charlotte: “Karel was tien jaar oud toen en had een hersentumor. Wij konden nog op het laatste moment zijn liefste wens waarmaken. Karel was helemaal verzot op Lego. Wij zijn toen samen met het gezin naar een Lego-manifestatie in Zwolle geweest. Hun reacties waren hartverwarmend en onvergetelijk.”

Tien jaar later presenteert Marie-José Pulles het boek Karel en Cato: een kinderboek over de bijzondere vriendschap tussen mens en dier. “Marie-José schreef al eerder een boek over de ziekte van haar zoon. Een soort handboek over kanker, samen met de oncoloog. Dit boek gaat daar dus níet over,” licht Charlotte verder toe. De auteur koos ervoor het verhaal te laten vertellen door poes Cato.
Het boek Karel en Cato door Marie-José Pulles is vanaf 12 december te koop bij boekhandel Van Helvoort in Beek en Donk en woonwinkel Het Heerenhuys in Veghel

Meer informatie staat op www.karelencato.nl.

‘Zoek uit wat je vreugde brengt en doe daar meer van’

Lezers kennis laten maken met het bijzondere verschijnsel flow. Dat is wat psycholoog en psychotherapeut Marlies Terstegge wil bereiken met haar boek Geef flow aan je leven. ‘Als je eenmaal weet hoe je de flowtheorie kunt gebruiken, ga je veel meer van je leven houden.’ Psy verloot vijf exemplaren.

Marlies Terstegge

Terstegge werkt al ruim 25 jaar als psycholoog en psychotherapeut en begeleidde vele cliënten met psychische problemen. ‘Hoewel ik dat altijd met veel plezier deed, kon ik het werk voor mijn gevoel nooit afmaken. Want hoewel ik cliënten van hun klachten af kon helpen, betekende dat niet dat ze ook gelukkig waren. Ik kreeg dan ook regelmatig de vraag hoe ze verder moesten en wel gelukkig konden zijn. Daar wilde ik hen mee helpen.’

Wat heeft u toen gedaan?
‘Jaren geleden las ik over de flow-theorie van de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi. In het artikel werd uitgelegd hoe in flow zijn voelt. Het voorbeeld dat werd gebruikt, ging over bergbeklimmen. Er werd geschreven over hoe iemand helemaal opging in het klimmen en alles om zich heen vergat. Hij genoot en voelde zich na het bereiken van de top zo voldaan… Tijdens het lezen wist ik meteen wat er bedoeld werd. Dat gevoel kende ik ook! Ik verdiepte me in de literatuur en ontwikkelde een methode om mijn cliënten dichter bij flow te brengen. Zes jaar geleden heb ik mijn eigen praktijk voor Flow en Inspiratie opgezet. Nu begeleid ik dagelijks cliënten die meer flow in hun leven willen brengen, maar ik geef ook lezingen en cursussen over flow, geluk en positieve psychologie.’

Wat houdt de flow-theorie precies in?
‘Flow is een gevoel dat je krijgt als je vol aandacht met iets bezig bent, waar je in opgaat en waar je van geniet. Je hebt geen idee meer van de tijd en alles lijkt moeiteloos te gaan. Na die tijd voel je je voldaan en gelukkig. Maar je komt alleen in flow als je iets doet wat voor jou authentiek is en wat past bij je persoonlijke waarden en kwaliteiten. Tijdens het in flow zijn, werk je naar een bepaald doel in je leven toe. Dit doel kan een levensthema worden dat je aandacht stuurt en een gevoel van zin of betekenis geeft aan alles wat je doet. Om het even heel kort samen te vatten: Zoek uit wat je vreugde brengt en doe daar mee van!’

Kunt u een concreet voorbeeld geven?
‘Misschien erg voor de hand liggend, maar een goed voorbeeld is het werk van een chirurg. Tijdens een operatie gaat hij zo op in wat hij doet, dat hij de tijd helemaal vergeet. Hij denkt op dat moment niet na over wat hij hierbij voelt, maar werkt toe naar zijn doel en dat is de patiënt helpen. Pas na de operatie reflecteert hij en komt dat voldane gevoel opzetten.

Je kunt ook denken aan creatief bezig zijn of iets verzorgen. Ik heb zelfs een cliënt gehad die in flow was als ze historisch onderzoek deed in een stoffig archief. Ze vergat tijdens die dagen helemaal te lunchen, maar voelde zich na die tijd intens tevreden omdat ze een belangrijke bijdrage had geleverd.’

Hoe wordt er door de ggz gereageerd op de flow-theorie?
‘Niet. En dat is erg jammer, want ik ben er van overtuigd dat de flow-theorie ook ingezet kan worden in de psychiatrie. In ieder persoon, hoe verstoord de geest ook is, is namelijk altijd een gezond stuk dat niet beschadigd is en onaangetast is gebleven. Ondanks alle ingewikkeldheden eromheen. De kunst is om dat intacte en zuivere stuk te vinden: het eilandje van gezondheid. Dat eilandje is een stabiel punt dat je kunt versterken en verder uitbreiden naar de rest van de persoonlijkheid. Ik zeg overigens niet dat de flow-theorie dé oplossing is voor psychische problemen, maar het zou goed ingezet kunnen worden als onderdeel van de behandeling.’

Hoe gaat u te werk met uw cliënten?
‘Mijn cliënten zijn vaak al een stap verder en hebben geen zware psychische problemen, maar toch weten ook zij vaak niet wat hun gelukkig maakt. Dat achterhalen we samen door middel van vragenlijsten en gesprekken, maar dat kan ook door terug te gaan in de tijd. Waar werden ze vroeger als kind gelukkig van? Dat weet bijna iedereen nog. Vervolgens gaan we verder met de zoektocht naar hun talenten, waarden en inspiratiebronnen zodat ze hun doel duidelijk voor ogen hebben en weten waardoor zij in flow komen. Pas vanaf dat moment kunnen we bekijken hoe iemand die momenten vaker kan beleven door ze zelf toe te passen. Het “doen” is dus een heel belangrijk onderdeel van de flow-theorie.’

Wanneer bent u in flow?
‘Na hardlopen voel ik me altijd erg goed. Ik begin dan ook pas met werken als ik mijn rondje door de duinen en over het strand heb gemaakt. Maar ook door fotograferen, zingen in een koor en mijn werk met cliënten kom ik in flow.’

U klinkt heel gelukkig en positief. Bent u dat altijd geweest?
‘Nee. Ik heb ruim twintig jaar incestslachtoffers behandeld en mensen met zware psychische problemen. Hoewel ik dat werk graag deed en ik er ook goed in was, werd ik er erg somber en verdrietig van. Mijn keuze om daar mee te stoppen, vond ik heel moeilijk om te maken. Het voelde oneerlijk en het heeft me erg veel moeite gekost om dat achter me te laten.’ (HE)

Wilt u kans maken op één van de exemplaren van Geef flow aan je leven? Stuur dan een mail met uw adresgegevens o.v.v. Flow naar redactie@psy.nl.

Geef flow aan je leven – gelukkig worden doe je zelf, Marlies Terstegge, Uitgeverij Lannoo, ISBN 978 90 209 9816 0, 254 pagina’s, €19,99. Bekijk ook de website Flowinjeleven.nl.

Page 1 of 1912345»10...Last »

Categorieën