| Ver weg of dichtbij

De makelaar prees een huis in alle toonaarden aan. ‘Mevrouw, ziet u niet hoe dicht het huis bij de rivier staat? De kinderen  kunnen  ’s  zomers  zo  pootjebaden vanuit de  tuin. U  kunt  heerlijk relaxen als ze naar school zijn en uw man kan bij wijze van spreken zijn hengel uitgooien vanaf het balkon.’

‘Het is inderdaad een mooi huis,’ zei de vrouw, ‘maar hoe zit het met het gevaar van overstromingen, je hoort de laatste tijd zo vaak van ondergelopen huizen…’

Waarop de makelaar zei: ‘Mevrouw, waar maakt u zich nou zorgen over, er is helemaal geen gevaar van overstromingen, u ziet toch hoe ver het huis van de rivier af staat?!’

| De mooiste vrouw

Een man liep op het strand, keek op en zag opeens de mooiste vrouw die  hij  ooit  had  gezien.  Hij  was  helemaal  van  slag,  gevangen  en overweldigd  door  haar  schoonheid.  Hij  kon  niet  anders  dan  alles vergeten  en  haar  volgen.  Hij  was  zo  onder  de  indruk  van  haar schoonheid dat hij haar urenlang volgde op het strand.

Lange tijd had ze helemaal niet door dat ze gevolgd werd, maar op een  gegeven moment draaide zij zich om en vroeg de man wie hij was en waarom hij haar achterna liep.

De man legde uit dat hij gevangen was door haar schoonheid, dat hij nog nooit een vrouw had gezien die zo mooi was, dat hij niks anders kon doen dan haar te volgen, dat ze echt de mooiste vrouw van de wereld was en of ze de zijne wilde zijn.

De vrouw antwoordde: ‘Ik ben erg gevleid door je complimenten, maar  het kan niet waar zijn, want als je achter je had gekeken, had je mijn zuster gezien, die tien keer zo mooi is als ik.’

De man draaide zich om en zag een heel gewoon meisje achter zich. Hij wendde zich tot de eerste vrouw en zei: ‘Ik snap er niks van, je zus is beslist niet mooier dan jij. Waarom zei je dat tegen me? Je hebt tegen me gelogen!’

De vrouw keek hem aan en zei: ‘En jij loog ook, anders had je niet omgekeken!’

| De oude timmerman

Een  oude  timmerman  was  aan  zijn  pensioen  toe.  Hij  stelde  zijn werkgever op de hoogte van zijn voornemen om de bouw te verlaten, om met zijn vrouw van zijn vrije tijd en van zijn uitdijende familie te genieten. Hij zou zijn loon missen, maar het was tijd om zich terug te trekken. Ze zouden het vast wel redden.

Het speet de werkgever dat hij zo’n goede kracht zou gaan verliezen en hij vroeg hem, of hij nog één huis wilde bouwen, om hem een plezier te doen. De timmerman zei ja, maar al gauw was te zien dat hij er met zijn hart niet bij was. Hij leverde maar matig werk en gebruikte mindere materialen,  eigenlijk  een  waardeloze  manier  om  zijn  loopbaan  te beëindigen.

Toen de timmerman klaar was en de aannemer kwam om het resultaat te  inspecteren,  overhandigde  hij  de  sleutel  van  de  voordeur aan  de  timmerman.  ‘Alsjeblieft,  dit  huis  is  voor  jou’,  zei  hij. ‘Mijn afscheidsgeschenk.’

| De inktvlek

Een klein jongetje op de lagere school had ontdekt dat er onder zijn  stoel een gaatje in de vloer zat. In zijn bankje zat een inktpot. Als hij het dekseltje er niet op deed, ging de inkt klonteren en telkens als er zo’n inktklont aan zijn kroontjespen zat, duwde hij die door dat gaatje in de vloer.

Op een dag vroeg de meester hem of hij iets uit de kelder wilde halen. Toen hij het licht aanknipte, zag hij het meteen: op de keldervloer zat een grote vlek vanopgedroogde inkt, precies onder de plaats waar hij zat.

Het was zijn inktvlek, daar in de kelder…

Toen hij weer terug kwam in de klas, zag hij wit van schrik…

| De kameel

Eens huurden een groenteboer en een pottenbakker samen een kameel en vulden elk een van de zadeltassen met hun koopwaar. Toen hij op weg was, nam de kameel af en toe als hij de kans kreeg, een flinke hap van de zak met groenten van de groenteboer. De pottenbakker sloeg zich op zijn knieën van pret, ervan overtuigd dat hij de beste deal had  gesloten. Maar toen kwam het moment waarop de kameel ging zitten en zoals gewoonlijk ging hij zitten op de zwaarste kant, zodat al zijn gewicht op de potten kwam te liggen en hij met zijn bek makkelijk  bij de zak met groenten kon. Alle potten in de zadeltas braken en de groenteboer had inwendig schik.

| De brouwerij

Een oude, traditionele brouwerij besloot om een nieuwe lijn in gebruik te nemen om bier in blikjes te doen, zodat zij hun producten ook via de supermarkt konden verkopen. Voor het kleine bedrijf was dit een grote verandering en de notabelen van het dorp en de oudmedewerkers werden uitgenodigd om getuige te zijn van de ingebruikneming van de lijn en daarna een borrel te drinken.

Nadat de lijn met succes in gebruik genomen was en het formele deel achter de rug was, stonden de gasten ontspannen in kleine groepjes te kletsen en te genieten van het buffet. In een rustig hoekje stonden  drie mannen te praten over trucks, transport en distributie. De een was  de  huidige  distributiemanager  en  de  andere  twee  hadden  die functie  vroeger  bekleed  maar  waren  jaren  geleden  met  pensioen   gegaan.  Die  drie  mannen  vertegenwoordigden  dus  drie  generaties distributiemanagement van het bedrijf, over een periode van meer dan zestig jaar.

De huidige manager klaagde dat zijn baan steeds stressvoller werd, omdat  het  bedrijf  erop  stond  dat  verre  leveringen  op  maandag  en dinsdag moesten plaatsvinden, korte leveringen op vrijdag en de rest op de tussenliggende dagen. ‘Het is zo ingewikkeld om dat efficiënt te plannen, ik weet echt niet hoe  dat  moet  met  die  nieuwe  blikjes  en  de  strenge  eisen  van  de supermarkten.’

De twee mannen knikten begrijpend.

‘Dat  was  in  mijn  tijd  precies  hetzelfde’,  zei  de  voorganger  van  de manager begripvol, ‘Ik heb het altijd al vreemd gevonden dat trucks die op maandag en dinsdag leeg terugkwamen, niet konden worden ingezet voor leveringen in de buurt, omdat die moesten wachten tot de vrijdag.’

De derde man knikte eveneens terwijl hij hard nadacht en zijn best deed om erachter te komen wat er ook al weer achter dit beleid zat, in de tijd dat hij een jonkie was in het vak. Na een poosje klaarde zijn gezicht op en zei: ‘Ik denk dat ik het weet, het had te maken met de paarden.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de benzine op de bon, dus sloegen we de trucks op en zetten we de paarden weer in. Op maandag waren de paarden goed uitgerust na het weekend, vandaar de verre leveringen.

Op vrijdag waren de paarden zo moe, dat ze alleen nog korte afstanden aan konden.’

Kort na de opening van de nieuwe lijn  veranderde het  bedrijf zijn afleveringsbeleid.

| Hemelse beloning

Een  beroemde  rabbijn  gaat  het  paradijs  binnen,  de  formaliteiten worden afgehandeld  en  alles  blijkt  te  kloppen,  hij  is  immers  een beroemde rabbijn.

Daarna mag hij zijn nieuwe woning betrekken. Op het bureau waar de huizen toegewezen worden, toont men hem zijn toekomstige huis:  een  eenvoudig tweekamerappartement, met een  parkeerplaats, niet  overdreven, maar goed…  Maar  de  rabbijn  kijkt  eens  goed  om  zich  heen  en  ziet  tot  zijn  verbazing een prachtig huis met drie verdiepingen, tuin, zwembad en tennisbaan.

De rabbijn begint zich op te winden en vraagt: ‘Van wie is dat huis?’ ‘Dat is van Schmoulik Cohen’, is het antwoord. ‘Wat? Schmoulik Cohen de buschauffeur?’ ‘Ja, dat is hem inderdaad.’  ‘Nee maar, jullie zijn schaamteloos! Ik, een beroemde rabbijn krijg  slechts een tweekamerappartement en hij een fantastisch huis?’ ‘Ja, maar als jij het gebed uitsprak in de synagoge, zat iedereen te slapen.  Maar hij, als hij de bus bestuurde, zat iedereen te bidden!’

| De blinde en de lantaarn

Een oude Zenmeester vertelde de volgende fabel aan studenten die het niet zo nauw namen: ’s Avonds laat stond een blinde man op het punt naar huis te gaan, na een vriend te hebben bezocht.  ‘Alsjeblieft,’ zei hij tegen zijn vriend, ‘mag ik jouw lantaarn meenemen?’ ‘Waarom zou je een lantaarn dragen?’, vroeg zijn vriend. ‘Je ziet er geen steek meer door!’ ‘Nee,’ zei de blinde,  ‘dat klopt. Maar anderen zien mij wel beter en botsen zo niet tegen me op.’

Toen gaf de vriend hem zijn lantaarn, die gemaakt was van papier en bamboestokjes, met een kaars binnenin. Daar ging de blinde met de lantaarn, maar hij had nog geen honderd  meter gelopen of een reiziger knalde tegen hem op.

De blinde man was woest. ‘Waarom kijk je niet uit?’, brieste hij. ‘Heb je  mijn lantaarn dan niet gezien?’ Waarop de reiziger vroeg: ‘Waarom steek je de lantaarn niet aan?’

| De keizer en de monnik

Een keizer vraagt een vooraanstaand Zenmonnik hoe hij verder kan komen in zijn leven. De monnik luistert beleefd naar het verhaal en de vragen van de keizer. Dan vraagt hij of de keizer een kopje thee wil. De monnik schenkt in en ook als het kopje allang vol is blijft hij doorschenken. De keizer ziet het aan maar kan zich uiteindelijk niet inhouden. Hij roept: ‘Wat doet u nou, ziet u niet dat het kopje allang   vol is…?!’

‘Precies,’ zegt de monnik, ‘zo is het ook met u. U bent al helemaal vol van uw eigen ideeën en opvattingen. En u vraagt aan mij daar nog wat aan toe te voegen? Maakt u eerst uw kopje maar eens leeg, dan kan er opnieuw wat in geschonken worden.’

| Zijn je aardappels zwaar?

Een lerares gaf al haar studenten de opdracht om een doorzichtige plastic zak mee te nemen en een zak met aardappelen. Voor iedereen die zij iets niet wilden vergeven moesten ze een aardappel uitkiezen en naam en datum erop schrijven en die in de plastic zak doen.

Vervolgens  kregen  ze  de  opdracht  de  zak  met  zich  mee  te  dragen waar ze ook heen gingen gedurende een week, hem ’s nachts op hun nachtkastje te leggen, op de autostoel onderweg en naast hun bureau tijdens het werk.

Die oefening maakte duidelijk, wat voor een gewicht zij met zich mee droegen, zowel mentaal als fysiek en hoe belastend het was om er voortdurend aan te denken en het niet te vergeten. En natuurlijk nam de conditie van de aardappels af en werd het uiteindelijk een smerige,  slijmerige massa.

Page 4 of 6« First...«23456»

Categorieën